Hoofdstuk 2 paragraaf 4

Paragraaf 2.4 Van alle markten thuis.
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Paragraaf 2.4 Van alle markten thuis.

Slide 1 - Tekstslide

Paragraaf 4 van alle markten thuis
Leerdoelen:
- Je kunt de vier marktvormen noemen
- Je kunt benoemen welke invloed de marktvorm heeft op het gedrag van bedrijven en op de marktprijs

Slide 2 - Tekstslide

Marktvormen 

Slide 3 - Tekstslide

Marktvormen
Soorten marktvormen:
1. Volkomen concurrentie 
2. Monopolistische concurrentie 
3. Oligopolie 
4. Monopolie 

Slide 4 - Tekstslide

Monopolie
  • Eén aanbieder
  • Veel vragers
  • Homogeen product
  • Mogelijkheid tot kartels

Voorbeeld:
NS, Pro Rail, beheer spoorwegennet

Slide 5 - Tekstslide

Oligopolie


  • Enkele aanbieders
  • Veel vragers
  • Homogeen of heterogeen product

Voorbeelden; 
Supermarkten, mobiele telefoonaanbieders, cola aanbieders

Slide 6 - Tekstslide

Volkomen concurrentie:
- Veel aanbieders
- Veel vragers
- Homogeen product (bloemkool): klant maakt geen onderscheid

Monopolistische concurrentie
- Veel aanbieders
- Veel vragers
- Heterogeen product (brood): klant maakt wel onderscheid


Slide 7 - Tekstslide

De 4 marktvormen

1. Monopolie - 1 aanbieder - veel macht 
2. Oligopolie - klein aantal aanbieders  - beetje macht 
3. Monopolistische concurrentie - best wat aanbieders - niet zo veel macht
4. Volkomen concurrentie - veel aanbieders - geen macht 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Kartel 
Kartel =  Afspraken tussen bedrijven om concurrentie te verminderen 
Kartelvorming =  Samenwerking van landen
Nadeel = Vermindert de concurrentiepostie  waardoor prijzen hoger worden

Slide 11 - Tekstslide

Welke uitspraken passen bij een oligopolistische marktvorm?
(meerdere antwoorden mogelijk)
A
Alleen de overheid verkoopt paspoorten
B
Coca cola en Pepsi zijn de grootste aanbieders van cola
C
Duizenden boeren rijden met hun prei naar de veiling
D
Een paar landen produceren een groot deel van de wereldwijde olieproductie

Slide 12 - Quizvraag

Om welke marktvorm
gaat het hier?
A
Monopolie
B
Volkomen mededinging
C
Oligopolie
D
Monopolistische concurrentie

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

Bij welke marktvorm horen de aanbieders van mobiele telefonie?

Slide 15 - Open vraag

De boeren zijn op weg met hun prei naar de veiling.
Welke marktvorm hoort hierbij?
A
Volkomen mededinging
B
Monopolistische concurrentie
C
Oligopolie
D
Monopolie

Slide 16 - Quizvraag

Aan de gang!
In de online omgeving maak je de opdrachten van paragraaf 2.4

Slide 17 - Tekstslide