Activiteiten week 2 liveles

Activiteiten les 1 2020
Zorgpad 10 Begeleiden van groepen
theorie 1 tot 1.3
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
ActiviteitenMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Activiteiten les 1 2020
Zorgpad 10 Begeleiden van groepen
theorie 1 tot 1.3

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vooraf
In de les waarbij de klas online of live de les volgt gaan we de termen uit de theorie doornemen. De les wordt opgenomen dus je kan hem altijd terug kijken. Er is geen tijd om ze over te schrijven tijdens de les dus aan jou de taak te zorgen dat je, je aantekeningen op orde krijgt. De lesstof wordt getoetst dmv een toets.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Groepsinteractie: welke uitspraak klopt?
A
Groepsleden communiceren en beïnvloeden elkaar
B
Je hebt een keuze om mee te doen aan de groepsinteractie
C
Groepsinteractie geeft altijd gedoe.

Slide 3 - Quizvraag

Dit kan in kaart met een sociogram worden gebracht. In groepen zijn in totaal 4 kenmerken: 
Interactie 
machtsstructuur 
Groepsnormen - groepscultuur
groepsrollen 
Machtstructuur wie is de leider in de klas?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geef een voorbeeld van een groepsnorm in de klas?

Slide 5 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Iedereen heeft een rol in de klas.
Welke heb jij?

Slide 6 - Woordweb

Positief negatief, 

grappenmaker, leider, stille, zeurpiet, stimulerende, onzeker, manipulatief etc
Belangrijke rollen van een leefgroep of klas zijn:

  • Veiligheid, acceptatie bescherming en   zekerheid.
  • Mogelijkheden tot nieuwe contacten
  • Mogelijkheden om activiteiten met elkaar te doen.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel klasgenoten ken jij al bij naam die je nog niet kende voordat je op school kwam?

Slide 8 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Bij groepsvorming op basis van een categorie (bv. mensen met een beperking)
A
Kent iedereen elkaar persoonlijk
B
Zijn er geen afspraken
C
Kent je niet iedereen, maar je hebt wel een overeenkomst

Slide 9 - Quizvraag

Categorie. Bij deze groepsvorm is er geen contact tussen de mensen en geen band. Wel zijn er overeenkomstige kenmerken. Een voorbeeld van een categorie zijn de chronisch zieke zorgvragers.
Bij groepsvorming op basis van een collectiviteit
A
Ken je iedereen die lid is van de vereniging
B
Zijn er regels en afspraken
C
Betaal je geen contributie om lid te zijn

Slide 10 - Quizvraag

Dit zijn bijvoorbeeld een sportclub en praatgroep. De leden ervan hoeven elkaar niet persoonlijk te kennen, maar er is wel een gevoel van verbondenheid. Dit noemt men ook wel een formele groep: een groep met vaste regels en een vaste structuur.
Groep
Bij een groep...

A
Moet je betalen om deel te mogen nemen
B
Ken je niet iedereen
C
Zijn er geen vastgelegde afspraken
D

Slide 11 - Quizvraag

Komt spontaan samen, geen afspraken gemaakt, kent iedereen elkaar --> Bijvoorbeeld vriendengroep
Iedereen is lid van 1 of meerdere groepen
Volgende les heb jij opgezocht hoeveel online vrienden je hebt.
Denk aan: facebook, facetime, snapchat, linkedin, whatsapp enz.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voordeel van vrienden op sociaal media. Toets 1 antwoord in.

Slide 13 - Woordweb

Makkelijk contact met mensen
makkelijk mensen met zelfde interesses 
snel dingen vinden
Wat is aan nadeel van sociaal media? Toets 1 antwoord in.

Slide 14 - Woordweb

Digitale platforms werken meestal met een account. Dat betekent dat je gegevens worden vastgelegd.
Op internet kan iedereen zich voordoen zoals hij zelf wil. Dat kan echter afwijken van iemands werkelijke identiteit.
De kwaliteit van gesprekken via de sociale media is vaak minder dan die van een echt gesprek.
Je krijgt 3 foto's te zien. 
Op welke foto staat een homogene groep en welke een heterogene groep.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Homogene groep
Heterogene groep

Slide 16 - Sleepvraag

Een klas op de basisschool is een homogene groep, want alle kinderen hebben dezelfde leeftijd. Of in de zorg: zorgvragers van boerenafkomst wonen in een omgebouwde zorgboerderij.

In heterogene groepen verschillen de groepsleden juist. Een zangkoor is een heterogene groep, want alle leden zijn van een andere leeftijd. Een voorbeeld uit de zorg is een zorginstelling voor mensen met dementie. Zij hebben allemaal een ander beroep gehad of hadden een andere leefstijl.
Een heterogene groepssamenstelling biedt echter weer meer integratiemogelijkheden. Zorgvragers komen in een heterogene groep met diverse mensen in contact, kunnen zich aan elkaar optrekken en van elkaar leren.
Laatste slide
Er zijn in de les verschillende termen voorbij gekomen. 
Zorg dat je deze termen kent voor de toets. 
Tip: in zorgpad zijn de termen vaak dikgedrukt 
In teams bij opdrachten staat de verwerkingsopdracht.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies