Bereid voor de volgende les het volgende voor
(B1 schrijfopdracht)
Schrijf een korte tekst van 120–150 woorden.
Situatie
Je kunt zelf geen boodschappen doen.
Een andere persoon helpt je.
Je hebt ook telefonisch eten besteld en je hebt een allergie.
Wat moet in de tekst staan?
1. Tegenwoordige tijd
Wat heb je nu nodig?
Wie helpt je?
2. Verleden tijd
Wat gebeurde er gisteren of eerder?
Wat zei je aan de telefoon bij de bestelling?
3. Voltooid tegenwoordige tijd
Wat heb je al gedaan?
Wat heeft de andere persoon al voor je gedaan?
Verplichte elementen
Minstens 1 allergie (bijvoorbeeld: melk, pinda, gluten)
Minstens 3 onregelmatige werkwoorden
(bijvoorbeeld: gaan, doen, zeggen, nemen, krijgen, maken)