LOG H1 Werken als retailmedewerker

Hoofdstuk 1 Werken als retailmedewerker
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
RetailMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 1 Werken als retailmedewerker

Slide 1 - Tekstslide

Werkzaamheden
retailmedewerker

Slide 2 - Woordweb

1.1 Inleiding
In dit hoofdstuk maak je kennis met de taken en de werkplek van de retailmedewerker. Als retailmedewerker kun je bij verschillende winkels aan het werk. Je zorgt ervoor dat de winkel er netjes en verzorgd uitziet, je presenteert de artikelen en ontvangt goederen in het magazijn. Ook help je klanten met het vinden van de juiste producten en help je hen bij de kassa. 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

1.2 Doelstellingen
Na dit hoofdstuk kun je:
  • het verschil tussen de detailhandel en groothandel benoemen
  • verschillende soorten winkels onderscheiden
  • uitleggen wat potentiële en effectieve klanten zijn
  • de beroepshouding van een retailmedewerker beschrijven
  • per functie in de retail de taken benoemen

Slide 5 - Tekstslide

1.3 Detailhandel en groothandel
Met detailhandel worden winkels bedoeld die producten aan consumenten verkopen. Consumenten zijn particulieren die artikelen voor zichzelf kopen. 
Een ander woord voor detailhandel is retail

Met groothandel worden winkels bedoeld die producten aan bedrijven, detailhandel en horeca verkopen.

Slide 6 - Tekstslide

<span style="font-weight: bold; color: rgb(255, 255, 255)">Detailhandel</span>
<span style="font-weight: bold">Groothandel</span>
Verkoopt aan consumenten
Verkoopt aan winkels
Ander woord voor retail
Verkoopt grote hoeveelheden
Verkoopt kleine hoeveelheden

Slide 7 - Sleepvraag

Maak opdracht 1.01 tot en met 1.03 (blz. 14 en 15)

Slide 8 - Tekstslide

1.4 Soorten winkels
Winkels kun je onder verdelen in verschillende categorieën:
  • branche
  • grootte
  • food of non-food
  • online en/of offline winkels
  • speciaalzaken en warenhuizen
  • zelfbediening of bediening 

Slide 9 - Tekstslide

1.4.1 Branches
Binnen de retail kennen we veel verschillende branches. Al die branches kan je onderverdelen onder acht groepen, namelijk; elektronica, onderwijs en vrije tijd, foodspeciaalzaken, huis en tuin, kleding en sport, levensmiddelen, persoonlijke verzorging en woninginrichting. 

Kijk op www.retailinsiders.nl/branches en kijk er eens doorheen. 

Slide 10 - Tekstslide

Welke branche spreekt jou het meest aan?

Slide 11 - Open vraag

1.4.2 Winkelgrootte
Sommige winkels zijn kleine familiebedrijven met maar één vestiging en sommige winkels hebben meerdere vestigingen. Het aantal vestingen en aantal werknemers zegt iets over de winkelgrootte. 

Slide 12 - Tekstslide

Kleinbedrijf
M<span>iddenbedrijf</span>
Grootbedrijf<div><br></div>
Minder dan 10 werknemers
Eén vestiging

Tussen de 10 en 50 werknemers
Eén, twee of meer vestigingen
Meer dan 50 werknemers
Meerdere vestigingen, soms ook internationaal

Slide 13 - Sleepvraag

1.4.3 Food en non-food
Bij winkels maken we onderscheid tussen winkels die eten verkopen (food) en winkels die dat niet doen (non-food).

Slide 14 - Tekstslide

food winkels

Slide 15 - Woordweb

non-food winkels

Slide 16 - Woordweb

1.4.4 Online en/of offline winkels 

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

1.4.5 Speciaalzaken en warenhuizen
Speciaalzaken hebben maar een paar soorten producten, maar hier wel heel veel keuze in, een smal en diep assortiment. Denk bijvoorbeeld aan een muziekwinkel, fietswinkel, kaaswinkel of een bloemenzaak.

Een warenhuis verkoopt heel veel soorten producten, maar heeft een kleinere keus per productsoort, een breed en ondiep assortiment. Denk bijvoorbeeld aan de Marskramer, Hema,  Hudson Bay en Bijenkorf.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

1.4.6 Zelfbediening- of bedieningswinkel
Een zelfbedieningswinkel is een winkel waar je als klant doorheen loopt en producten koopt.

Bij een bedieningswinkel voorziet de retailmedewerker door middel van verkoopgesprekken de klant van informatie en advies.

Slide 21 - Tekstslide

De klant krijgt in deze winkel advies van een retailmedewerker
A
Zelfbedieningswinkel
B
Bedieningswinkel

Slide 22 - Quizvraag

De klant winkelt zelfstandig
A
Zelfbedieningswinkel
B
Bedieningswinkel

Slide 23 - Quizvraag

Als retailmedewerker ben je vooral bezig met vakken vullen en kassawerkzaamheden
A
Zelfbedieningswinkel
B
Bedieningswinkel

Slide 24 - Quizvraag

Als retailmedewerker ben je veel bezig met het helpen van klanten
A
Zelfbedieningswinkel
B
Bedieningswinkel

Slide 25 - Quizvraag

Maak opdracht 1.04 tot en met 1.12 (blz. 17 t/m 23)

Slide 26 - Tekstslide

1.5 De klant
Als retailmedewerker of verkoper werk je in een winkel en/of voor een webshop. Elke winkel en webshop richt zich op een bepaalde groep mensen, ofwel de doelgroep

Een kleine groep mensen met dezelfde kenmerken noemen we een smalle doelgroep en een grote groep mensen met verschillende kenmerken een brede doelgroep.

Slide 27 - Tekstslide


De doelgroep wordt vaak door het bedrijf in beeld gebracht met een persona. Een persona is een typering van een bepaalde groep mensen.

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Maak opdracht 1.13 tot en met 1.15 (blz. 25 t/m 27)

Slide 30 - Tekstslide

1.6 Beroepshouding van een retailmedewerker
Een retailmedewerker is de gastheer of gastvrouw van de winkel. Als gastheer of gastvrouw is het belangrijk dat je zowel een klantgerichte als een commerciële beroepshouding hebt.

Slide 31 - Tekstslide

Klantgerichte beroepshouding
van een retailmedewerker

Slide 32 - Woordweb

Commerciële beroepshouding
van een retailmedewerker

Slide 33 - Woordweb

Klantgerichte beroepshouding; de klant staat centraal in jouw doen en laten

Commerciële beroepshouding; manier van werken waarbij iemand op een klantvriendelijke manier zo veel mogelijk artikelen probeert te verkopen.

Slide 34 - Tekstslide

Maak opdracht 1.16 t/m 1.24 (blz. 28 t/m 35)

Slide 35 - Tekstslide

1.7 Functies in de retail
Retailmedewerker
Retailspecialist
Retailmanager
Retailondernemer

Slide 36 - Tekstslide

Maak opdracht 1.25 t/m 1.27 (blz. 37 t/m 38)

Slide 37 - Tekstslide

Maak opdracht 1.28 en 1.29 (blz. 39 t/m 43)

Slide 38 - Tekstslide