Oefentoets H1 ( +7.6 en 9.6)

Oefentoets Schaarste en Ruil

+7.6 en 9.6

Formatieve toets, kijken waar staan we nu.

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nieuwe lesbewerkerEconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Oefentoets Schaarste en Ruil

+7.6 en 9.6

Formatieve toets, kijken waar staan we nu.

Wat gebeurt er met de waarde van de euro als je voor een euro meer Engelse ponden krijgt?


A

De externe waarde van de euro daalt.

B

De externe waarde van de euro stijgt.

C

De interne waarde van de euro daalt.

D

De interne waarde van de euro stijgt

Door economische problemen werden er in Guatamale bijna de helft minder advocado's verbouwd. Dit jaar verbouwd men 448.000 hectare, dit is 56 %.


Hoeveel avocado's werden er vorig jaar verbouwd?



A

700000 hectare

B

600000 hectare

C

500000 hectare

D

800000 hectare

Welke formule gebruik je voor indexcijfers?

A

(Huidige waarde / Basiswaarde) x 100

B

(Huidige waarde - Basiswaarde) x 100

C

(Huidige waarde + Basiswaarde) x 100

D

(Basiswaarde / Huidige waarde) x 100

Wat geeft een indexcijfer aan?

A

De hoogste waarde ooit

B

Verandering ten opzichte van basisjaar

C

De totale som van waarden

D

Gemiddelde waarde in het jaar

Welke activiteit valt onder zelfvoorziening?

A

Moestuinieren

B

Huren van een huis.

C

Energie opwekken met zonnepanelen

D

Kopen van voedsel in de supermarkt

Wat is een indexcijfer?

A

Een optelling van meerdere getallen

B

Een verhouding van twee getallen

C

Een percentage van één getal

D

Een gemiddelde van getallen

Wat is zelfvoorziening?

A

Zelfvoorziening vereist geen vaardigheden.

B

Zelfvoorziening betekent onafhankelijkheid.

C

Zelfvoorziening is afhankelijkheid van anderen.

D

Zelfvoorzieners produceren hun eigen voedsel.

Wat is alternatief aanwendbaar?

A

Je tijd op een andere manier inzetten

B

prioriteiten stellen

C

Een ander product kiezen

D

Het niet gebruiken van je product

Hoe bereken je het indexcijfer?

A

Basiswaarde min huidige waarde

B

Huidige waarde gedeeld door basiswaarde

C

Huidige waarde min basiswaarde

D

Huidige waarde plus basiswaarde

Hoeveel procent is de stijging ten opzichte van de oude rente?


Gegeven rente

2014 2024

1,4% 1,8%

A

25%

B

30%

C

20%

D

28,57%

Wat is consumeren?

Inkomsten en uitgaven

Inkomsten Uitgaven

Werkloosheidsuitkering € 1700,95 € 295 per week voor dagelijkse boodschappen

Vakantiegeld € 594,36 € 1099 vaste lasten per maand

Huurtoeslag € 215 € 100 per maand aan incidentele uitgaven

Kinderbijslag € 695 per kwartaal (maand 1/4/7/10)

Hoeveel geeft familie Jansen uit aan de dagelijkse boodschappen per maand



A

1180

B

295

C

1278,33

D

68,07

Inkomsten en uitgaven

Inkomsten Uitgaven

Werkloosheidsuitkering € 1700,95 € 295 per week voor dagelijkse boodschappen

Vakantiegeld € 594,36 € 1099 vaste lasten per maand

Huurtoeslag € 215 € 100 per maand aan incidentele uitgaven

Kinderbijslag € 695 per kwartaal (maand 1/4/7/10)

Familie Jansen wil bezuinigen op de uitgaven, op welke 2 soorten uitgaven kunnen zo bezuinigen?

A

Huurtoeslag en vaste lasten

B

dagelijkse boodschappen en vaste lasten

C

vaste lasten en incidentele uigaven

D

Incidentele uitgaven en dagelijkse boodschappen

Geef een voorbeeld van directe ruil.

Welke productiefactoren kennen we?

In juni 2023 was de totale consumptie in Nederland 45,0 miljard. Bereken hoe hoog de consumptie in 2024 is wanneer er een stijging van 5,3% was?

Waarom is het huidige geldsysteem alleen nog maar op vertrouwen gebaseerd?

De nederlandse bank verlaagd de hypotheekrente van 4,7% naar 4,3%.


Hoeveel procentpunt is de rente verlaagd?

A

4 procentpunt

B

0,04 procentpunt

C

0,4 procentpunt

D

40 procentpunt