Orthopedagogiek - Hechting en automutilatie

Zelfbeschadiging
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
OrthopedagogiekMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Zelfbeschadiging

Slide 1 - Tekstslide

Lesplanning
  • PPP-tjes & Presto
  • Terugblik vorige les
  • Doelen van vandaag 
  • Zelfbeschadiging 
  • Hechtingsstoornis 
  • Toevoegen digitale leeromgeving en afronden

Slide 2 - Tekstslide

In hoeveel fasen kun je dementie onderverdelen?
A
4
B
5
C
6
D
3

Slide 3 - Quizvraag

Wat is de meest voorkomende vorm van dementie?
A
Jacob - creutzveldt
B
Alzheimer
C
Fronto-temporale dementie
D
Je herinneringen verdwijnen

Slide 4 - Quizvraag

Dementie herken je als eerst in de ......

Slide 5 - Open vraag

Lesdoelen

Aan het einde van de les:

- Weet jij wat zelfbeschadiging inhoudt

- Weet jij wat redenen en gevolgen kunnen zijn van zelfbeschadiging

Ken jij het verschil tussen een hechtingsstoornis en hechtingsproblematiek

- Ken jij de risico- en beschermingsfactoren van hechting 


Persoonlijk doel: Wat zou jij willen leren over dit onderwerp?

Slide 6 - Tekstslide

Wie kan er iets vertellen over zelfbeschadiging?
Wie kan er iets vertellen over zelfbeschadiging?

Slide 7 - Tekstslide

Yes we can! 
https://www.videoland.com/player/90404//500734
26:45 

Vul de vragen in op papier 
Bespreek met je buurman/buurvrouw 




timer
5:00

Slide 8 - Tekstslide

Wat is een ander woord voor zelfverwonding of zelfbeschadiging?
A
agressie
B
automutilatie
C
rumineren
D
stereotyp gedrag

Slide 9 - Quizvraag

Automutilatie
  • Het zichzelf beschadigen en pijn doen, soms met behulp van hulpmiddelen. 

  • Het is een vorm van dwangmatig, zelf verwondend gedrag'

  • Bij meer dan de helft van de mensen met een ernstige verstandelijke beperking komt automutilatie voor.

  • Hoe ernstiger de verstandelijke beperking, hoe groter de kans

  • Samenhang van automutilatie en niveau van communicatie, taalontwikkeling en zelfredzaamheid  

Slide 10 - Tekstslide

Waarom automutilatie?

Slide 11 - Tekstslide

Vormen van automutilatie
www.menti.com code: zie bord
Vul in; welke vormen van automutilatie kun jij benoemen?

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

De belangrijkste oorzaak of reden van automutileren is een gebrek aan probleem oplossend vermogen

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Zal jij kunnen werken met deze doelgroep? Zo ja/nee, waarom?

Slide 16 - Open vraag

Stel; jij werkt als persoonlijk begeleider met deze doelgroep, wat zal belangrijk zijn in de begeleiding?

Slide 17 - Open vraag

Persoonlijk begeleider; hoe ga je ermee om?

                                                               Wat moet je vooral niet doen................?
  • maar ook......niet staren naar de zelfbeschadiging !!
  • Erkennen, herkennen en bespreken problematiek​
  • Vertrouwensband opbouwen
  • Dagboek bijhouden: trend wanneer het plaatsvindt​
  • Ontdekken welke stressmomenten bepalend zijn​
  • Aanbieden van dagbesteding
  • Stichting Zelfbeschadiging -> 355 alternatieven​
  • O.a. omgaan met woede, ontspanningsoefeningen, hulp leren vragen, schrijven fysieke uitdagingen, bewustwording​






Slide 18 - Tekstslide

Vorm van behandeling - paardencoach
5:28- tm 10:30

Slide 19 - Tekstslide

HECHTING

Slide 20 - Tekstslide

Deze video is niet meer beschikbaar
Welke video was dit?

Slide 21 - Tekstslide

Waar denk jij aan bij het woord hechting?

Slide 22 - Woordweb

Wat is hechting?
Hechting is de duurzame emotionele band tussen ouder en kind die ontstaat in het eerste levensjaar​


Kind voelt zich vertrouwd​
Maakt vaak contact met ouder/verzorger​
Laten zich snel door hen geruststellen​
Durft van alles te onderzoeken

Twee pijlers: ​
Veilige basis: Kind weet en voelt in onbekende situaties terug te kunnen gaan naar zijn ouder​

Veilige haven​: ​Kind heeft contact met de ouder als hij/zij een onbekende ruimte aan het verkennen is (bv. via oogcontact, zwaaien o.i.d.).












Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Beantwoord in tweetallen
1. Hoe is de band met je ouder(s)/verzorger(s)? 

2. Breng allebei een situatie in waarin de hechting/band met je ouder(s)/verzorger(s) (even) verstoord was. Wat maakte dat de hechting/band (even) verstoord was?

3. Is deze hechting/band wel/niet weer hersteld? Waardoor kwam dit denk je? 

Slide 25 - Tekstslide

Voorwaarden voor veilige hechting
  1. Sensitief reageren: ouder staat open voor signalen van het kind, begrijpt de signalen en reageert snel en agequaat. 
  2. Continuïteit: er is continuïteit in de aanwezigheid van de gehechtheidspersoon nodig. 
  3. Mentaliseren: ouder verplaatst zich in het perspectief van het kind en verwoordt dat ook. 

Slide 26 - Tekstslide

Risicofactoren tijdens het hechtingsproces

Slide 27 - Tekstslide

Beschermende factoren tijdens het hechtingsproces

Slide 28 - Tekstslide

Onveilige hechting

3 indelingen:​

Vermijdend gehechte kinderen​
‘te enthousiast’ op onderzoek uit, geen contact ouder, denken het zelf te moeten oppakken​

Ambivalent of afwerend gehechte kinderen​
Onderzoeken hun omgeving juist te weinig, accepteren geen troost​

Gedesoriënteerde gehechtheid​
Kind lijkt doelloos te handelen 







Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Hechtingsproblematiek vs. hechtingsstoornis
  • Kind/jongere die niet goed gehecht is heeft niet meteen een hechtingsstoornis. 
  • 25 - 30 % van de Nederlandse bevolking is niet volledig veilig gehecht, 1 % van de Nederlandse bevolking heeft een hechtingsstoornis. 

Slide 31 - Tekstslide

Aan de slag
Bezig met de opdrachten in de digitale leeromgeving 
Zie studiewijzer

Slide 32 - Tekstslide