Les 19: Elevator pitches

Les 19: De elevator pitch
Persoonlijk Profileren
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Les 19: De elevator pitch
Persoonlijk Profileren

Slide 1 - Tekstslide

Weet je wat een elevator pitch is?
Ja
Nee
Ik herken de naam

Slide 2 - Poll

Wat weet je van elevator pitches?

Slide 3 - Open vraag

Elevator pitch

Slide 4 - Tekstslide

Hoelang duurt een elevator pitch?

"Elevator" pitch -> Hoelang je in een lift staat.

30 seconden tot 2 minuten


Slide 5 - Tekstslide

Wat is het eerste dat je doet in je pitch?
A
Leg de situatie uit
B
Motiveer je luisteraars om mee te doen
C
Introduceer jezelf
D
Leg je project uit

Slide 6 - Quizvraag

Wat maakt de pitch een pitch?
A
De pitch is kort en to the point
B
De pitch is lang en simpel
C
De pitch is kort en ingewikkeld
D
De pitch is lang en ingewikkeld

Slide 7 - Quizvraag

Sharktank examples

Slide 8 - Tekstslide

Wat moet je NIET doen tijdens je pitch?
A
Gemotiveerd zijn door je project
B
Je luisteraars bedanken
C
Voorlezen van je blaadje
D
Je verhaal kort en krachtig houden

Slide 9 - Quizvraag

  • Bij een goede elevatorpitch is het van belang dat je de kern van je werk in een aantal punten kan samenvatten. Maak duidelijk wat jouw drijfveren zijn, waar jouw kracht ligt. Zie het als een gesproken visitekaartje. Dat je weet waar je interesses en kwaliteiten liggen. In de pitch vertel je kort maar krachtig:
  • wie je bent
  • wat je te bieden hebt (oplossing)
  • wat je toevoegt (voordelen)
  • wat je zoekt.
  • Dit kun je toepassen op verschillende situaties, bij een sollicitatie, op je website, bij het opperen van een idee of promotie van een product of dienst, in je offertes, tijdens een netwerkbijeenkomst of zakelijke borrel, aan de telefoon met een (potentiële) klant, maar ook tijdens een feestje als mensen vragen wie je bent en wat je doet.
  • Je elevatorpitch komt dus in allerlei situaties van pas.

Slide 10 - Tekstslide

Onderwerpen in een elevatorpitch:

- studie/opleiding.
- werkervaring.
- speciale kennis.
- geslaagde projecten.
- jouw manier van werken.
- of je een specialist bent (specifieke kennis van één ding?).
- of generalist (Weet je van veel verschillende dingen wat?).
- wat jij belangrijk vindt.
- wat je wilt bereiken (in je carrière/ op persoonlijk vlak).
- wat jouw unique sellingpoints zijn (USP).

Tip: Deze WH-vragen helpen je daarbij:
Wie? Waar? Wanneer? Waarom? Wat? Hoe?

Slide 11 - Tekstslide

Noem jouw USP. Waarmee onderscheid jij jezelf?

Slide 12 - Open vraag

Aandachtspunten bij een elevatorpitch zijn:
- Een pitch is kort en krachtig.
- Begin of eindig met een vraag.
- Geef aan wat je doet en kan. Bijvoorbeeld ‘Wat ik goed kan, is …’, ‘Ik doe dit graag omdat …’
- Een pitch is maatwerk. Je past je pitch aan op de situatie en je doelgroep.
- Gebruik woorden die een ander begrijpt.
- Vermijd Engelse woorden zo veel mogelijk.
-Spreek in een actieve vorm. Dus ‘ik wil’ in plaats van ‘ik zou willen’.
- Houd het persoonlijk: praat over jezelf, niet over ‘wij’ en ‘ons bedrijf’.
- Toon je enthousiasme.
- Geef aan wat er zo bijzonder is aan jou.
- Wees oprecht.
Sluit je verhaal af met een uitnodiging voor een vervolg.

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Welke les zit er in dit filmpje?

Slide 15 - Open vraag

Thanks for listening!

Slide 16 - Tekstslide