Sector 01- Communicatie oefeningen

Sector 01- Communicatie
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
CultuurwetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Sector 01- Communicatie

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Wat betekent verbale communicatie

Slide 3 - Open vraag

Wat betekent non-verbale communicatie

Slide 4 - Open vraag

Wat betekent Subverbale communicatie

Slide 5 - Open vraag

Wat is actief luisteren?

Slide 6 - Open vraag

Wat is analoge taal?

Slide 7 - Open vraag

Wat is spiegelgedrag?

Slide 8 - Open vraag

Leg uit: Fysieke ruis

Slide 9 - Open vraag

Leg uit: Fysiologische ruis

Slide 10 - Open vraag

Leg uit: Psychologische ruis

Slide 11 - Open vraag

Leg uit: Semantische ruis

Slide 12 - Open vraag

Wanneer moeder boos is, gaat haar stem omhoog en spreekt ze luider. De luide stem is een voorbeeld van
A
verbale communicatie
B
non-verbale communicatie
C
subverbale communicatie

Slide 13 - Quizvraag

Wie een regenboogvlag uithangt, toont dat hij de LGBTQ-gemeenschap steunt. Dat is een voorbeeld van
A
verbale communicatie
B
non-verbale communicatie
C
subverbale communicatie

Slide 14 - Quizvraag

Welke uitspraak over de volgende twee stellingen klopt?

1) Handgebaren en stemkleur zijn voorbeelden van non-verbale communicatie.
2) Handgebaren zijn voorbeelden van analoge taal.

A
Stellingen 1 en 2 zijn juist.
B
Stellingen 1 en 2 zijn fout.
C
Stelling 2 is juist, stelling 1 is fout.
D
Stelling 1 is juist, stelling 2 is fout.

Slide 15 - Quizvraag

Ella heeft barstende hoofdpijn tijdens de les cultuurwetenschappen en kan de uitleg van de leerkracht amper volgen. Dat is een voorbeeld van
A
fysieke ruis
B
psychologische ruis
C
fysiologische ruis
D
semantische ruis

Slide 16 - Quizvraag

Tijdens een vergadering verwoordt een arbeider een klacht i.v.m. de nieuwe werkroosters. ‘Arbeiders hebben altijd iets om over te klagen’, denkt de manager, die amper hoort wat de arbeider zegt. Dat is een voorbeeld van
A
fysieke ruis
B
psychologische ruis
C
fysiologische ruis
D
semantische ruis

Slide 17 - Quizvraag

Yana mist de helft van het verhaal van Ine omdat er net op dat moment een vliegtuig overvliegt.
A
fysieke ruis
B
psychologische ruis
C
fysiologische ruis
D
semantische ruis

Slide 18 - Quizvraag

Plaats de volgende voorbeelden op de juiste plaats in het schema van de soorten communicatie.
  

verbaal
non-verbaal
Een tekstbericht op Twitter
Hijgen
Een emoji van een opgestoken duim
De leerkracht die zegt: ‘Goeiemorgen’
Een geschreven zin in een bordboek
Je vriend geeft je een knipoog

Slide 19 - Sleepvraag

De manier waarop we iets zeggen hoort bij de verbale communicatie.
A
Juist
B
Fout

Slide 20 - Quizvraag

De manier waarop mensen tegenover elkaar staan in de communicatie,
noemt Watzlawick het inhoudsaspect.
A
Juist
B
Fout

Slide 21 - Quizvraag

Een opgestoken duim is een voorbeeld van non-verbale en non-vocale communicatie.
A
Juist
B
Fout

Slide 22 - Quizvraag

Het gedrag dat de ander kan waarnemen is de overkant.
A
Juist
B
Fout

Slide 23 - Quizvraag

Digitale taal is éénduidig.
A
Juist
B
Fout

Slide 24 - Quizvraag

Een storende factor in het communicatieproces veroorzaakt door een beperkte kennis of een gebrek aan communicatieve vaardigheden, heet psychologische ruis.
A
Juist
B
Fout

Slide 25 - Quizvraag

Een ander woord voor ‘leerplicht’ die de communicatie kan beïnvloeden, is scholarisatie.
A
Juist
B
Fout

Slide 26 - Quizvraag

De communicatie waarbij beide gesprekspartners op hetzelfde niveau staan, is complementaire communicatie.
A
Juist
B
Fout

Slide 27 - Quizvraag

Vooroordelen zijn een vorm van semantische ruis.
A
Juist
B
Fout

Slide 28 - Quizvraag

Stemkleur is een voorbeeld van verbale communicatie.
A
Juist
B
Fout

Slide 29 - Quizvraag

Een handdruk is een voorbeeld van non-verbale communicatie.
A
Juist
B
Fout

Slide 30 - Quizvraag

Gezichtsuitdrukkingen zijn voorbeelden van digitale taal.
A
Juist
B
Fout

Slide 31 - Quizvraag

Lichaamstaal is een voorbeeld van analoge taal.
A
Juist
B
Fout

Slide 32 - Quizvraag

Semantische ruis
Scholarisatie 
Symmetrische communicatie 
Betrekkingsaspect 
Spiegelneuronen 
Een storende factor in het communicatieproces veroorzaakt door een beperkte kennis of een gebrek aan communicatieve vaardigheden.
Een ander woord voor ‘leerplicht’ die de communicatie kan beïnvloeden.
De communicatie waarbij beide gesprekspartners op hetzelfde niveau staan.
De wijze waarop mensen tegenover elkaar staan wanneer ze met elkaar communiceren.
Zenuwcellen die het gedrag van de ander in onze hersenen weerspiegelen.

Slide 33 - Sleepvraag

Slide 34 - Tekstslide

Toon met een concreet voorbeeld aan dat de sociale context de interpersoonlijke communicatie beïnvloedt.

Slide 35 - Open vraag

Toon aan dat de verbale, non-verbale en subverbale communicatie niet altijd op elkaar zijn afgestemd.

Slide 36 - Open vraag

Lees onderstaande tekst
Thuis heb je ruzie met je kleine broer en dat maakt je ongelukkig. In de klas kun je je niet concentreren en zit je naar buiten te staren. De leerkracht maakt een opmerking en zegt dat hij/zij moeite heeft met je gebrek aan aandacht.

Slide 37 - Tekstslide

Wat is hier de binnenkant, buitenkant en overkant van communicatie?

Slide 38 - Open vraag

Lees onderstaande tekst
Oogcontact maken is iets typisch voor het westen. In de moslimwereld kijk je een meerdere nooit recht in de ogen, maar druk je juist je respect uit door weg te kijken. In het westen communiceert men ook verbaal veel explicieter. In de moslimwereld gebruikt men vaak een impliciete communicatie. 

Slide 39 - Tekstslide

Welke socio-culturele factor beïnvloedt de communicatie in het voorbeeld?

Slide 40 - Open vraag

Geef een concreet voorbeeld van dergelijk bewust spiegelgedrag

Slide 41 - Open vraag

Lees onderstaande tekst
Toen ik tijdens een verblijf op Bali beleefd wilde doen tegen een verkoper en hem ‘nee, bedankt’
zei, bleef hij me achtervolgen met zijn koopwaar. Ik had niet door dat het in Bali heel onbeleefd is
om nee te zeggen tegen iemand die jou probeert te benaderen. Een betere optie is om de verkoper te negeren. Als je reageert op een verkoper, interpreteren ze dat in Bali als een blijk van interesse voor zijn waar. Daarnaast beledig je de verkoper door uitdrukkelijk nee te zeggen.



Slide 42 - Tekstslide

Pas het schema voor interpersoonlijke communicatie toe op de tekst.
Axioma 1 Kan niet communiceren 
axioma 2 We spreken altijd dubbel
axioma 3 Iedereen heeft zijn waarheid.
axioma 4 Digitale en analoge taal
axioma 5 Wie heeft het voor het zeggen?
Door de verkoper te negeren, zegt de toerist niets, maar geeft hij wel de boodschap dat hij geen interesse heeft in de koopwaar.
Door ‘nee, bedankt’ te zeggen, wil de toerist beleefd overkomen. Hij wil aangeven dat hij respect heeft voor de verkoper.
Beide personen hebben duidelijk een ander referentiekader. De toerist reageert vanuit de westerse manier om respect uit te drukken, terwijl de verkoper de woorden ‘nee, bedankt’ interpreteert vanuit zijn eigen kader en denkt dat de toerist interesse heeft.
De digitale taal van de toerist (de woorden ‘nee, bedankt’) zorgt voor de communicatiestoornis.
Er is sprake van een symmetrische communicatie. Beide communicatiepartners staan op gelijke hoogte.

Slide 43 - Sleepvraag

axioma 1 : Je kunt niet niet communiceren. Geef voorbeeld

Slide 44 - Open vraag

axioma 2 We spreken altijd
dubbel. Geef voorbeeld uit de tekst

Slide 45 - Open vraag

axioma 2 We spreken altijd
dubbel. Geef voorbeeld

Slide 46 - Open vraag

axioma 3 Iedereen heeft zijn waarheid. Geef voorbeeld

Slide 47 - Open vraag

axioma 4 Digitale en analoge taal. Geef voorbeeld

Slide 48 - Open vraag