Voeding en ziekte 1

Voeding en ziekte
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Voeding en ziekte

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Link

Inhoud
Wat is gezonde voeding
Relatie voeding en ziekte
Voedingsstoffen
Voeding in zorginstellingen
Gevolgen voor de zorg
Feit of fabel

Slide 3 - Tekstslide

Wat is gezonde voeding

Slide 4 - Woordweb

De nieuwe schijf van 5
De oude

Slide 5 - Tekstslide

Richtlijnen Goede Voeding
Houd de volgende adviezen dagelijks aan:
  • Minimaal 200-250 gram groente en minimaal twee porties fruit;
  • Een handje ongezouten noten;
  • Zachte of vloeibare smeer- en bereidingsvetten;
  • Minimaal 1,5-2 liter vocht zoals kraanwater, thee en koffie;
  • Vooral volkoren producten zoals volkorenbrood, volkorenpasta en -couscous, zilvervliesrijst;
  • Minder vlees en meer plantaardige producten. Varieer met vis, peulvruchten, noten, eieren en vegetarische producten;
  • Minimaal 3 porties zuivel. Bij voorkeur karnemelk of yoghurt, omdat deze gefermenteerde zuivel ook een gunstig effect heeft op de darmbacteriën. Eventueel 30-plus kaas. Liefst magere of halfvolle producten.

Slide 6 - Tekstslide

Welk ziektes
kennen jullie gerelateerd
aan voeding?

Slide 7 - Woordweb


ZIEKTES GERELATEERD AAN VOEDING

Botontkalking
COPD en andere longaandoeningen
COVID
Diabetes
Eetstoornissen, zoals anorexia, boulimia, binge-eating, AFRID
Groeiachterstand bij kinderen en kindervoeding
Hart- en vaatziekten, zoals hoog cholesterol, hoge bloeddruk
Hormonale klachten, zoals PCOS
Kanker
Kauw- en slikproblemen
Maag-, Lever- en darmziekten, zoals brandend maagzuur, leververvetting, levercirrose, hepatitis, prikkelbare darmsyndroom, diarree, obstipatie, ziekte van Crohn, colitis ulcerosa, coeliakie

ZIEKTES GERELATEERD AAN VOEDING

Maagverkleining (bariatrie)
Nierproblemen
Onbedoeld gewichtsverlies
Ondervoeding
Overgewicht en obesitas
Reumatische aandoeningen, zoals jicht, artrose
Spierziekten, zoals ALS, sarcopenie
Sportvoeding
Voedingszorg voor en na operatie
Voedselallergie en voedselintolerantie, zoals notenallergie, lactose intolerantie
Ziekte van Parkinson
Zwangerschapsdiabetes
Depressie en stemmingstoornissen

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Waarom heeft voeding een belangrijke rol bij ziekte?

Slide 11 - Open vraag

Hoe heeft voeding invloed op de gezondheid?
Preventief: gezond gewicht, cholesterol, bloeddruk, bloedsuiker
Behandelend/curatief: wondgenezing, decubitus, ondervoeding
Klachtverlichtend/ palliatief: PDS, migraine, reflux
Leefstijlgerelateerd: diabetes type 2, obesitas, hypertensie

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Welk voedingsstoffen
ken je?

Slide 14 - Woordweb

Macronutriënten

Vetten
Eiwitten
Koolhydraten

Leveren energie op

Micronutriënten

Vitamines
Mineralen
Spoorelementen

Nodig voor het vrijmaken van de energie uit de aminozuren

Slide 15 - Tekstslide

Wat heb je per dag nodig?
De volgende dagelijkse referentie-innames zijn vastgelegd voor volwassenen.

Energie: 8400 kJ/2000 kcal
Totale vetten: 70 gram
Verzadigde vetzuren: 20 gram
Koolhydraten: 260 gram
Suikers: 90 gram
Eiwitten: 50 gram
Zout: 6 gram

Slide 16 - Tekstslide

Behoefte van macronutriënten

Slide 17 - Tekstslide

Bronnen van mineralen
Bronnen van vetten

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Link

Hamburger na 10 jaar in een vitrine

Slide 21 - Tekstslide

Wat is jouw ervaring van voeding in zorginstellingen?

Slide 22 - Woordweb

Slide 23 - Video

Slide 24 - Video

Cijfers
- Wereldwijd hebben meer dan 2 miljard mensen overgewicht of obesitas, onder andere door een ongezond voedingspatroon. 

- 60% van de 10,9 miljoen sterfgevallen van kinderen onder de 5 jaar te maken heeft met ondervoeding. 

Slide 25 - Tekstslide

Ziektelast
Ziektelast
Is de hoeveelheid gezondheidsverlies in een populatie die veroorzaakt wordt door ziekten. Bestaat uit twee delen: jaren verloren door vroegtijdige sterfte en jaren geleefd met een ziekte.
Overgewicht draagt voor 5,2% bij aan de ziektelast en een hoog cholesterolgehalte voor 1,6%. Te veel zout (1,9%), te weinig fruit (1,8%), te weinig vis (1,5%) , te weinig groente (0,5%) en te veel verzadigd vet (0,3%) dragen eveneens bij aan de ziektelast.


Slide 26 - Tekstslide

Zorgkosten
Mensen die ongezond leven gebruiken meer zorg en maken hogere zorgkosten. 
Overgewicht zorgt voor ruim 50% van de zorgkosten van diabetes. Ook zorgt overgewicht voor een aanzienlijk deel van de zorgkosten van hartinfarct (15%) en hartfalen (12%) en atrose van heup (14%) en knie (29%).

Bron: voedingscentrum

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Feit of fabel?
Vetten zijn altijd slecht

Slide 29 - Tekstslide

FofF: Vetten zijn altijd slecht.


Antwoord: ❌ Niet waar
Toelichting: Verzadigde vetten verhogen het risico op hart- en vaatziekten, maar onverzadigde vetten (zoals in vis, noten, avocado) zijn juist gezond en belangrijk voor het lichaam.

Slide 30 - Tekstslide

FofF: Bananen helpen tegen depressieve klachten
Antwoord: ✅ Waar, deels
Toelichting: Bananen bevatten tryptofaan, een stofje dat in het lichaam wordt omgezet naar serotonine (gelukshormoon). Het effect is klein en voeding alleen geneest geen depressie, maar kan wel ondersteunen bij stemming.

Slide 31 - Tekstslide

Feit of fabel?
Bananen helpen tegen depressieve klachten

Slide 32 - Tekstslide

Feit of Fabel
Je mag geen eiwitrijk eten bij nierproblemen

Slide 33 - Tekstslide

FofF: Je mag geen eiwitrijk eten bij nierproblemen
Antwoord: ✅ Waar, met nuance
Toelichting: Bij ernstige nierproblemen moet de eiwitinname soms beperkt worden om afvalstoffen te beperken. Maar bij decubitus of wondgenezing is juist extra eiwit nodig. Altijd afstemmen met diëtist of arts

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Link

Voedselproductie is wereldwijd verantwoordelijk ...... van alle broeikasgasemissies.
A
voor 16 tot 32%
B
voor 5 tot 21%
C
voor 21 tot 37%

Slide 36 - Quizvraag

De Rijksoverheid wil dat er in verhouding meer plantaardige producten gegeten worden en minder dierlijke, zoals vlees, zuivel en kaas. In 2030 moet gemiddeld 50% van de eiwitten die mensen uit voeding halen van plantaardige producten komen en 50% van dierlijke. Nu halen Nederlanders nog...
A
42% van hun eiwitten uit dierlijke voedingsproducten en 58% uitplantaardige
B
57% van hun eiwitten uit dierlijke voedingsproducten en 43% uitplantaardige
C
68% van hun eiwitten uit dierlijke voedingsproducten en 32% uitplantaardige

Slide 37 - Quizvraag

Is lokaal geproduceerd voedsel duurzaamer?
A
Ja
B
Nee

Slide 38 - Quizvraag

Antwoord
Lokaal geproduceerd voedsel is niet automatisch duurzamer. Het hangt er vanaf of de boer milieuvriendelijk werkt. 
Het kan zijn dat eten van iets verder weg duurzamer wordt geproduceerd dan eten van dichterbij. Meestal is de impact van transport relatief klein, behalve als het wordt ingevlogen. 

Slide 39 - Tekstslide

Welke soorten groenten of fruit kan je het beste kopen?
A
Een kiwi uit Nieuw Zeeland
B
Aarbeien uit de kas
C
Sperziebonen uit Kenia

Slide 40 - Quizvraag

Dierenwelzijn: waarop kun je letten bij het kopen van vlees, eieren en zuivel?

Slide 41 - Woordweb

Antwoord
Het beste kun je groente en fruit kopen die in Nederland in de volle grond worden geteeld. Groente en fruit die worden geteeld in de verwarmde en verlichte glastuinbouw, hebben door het gebruik van aardgas een hogere klimaatbelasting. Groente en fruit die worden ingevlogen hebben de hoogste klimaatbelasting. Vooral producten die snel bederven zoals zacht fruit worden met het vliegtuig vervoerd.

Slide 42 - Tekstslide