cross

Les 8 steunles spelling (de infinitief en het voltooid deelwoord)

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Steunles spellingvmbo, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 1 - Tekstslide

Spelling leerjaar 1 - les 8

Slide 2 - Tekstslide

DOEL

SPELLING VAN DE INFINITIEF EN

HET VOLTOOID DEELWOORD


- je kent het verschil tussen infinitief en voltooid deelwoord

- je herkent de infinitief en het voltooid deelwoord in een zin

- je kunt de infinitief en het voltooid deelwoord goed spellen

Slide 3 - Tekstslide

Soorten werkwoorden
Uitleg in een filmpje

- persoonsvorm (deze ken je al)

- voltooid deelwoord

- infinitief

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

WERKWOORDEN

Elke zin heeft een persoonsvorm,

maar er kunnen ook nog andere werkwoorden in een zin staan


In deze les behandelen we:

- de infinitief

- het voltooid deelwoord

Slide 6 - Tekstslide

DE INFINITIEF

- is hetzelfde als het hele werkwoord


Onze bakker is heerlijke broodjes aan het bakken


Olifanten eten per dag wel 200 kilogram bladeren
Bijvoorbeeld

Slide 7 - Tekstslide

HET VOLTOOID DEELWOORD

- heeft altijd een ander werkwoord nodig

- begint vaak met ge- (soms met be- of ver-)

- eindigt op -en of op en -d of -t


Dat hebben de jongens mooi gemaakt

Schiet op! De les is al begonnen

Bijvoorbeeld

Slide 8 - Tekstslide

HET VOLTOOID DEELWOORD  

laatste letter: -t of een -d


Gebruik de verlengproef om te horen of je

een -t of een -d aan het eind  moet schrijven.


Je maakt het voltooid deelwoord met een t-klank langer met -e.

Je hoort dan of je een -t of een -d moet schrijven.



Slide 9 - Tekstslide

VOORBEELD

verdient of verdiend?


Langer maken met -e: verdiende


Je hoort een -d, dus je schrijft VERDIEND


Hij heeft zijn geld eerlijk verdiend

Slide 10 - Tekstslide

VOORBEELD

gemaakt of gemaakd?


Langer maken met -e: gemaakte


Je hoort een -t, dus je schrijft GEMAAKT


Heeft Julia haar fiets al gemaakt?

Slide 11 - Tekstslide

Wat voor soort werkwoord is:
SNAPPEN
A
infinitief
B
voltooid deelwoord

Slide 12 - Quizvraag

Wat voor soort werkwoord is:
GEVIST
A
infinitief
B
voltooid deelwoord

Slide 13 - Quizvraag

Wat voor soort werkwoord is:
LOPEN
A
infinitief
B
voltooid deelwoord

Slide 14 - Quizvraag

Wat voor soort werkwoord is:
GEWANDELD
A
infinitief
B
voltooid deelwoord

Slide 15 - Quizvraag

Wat voor soort werkwoord is:
KRIJGEN
A
infinitief
B
voltooid deelwoord

Slide 16 - Quizvraag

Wat voor soort werkwoord is:
GEGETEN
A
infinitief
B
voltooid deelwoord

Slide 17 - Quizvraag

Noteer van het voltooid deelwoord
de infinitief:
Ik heb mijn kamer opgeruimd

Slide 18 - Open vraag

Noteer van het voltooid deelwoord
de infinitief:
Het horloge is gerepareerd

Slide 19 - Open vraag

Noteer van het voltooid deelwoord
de infinitief:
De jury heeft de beste gekozen

Slide 20 - Open vraag

Noteer van het voltooid deelwoord
de infinitief:
Ik heb geen pen meegenomen

Slide 21 - Open vraag

Noteer het voltooid deelwoord:
Weet jij wat daar is (gebeuren)?

Slide 22 - Open vraag

Noteer het voltooid deelwoord:
Ik heb de hele avond (dansen)

Slide 23 - Open vraag

Noteer het voltooid deelwoord:
De appel wordt in stukjes (snijden)

Slide 24 - Open vraag

Noteer het voltooid deelwoord:
Onze parkiet is (wegvliegen)

Slide 25 - Open vraag

Maak nu zelfstandig opdracht 19 in het werkboek
timer
5:00

Slide 26 - Tekstslide

NAKIJKEN

Slide 27 - Tekstslide

Opdracht 19






























1.
opgeruimd - volt. deelwoord



6. gebeurd
- volt. deelwoord



2. gerepareerd
- volt. deelwoord



7. snijden
- infinitief



3. winnen
- infinitief



8. weggevlogen
- volt. deelwoord



4.
vertrekken - infinitief



9. meegenomen
- volt. deelwoord



5. geleefd
- volt. deelwoord



10. lopen
- infinitief





Slide 28 - Tekstslide

GELEERD

SPELLING VAN DE INFINITIEF EN

HET VOLTOOID DEELWOORD


- je kent het verschil tussen infinitief en voltooid deelwoord

- je herkent de infinitief en het voltooid deelwoord in een zin

- je kunt de infinitief en het voltooid deelwoord goed spellen

Slide 29 - Tekstslide

Maak nu zelfstandig opdracht 20 en 21 in het werkboek en kijk na

Slide 30 - Tekstslide

Dit was het voor vandaag, tot de volgende les!

Slide 31 - Tekstslide