H2: 2.3 / Exponentiele verbanden - 4M

Leerdoelen-formulier 
voor je!
Lesplanning:   
  • Lesdoel bespreken  
  • Terugblik: vk t/m 2.2 
  • Huiswerkcontrole  
  • Theorie: 2.3
  • Keuzemoment: 
    zelfstandig of klassikaal
  • Zs/Zf + huiswerkcontrole
  • Afsluiting
Telefoon in de telefoontas

1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Leerdoelen-formulier 
voor je!
Lesplanning:   
  • Lesdoel bespreken  
  • Terugblik: vk t/m 2.2 
  • Huiswerkcontrole  
  • Theorie: 2.3
  • Keuzemoment: 
    zelfstandig of klassikaal
  • Zs/Zf + huiswerkcontrole
  • Afsluiting
Telefoon in de telefoontas

Slide 1 - Tekstslide

lesdoel

Je hebt de leerdoelen van 2.3 behaald, of
weet wat je nog moet doen om deze te behalen.

Slide 2 - Tekstslide

2.2: Wortelverbanden
Maak aantekeningen in je AS.

Kijkvragen:
  1. Hoe herken je de formule van een wortelverband?
  2. Welke standaarformules zie je in het filmpje?
    tip: De standaardformule van een lineair verband is y = ax + b
  3. Wat kun je vertellen over de grafieken bij deze standaardformules?

Slide 3 - Tekstslide

0

Slide 4 - Video

2.2: Wortelverbanden
Maak aantekeningen in je AS.

Kijkvragen:
  1. Hoe herken je de formule van een wortelverband?
  2. Welke standaarformules zie je in het filmpje?
    tip: De standaardformule van een lineair verband is y = ax + b
  3. Wat kun je vertellen over de grafieken bij deze standaardformules?

Slide 5 - Tekstslide

Terugblik

  • Wat is de volgorde van bewerkingen? (Rekenvolgorde)
  • Wat moet er in een formule staan, willen we spreken van een machtsverband? En bij een wortelverband?
  • Hoe ziet de grafiek van een machtsverband er uit? En van een wortelverband?
  • We bespreken opgave 24.
  • Hoe noemen we de 3 en de 5 in 35?

Slide 6 - Tekstslide

2.3: Exponentiele verbanden
Hoe zou je aan een formule kunnen zien of er een exponentieel verband is?

  • Exponentiele formule: aantal = begingetal x groeifactortijd
  • aantal = N                     begingetal = b
    groeifactor = g             tijd = t
  • N = b . gt

Slide 7 - Tekstslide

2.3: Exponentiele verbanden
Maak aantekeningen in je AS.

Kijkvragen:
  1. Hoe kun je aan een tabel zien dat er exponentiele groei is?
  2. Hoe bereken je de groeifactor?

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

2.3: Exponentiele verbanden
Maak aantekeningen in je AS.

Kijkvragen:
  1. Hoe kun je aan een tabel zien dat er exponentiele groei is?
  2. Hoe bereken je de groeifactor?

Slide 10 - Tekstslide

2.3: Exponentiele verbanden
aantal = begingetal x groeifactortijd  ofwel N = b . gt
  • aantal = N
    begingetal = b = startgetal (in een tabel onder de 0)
  • groeifactor (bij tabel) = g = Hoeveel keer groter wordt het getal onder in de tabel? 
    (bovenin moet er steeds +1 staan)

  • tijd = t = de tijd die genoemd wordt. Let goed op de eenheid!

Slide 11 - Tekstslide

Maak de, voor jouw, goede keuze:

  1. Je gaat alvast aan het huiswerk beginnen.
    Maken van H2: opgave t/m 37

  2. Je doet klassikaal mee met de uitleg over:
    Je kunt vragen stellen over het vorige huiswerk. We doen een aantal opgaven samen.



Lees de theorie extra goed!!!
Tip: 
filmpjes, nakijken

Slide 12 - Tekstslide

2.3: Exponentiele verbanden
We doen samen opgave 30
  • We doen samen opgave 34, waar net iets anders gevraagd wordt.
  • Zijn er vragen over het voorgaande huiswerk?

Slide 13 - Tekstslide

Huiswerk

Maken:

2.3: Opg. 26 t/m 37


Nakijken:
Voorkennis en opg. 1 t/m 25


Achter deze les staat een nuttig filmpje




Zs
Zf
Zf
timer
4:00
Huiswerk bespreken
Extra uitleg

Slide 14 - Tekstslide

Lesdoel behaald?

Je hebt de leerdoelen van 2.3 behaald, of  
weet wat je nog moet doen om deze te behalen.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video