KNM thema 5: Werk en inkomen

KNM thema 5: Werk en inkomen
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

KNM thema 5: Werk en inkomen

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
5.1 Werk zoeken
5.2 Solliciteren
5.3 Een uitkering
5.4 Blijven leren
5.5 Communiceren op je werk
5.6 Regels op je werk
5.7 Een eigen bedrijf beginnen

Slide 2 - Tekstslide

5.1 Werk zoeken

Slide 3 - Tekstslide

Hoe vind je een baan?
Veel mensen vinden een baan via hun netwerk.

Ervaring kan helpen bij het vinden van een baan: vrijwilligerswerk, stage of werkervaring.

Via een uitzendbureau (intermediair) kun je een (tijdelijke) baan vinden.

Slide 4 - Tekstslide

Werk samen!

Slide 5 - Tekstslide

5.2 Solliciteren

Slide 6 - Tekstslide

Je gaat solliciteren
Wat heb je nodig als je gaat solliciteren?
CV en een sollicitatiebrief of sollicitatieformulier (incl. motivatie)

Hoe vergroot je je kansen?
  • Vooropleiding en diploma's
  • Werkervaring
  • Motivatie
  • Beschikbaarheid
  • Kennis van de Nederlandse taal

Slide 7 - Tekstslide

Video

Slide 8 - Tekstslide

Stappen van een sollicitatie
Een sollicitatie bestaat (meestal) uit de volgende stappen:
  1. een vacature lezen en hierop reageren
  2. een sollicitatie- of motivatiebrief schrijven, met cv
  3. een sollicitatiegesprek
  4. een arbeidsvoorwaardengesprek

Slide 9 - Tekstslide

Werk samen!
Opdracht 2 en 3

Slide 10 - Tekstslide

5.3 Een uitkering

Slide 11 - Tekstslide

Wat is een uitkering?
Geld van de overheid voor mensen zonder werk (werkloos).

De hoogte en het type uitkering worden bepaald door:
  • Vorige werk (in Nederland)
  • Kans op een nieuwe baan
  • Leeftijd

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Werknemersverzekeringen
  • WW-uitkering: Voor mensen die tijdelijk geen werk hebben. Je zoekt nieuw werk
  • ZW- uitkering: Voor mensen die tijdelijk niet kunnen werken (ziektewet)
  • WIA-uitkering: Voor menen die een lange tijd niet of nooit meer werken --> arbeidsongeschikt.

--> Werknemersverzekeringen vraag je aan bij het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen)

Waarom heet dit een verzekering?

Slide 14 - Tekstslide

Andere typen uitkeringen
  • AOW-uitkering: Voor mensen ouder dan 67 jaar. Voor iedereen die wel of niet heeft gewerkt.
--> Aanvragen via de SVB (Sociale Verzekeringsbank).

  • Bijstands-uitkering: Voor mensen met een te laag inkomen of te weinig vermogen. Zij hebben geen recht op een andere uitkering.
--> Aanvragen bij de gemeente
--> Voorwaarde: registreren als werkzoekende bij het UWV

Slide 15 - Tekstslide

Regels bij voor (de meeste) uitkeringen
  • Je hebt contact met de gemeente of het UWV en komt je afspraken na.
  • Je solliciteert naar nieuw werk (niet voor alleenstaande ouders met een kind jonger dan 5 jaar).
  • Je spreekt Nederlands op A2 niveau (bewijs nodig) of je volgt taalles.
  • Je volgt een cursus over solliciteren (als dat nodig is).
  • Soms moet je vrijwilligerswerk doen.
  • Je accepteert ook werk dat je liever niet doet.
  • Je verdient geen geld naast de uitkering.

Slide 16 - Tekstslide

5.4 Blijven leren

Slide 17 - Tekstslide

Werk samen!
Ga naar de website van het UWV.

Hoe kun je een WW-uitkering aanvragen?
Hoe hoog is een WW-uitkering?
Hoe lang kun je een WW-uitkering krijgen?


Slide 18 - Tekstslide

Internationale diplomawaardering (IDW)
De gratis diplomawaardering is voor iedereen die in het buitenland een opleiding heeft gevolgd (ook zonder diploma).

Aanvragen via idw.nl 


Video!

Slide 19 - Tekstslide

Meer kans op werk
Voor veel werk in Nederland heb je een opleiding of cursus nodig.
Hoe vergroot je je kansen op werk in Nederland?
  1. Taalcursus: je taalniveau van het Nederlands vergroot je kansen. 
  2. Sollicitatietraining: Vind je solliciteren moeilijk? Via UWV kun je een sollicitatietraining aanvragen.
  3. Terug naar school: Door een opleiding te volgen, kun je makkelijker werk vinden.
  4. Een cursus naast je werk: soms heb je bijscholing nodig. Je krijgt dan een cursus via je werk. Dit is vaak verplicht.

Slide 20 - Tekstslide

5.5 Communiceren op je werk

Slide 21 - Tekstslide

Communiceren op werk

Slide 22 - Woordweb

Dit moet je weten:
  • Werknemers verwachten dat je zelfstandig kunt werken.
  • Goede samenwerking met collega’s belangrijk is.
  • Werknemers verwachten dat werknemers  initiatief tonen.
  • De communicatie in veel organisaties is informeel.
  • Invloed uitoefenen op het werk kan via een medezeggenschaps- of ondernemersraad of een vakbond.
  • Discriminatie op het werk is verboden. Je kunt dit melden bij je leidinggevende, het Meldpunt discriminatie, de rechtbank of het College voor de Rechten van de mens.

Slide 23 - Tekstslide

Werk samen!
  • Wat kun je doen als je iets niet weet? 
  • Wat kun je doen als je een fout maakt? 
  • Wat kun je doen als je te laat komt? 
  • Wat kun je doen als je een beslissing niet goed vindt? 
  • Wat kun je doen als je discriminatie ziet of ervaart op je werk? 
  • Wat kun je doen als het gedrag van je collega of leidinggevende ongepast is?

Slide 24 - Tekstslide

5.6 Regels op je werk

Slide 25 - Tekstslide

Een arbeidsovereenkomst
  • In een arbeidsovereenkomst staan arbeidsvoorwaarden: afspraken tussen de werknemer en de werkgever (werktijden, vakantiedagen en het salaris).
  • Een werkgever betaalt een brutoloon, daarvan worden belastingen en sociale premies afgetrokken. Het nettoloon wordt uitbetaald.
  • De meeste afspraken komen uit een cao. Cao: regels voor de werkgever (wordt meestal gemaakt door vakbonden en grote werkgevers). 

Een
vakbond komt op voor de belangen van werknemers.

Slide 26 - Tekstslide

Soorten banen
Vaste baan: 1) geen einddatum, 2) zekerheid, 3) opzegtermijn

Tijdelijke baan: 1) afgesproken einddatum 2) minder zekerheid, 3) soms na tijdelijke baan een vaste baan

Flexibele baan (flexwerkers): 1) alleen wanneer het nodig is, 2) uitzendwerk, 3) oproepkrachten

Slide 27 - Tekstslide

Werken en belasting betalen
  •  Iedereen die werkt, betaalt inkomstenbelasting (sociale premies van de werknemersverzekeringen)
  • Met belastinginkomsten betaalt de overheid openbare voorzieningen
  • Iedereen doet één keer per jaar belastingaangifte (app)
  • De Belastingtelefoon of sociale organisaties (buurthuis, bibliotheek) kunnen helpen bij de belastingaangifte.
  • Ondernemers of zzp’ers doen ook belastingaangifte. Ze hebben geen recht op werknemersverzekeringen en sparen zelf voor hun pensioen.

Slide 28 - Tekstslide

In een arbeidsovereenkomst staan afspraken tussen ___.
A
De werkgever en de overheid
B
De werkgever en de werknemer

Slide 29 - Quizvraag

In je arbeidsovereenkomst staat ___.
A
Hoeveel belasting je moet betalen
B
Hoeveel vakantie je per jaar hebt

Slide 30 - Quizvraag

Je ___ is het salaris dat je op je bankrekening krijgt.
A
Brutoloon
B
Nettoloon

Slide 31 - Quizvraag

Als je werkt, betaal je belasting aan de ___.
A
Gemeente
B
Overheid

Slide 32 - Quizvraag

In een collectieve arbeidsovereenkomst staan afspraken tussen ___.
A
Werkgevers en vakbonden
B
Werknemers en vakbonden

Slide 33 - Quizvraag

Een vakbond zorgt dat werknemers ___.
A
Een eerlijk salaris krijgen
B
Een vast contract krijgen

Slide 34 - Quizvraag

Met de belastingen betaalt de overheid de zorg en het onderwijs.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 35 - Quizvraag

Als je belastingaangifte doet, heb je een DigiD nodig.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 36 - Quizvraag

Mensen met een eigen bedrijf krijgen een Ziektewetuitkering als ze ziek worden.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 37 - Quizvraag

Als je een eigen bedrijf hebt, moet je zelf voor je pensioen sparen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 38 - Quizvraag

5.7 Een eigen bedrijf beginnen

Slide 39 - Tekstslide

Ondernemen
  • Hebben je een eigen bedrijf (gehad)? Zo ja, wat voor bedrijf?
  • Zou je een eigen bedrijf willen? Waarom wel of niet?
  • Wat verwacht je van ondernemen in Nederland? Gaat dit makkelijk of zijn er veel regels?
  • Welke regels zijn er voor ondernemers in Nederland?
  • Hoe kun je een bedrijf beginnen?

Slide 40 - Tekstslide

De stappen naar een eigen bedrijf
  1. Schrijf een ondernemingsplan (advies): Hierin staat informatie over je product, de dienst en de doelen. Hierbij hoort ook een financieel plan --> nodig voor financiering (lening of investeerders)
  2. Controleer de eisen: Voor sommige beroepen zijn bepaalde eisen; opleiding en ervaring. Dit moet je kunnen bewijzen.
  3. Schrijf je in bij de KVK: De officiële start begint bij de inschrijving bij de KVK. Een inschrijving kost ongeveer 50 euro.
  4. Op zoek naar klanten: Veel ondernemers vinden hun kanten via hun (online) netwerk, sociale media of een eigen website.

Slide 41 - Tekstslide

De kamer van Koophandel (KVK)
Alle bedrijven in Nederland staan ingeschreven bij de KVK. 
De KVK geeft inschrijving door aan de belastingdienst.
Alle bedrijven hebben een eigen KVK-nummer, hiermee kun je bedrijven makkelijk vinden.

Regels voor het starten van een bedrijf kun je navragen bij de KVK.
De KVK kan je ook helpen bij je plan

Slide 42 - Tekstslide