Bijeenkomst 3.7

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
MentorlesHBOStudiejaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat is blijven hangen
van bijeenkomst 3.6?

Slide 2 - Woordweb

Vandaag
- Terugblik vorige bijeenkomst
- De leraar als coach in de verschillende rollen
- Leren leren: zelfregulatie 
- Vooruitblik
- Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide

In de vorige bijeenkomst had ik het over 'zijn' boek als ik naar Slooter (2018) verwees, maaaaar... dit is Martie Slooter.

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Vorige bijeenkomst: conflicthantering test 
Check de volgende link  voor meer, nadere uitleg.


Slide 6 - Tekstslide

1

Slide 7 - Video

03:57
Welke ontwikkeling zie je nu veel in het onderwijs?

Slide 8 - Open vraag

Dit betekent dus dat je in alle 5 de rollen 'excellent' bent, maar.... je kan natuurlijk al wel vast oefenen met deze rol!
De coach komt terug in ALLE 5 de rollen.
Later in deze bijeenkomst zien we de fasen van dit gesprek.
Weet je nog?
Een aantal bijeekomsten terug hebben we het gehad over zelfregulatie en wat dit betekent voor het puberbrein. 
We zullen later deze bijeenkomst op dit begrip terugkomen en vooruitblikken naar periode 4.

Slide 9 - Tekstslide

Welk docentgedrag verwacht
jij bij de docent als coach?

Slide 10 - Woordweb

… is een ervaren leraar: hij beheerst en kent de vijf rollen.
… begrijpt de achterliggende gedachte en bedoeling van de rol als coach.
… kan de vaardigheden die bij de rollen horen in verschillende situaties effectief inzetten.
... focust zich op de te behalen doelen voor zijn vak, het leerproces van de leerling en de reflectie hierop.
… laat de leerling hardop denken door vragen aan hem te stellen.
… is niet meer de helpende leraar “kijk, zó moet je het doen!”, is niet meer.
… begeleidt iedere individuele leerling ontwikkelingsgericht; gepersonaliseerd leren.


De leraar als coach is ...
Belang van de coach
In de toekomst gaat het niet alleen om dat leerling iets ‘weten’, maar ook dat zij begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren.   

Onderzoek van Meijers (2013) toont aan: meer leerrendement als we ons focussen op het leerproces van leerlingen.
Zelfregulatie = grote voorspeller van leerprestaties.

Slide 11 - Tekstslide

Hoe zie je het gedrag van de coach terug in de rol van gastheer?

Slide 12 - Open vraag

Hoe zie je het gedrag van de coach terug in de rol van presentator?

Slide 13 - Open vraag

Hoe zie je het gedrag van de coach terug in de rol van didacticus?

Slide 14 - Open vraag

Herkenbaar?

Slide 15 - Tekstslide

Zelfregulatie 
Een voorbeeld. Klik op de volgende link.

Slide 16 - Tekstslide

Dit filmpje ging over kinderen, maar hoe zit dit bij jongeren?
  • Zelfbeheersing is een onderdeel van zelfregulatie. De wijze waarop een persoon in interactie staat met zijn omgeving en zelfstandig en adequaat zijn doelen en handelen weet te sturen binnen een steeds veranderende (leer)omgeving.
  • Dit is het meest bepalend voor succesvolle leerprestaties en sociaal functioneren. 

Zowel cognitieve strategieën en zelfregulatiestrategieën nodig voor schoolprestaties:

 Welke strategieën zijn er en hoe en wanneer moet ik ze gebruiken?

Slide 17 - Tekstslide

Lees de volgende casus van Ruben
Vraag: hoe zou het kunnen komen dat Ruben naar het vmbo moest?
Ruben was als veelbelovende leerling binnengekomen op het gymnasium, met een citoscore van 545, nu doet hij eindexamen vmbo-tl. De eerste twee maanden van de brugklas gingen prima, maar na het eerste halfjaar kelderden zijn cijfers en moest hij afstromen naar havo 2. Maar ook in havo 2 kwam Ruben niet tot bloei en uiteindelijk moest hij naar het vmbo.

Slide 18 - Open vraag

Ruben kon dus moeilijk zelfregulerend leren.

Vraag: hoe had je als docent Ruben kunnen ondersteunen?
Wat was dat ook al weer?
Er is sprake van zelfregulerend leren als de leerling zijn eigen leerproces en gedrag plan, monitort, controleert, evalueert en bijstuurt.

Slide 19 - Open vraag


Excutieve functies:  
zijn de onderliggen functies (spelen een belangrijke rol). 
Is dirigent van het zelfregulerend gedrag.

Zelfregulatie:

is het proces.

Voorbeeld:
Bijvoorbeeld: Een leerling van het Notre Dame (Kunskapsskolan) heeft zijn huiswerk niet gemaakt.
Zelfregulatie: het proces van zelfregulatie loopt niet zoals men wil.
Executieve functies: een E.F. is wellicht onvoldoende ontwikkeld.

Slide 20 - Tekstslide

Executieve functies, het vermogen om:

Slide 21 - Tekstslide

Hoe zie je het gedrag van de coach terug in de rol van pedagoog?

Slide 22 - Open vraag

Kenmerkend aan de coach in de rol van pedagoog is...
... dat hij/zij aandacht heeft voor de onderlinge verschillen.
... dat hij/zij de leerlingen veel autonomie geeft.
... dat hij/zij de leerlingen leert emoties te hanteren.
... dat hij/zij in staat is, zich te blijven focussen op de taak, ook na de interventie.
... dat hij/zij, wanneer de leerling een fout maakt, terugkomt op zijn gedrag, want gedrag is aan te passen.
... dat hij/zij positief is en dit uitdraagt.

Slide 23 - Tekstslide

Hoe zie je het gedrag van de coach terug in de rol van afsluiter?

Slide 24 - Open vraag

Er wordt gereflecteerd op...
... cognitieve vaardigheden.

... metacognitieve vaardigheden.

... affectieve vaardigheden.
Het gaat om de manieren waarop de leerling informatie kan opnemen, verwerken en weergeven.
Deze vaardigheden zorgen ervoor dat de leerling leert leren en zelfstandig zijn leerproces vorm kan geven. Hij leert het geleerde op een goede manier op te slaan, kan doelen stellen en stelt waar nodig bij. Ook maakt hij een planning en toetst hij zichzelf achteraf.
Deze vaardigheden scheppen de voorwaarden om goed te kunnen leren. Het gaat erom dat de leerling zichzelf kan motiveren en voldoende zelfvertrouwen heeft om de taak tot een goed einde te brengen. 

Slide 25 - Tekstslide

Welke vraag/vragen zou jij aan de leerling stellen als je wilt coachen op zijn metacognitieve vaardigheden?

Slide 26 - Open vraag

Wat zijn denk je kenmerken van een effectieve coach?

Slide 27 - Woordweb

Een effectieve coach:
  • stelt uitnodigende startvragen;
  • reageert empatisch;
  • toont echtheid;
  • is lui;
  • filtert waar nodig;
  • vat samen;
  • verbindt.

Slide 28 - Tekstslide

Welke van de net genoemde aspecten van een effectieve coach vind je opvallend en waarom?
Na het beantwoorden van deze vraag meer lezen? Check blz. 271 - 272 van Slooter (2018)

Slide 29 - Open vraag

Inspirerend:
Filmpje van een kind-coachgesprek op een basisschool. 
Boek: didactisch coachen van Lia Voerman en Frans Faber

Slide 30 - Tekstslide

Over welk onderwerp zou je nog meer willen weten?

Slide 31 - Woordweb

  • Het boek Leren leren van Verstraete & Nijman (2016) aanschaffen.
  • Vast beginnen met lezen in dit boek, bestudeer hoofdstuk 3 t/m 5. 
  • Vul de evaluatie van periode 3 in (bijeenkomsten én mijn docentgedrag),door op deze link te klikken. Alvast bedankt!
  • Leren voor het mondeling, mailen bij vragen.
  • Leertaak uitwerken, mailen bij vragen.

Slide 32 - Tekstslide

Welke bijeenkomst (3.6 of 3.7) vond je prettiger en met welke reden?

Slide 33 - Open vraag