6.1 Nederland duurzaam?

De eerste storm van het jaar (2 januari) in Nederland kreeg de naam
A
Piet
B
Hanneke
C
Henk
D
Lilly
1 / 32
volgende
Slide 1: Quizvraag
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

De eerste storm van het jaar (2 januari) in Nederland kreeg de naam
A
Piet
B
Hanneke
C
Henk
D
Lilly

Slide 1 - Quizvraag

De hoogwaterstanden in Nederland komen niet zo vaak voor, maar
A
1 keer in de 25 jaar
B
1 keer in de 50 jaar
C
1 keer in de 100 jaar
D
1 keer in de 10 jaar

Slide 2 - Quizvraag

....... meet laagste temperatuur in januari in 25 jaar: -43,6 graden.
Welk land hoort er te staan?
A
Noorwegen
B
Zweden
C
Finland
D
IJsland

Slide 3 - Quizvraag

Op 1 januari 2024 vond er een zware aardbeving van 7,6 plaats in
A
Indonesië
B
Japan
C
Brazilië
D
Chili

Slide 4 - Quizvraag

Wat weet je over klimaatverandering?

Slide 5 - Woordweb

Slide 6 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van de les weet je:
  • waardoor de aarde opwarmt
  • welke manieren er zijn om de uitstoot van CO2 te verminderen: energiebesparing en energietransitie
  • de omvang en de soorten duurzame energie in Nederland

Slide 7 - Tekstslide

De aarde warmt op
Het klimaat op aarde verandert door het gebruik van fossiele brandstoffen = aardgas, aardolie, steenkool
Extra CO₂ in de lucht door : Industrie, verkeer, transportbedrijven, landbouw en elektriciteitscentrales.

Steenkool in Nederland minder - winnen geen steenkool meer


Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

(Versterkt) Broeikaseffect
Het broeikaseffect = het vasthouden van zonnewarmte door de dampkring   ->  broeikasgassen als koolstofdioxide (CO₂)
 
Zonder het natuurlijk broeikaseffect: te koud om op aarde te leven. Maar: versterkt broeikaseffect -> Opwarming aarde:

- ijs en sneeuw smelten op de polen en in de bergen
 - extremer klimaat, ook in Nederland

Meer stormen, stortregens, hittegolven en langdurige droogten

Slide 10 - Tekstslide

weinig regen, grote verdamping. - verdamping: als het warmer / zonniger / winderiger is  meer water verandert in waterdamp. - Nederland: gemiddeld meer neerslag dan verdamping = neerslagoverschot  voorjaar en zomer: neerslagtekort  waterbalans = verschil neerslag en verdamping
Leer deze afbeelding!!

Slide 11 - Tekstslide

Minder CO₂ in de dampkring

De meeste landen willen de klimaatverandering beperken
2030: CO₂ moet met de helft gedaald zijn.
2050: Nederland klimaatneutraal.

2 mogelijkheden:
1. Energiebesparing
2. Energietransitie 

Slide 12 - Tekstslide

Energiebesparing
Energiebesparing: zuiniger omgaan met energie.

VB: Isoleren, verwarming lager, minder lang douchen

Slide 13 - Tekstslide

Energietransitie
Energietransitie = omschakelen van fossiele naar duurzame energiebronnen.

Fossiele energiebron: op = op en brengen CO₂ in de lucht.
Duurzame / hernieuwbare energiebron: raken niet op en brengen geen CO₂ in de lucht.

Slide 14 - Tekstslide

B131 Duurzaam gebruik
Verschillende mogelijkheden voor duurzaamheid:
  • Overstappen op gebruik van:
  1. Duurzame grondstoffen (plastic rietjes --> papieren rietjes)
  2. Duurzame energiebronnen: Energietransitie
  • Energiebesparing
  • Recycling / hergebruik

Slide 15 - Tekstslide

B141 Koolstofkringloop
Belangrijke afbeelding

Slide 16 - Tekstslide

B141 Koolstofkringloop
Uitwisseling van CO₂ = koolstofkringloop
1. Planten nemen CO₂ op uit de lucht en maken zuurstof = fotosynthese
maar ademen een klein deel CO₂ weer uit door transpiratie verdamping via bladeren
2. Mensen stoten CO₂ uit via fossiele brandstoffen en ontbossing

Slide 17 - Tekstslide

Aan de slag:
Wat?
§6.1 Opdrachten: 1 t/m 4
        
Waar?
Learnbeat (via magister -> leermiddelen) 
Hulp?
- Theorie (                = bovenin links)
- Atlas 
- Docent 
Klaar?
Herhaling / samenvatting maken 
Niet af?
Huiswerk voor volgende les
Oefenen met de leerstof

Slide 18 - Tekstslide

Een voorbeeld van een fossiele brandstof is
A
Windenergie
B
Zonne-energie
C
Aardgas
D
Biomassa

Slide 19 - Quizvraag

Het versterkte broeikaseffect kan je zin aan de
A
linkerkant
B
rechterkant

Slide 20 - Quizvraag

Een voorbeeld van energietransitie is
A
Minder lang douchen
B
Zonnepanelen op je dak leggen
C
De verwarming minder hoog aan

Slide 21 - Quizvraag

Een voorbeeld van energiebesparing is
A
Een windmolenpark aanleggen
B
Organisch materiaal gebruiken als biobrandstof
C
Vaker op de fiets in plaats van met de auto

Slide 22 - Quizvraag

Waardoor komt er de meeste CO2 in de lucht?
A
Ademen van dieren, mensen en planten
B
energiebedrijven, industrieën, landbouw, transportbedrijven
C
Fotosynthese
D
Vulkaanuitbarstingen

Slide 23 - Quizvraag

De drie meest gebruikte energiebronnen in Nederland zijn:
(op volgorde van meest gebruikt naar minder)
A
Aardolie - Aardgas - Steenkool
B
Steenkool - Aardolie - Aardgas
C
Aardgas - Steenkool - Aardolie
D
Aardgas - Aardolie - Steenkool

Slide 24 - Quizvraag

Lesdoelen
Aan het einde van de les weet je:
  • waardoor de aarde opwarmt
  • welke manieren er zijn om de uitstoot van CO2 te verminderen: energiebesparing en energietransitie
  • de omvang en de soorten duurzame energie in Nederland

Slide 25 - Tekstslide

Van grijs naar groen
In Nederland is het aandeel duurzame energie nog klein.
Windenergie:






Windmolenparken op zee: duurder, maar meer energie
Voordelen
Nadelen
Schoon
Betrouwbaarheid
Steeds groter
Lawaai
Steeds beter
Lelijk
Steeds goedkoper
Leer deze afbeelding

Slide 26 - Tekstslide

Van grijs naar groen
Zonne-energie:
Nadeel: betrouwbaarheid, lage opbrengst winter

Lucht- en bodemwarmte: Warmtepompen verwarmen huis en kraanwater.

Slide 27 - Tekstslide

Van grijs naar groen
Biomassa = organisch materiaal: houtresten, groente-, fruit-, tuinafval, oud papier, plantaardige olie, mest. In te zetten voor elektriciteit en als biobrandstof.
Biomassa is een duurzame energiebron:
 - raakt nooit op.
 - CO₂-neutraal: er komt bij de verbranding alleen CO₂ vrij dat planten en bomen tijdens hun leven hebben opgenomen = fotosynthese
- maar:  steeds nieuwe planten en bomen nodig + groei bomen kost tijd 

Slide 28 - Tekstslide

B130 Duurzame energie

Hernieuwbare energiebronnen /  duurzame energiebronnen: raken bij het gebruik ervan niet op en dragen niet bij aan het versterkt broeikaseffect.
• Zonne-energie: zonlicht.
• Windenergie: wind.
• Hydro-elektriciteit: vallend water.
• Biomassa: organisch materiaal, plantaardige olie, mest. Ook als biobrandstof te gebruiken.
• Geothermische energie: aardwarmte.


Slide 29 - Tekstslide

Inhaalrace
De energietransitie in Nederland liep achter bij andere Europese landen. Want minder mogelijkheden / aandacht

Inmiddels extra maatregelen, als het lukt in 2030:
+ 37% duurzame energie in energieverbruik
 + 70% elektriciteit duurzaam opgewekt.

Slide 30 - Tekstslide

Aan de slag:
Wat?
§6.1 Opdrachten: 5 t/m 8
        
Waar?
Learnbeat (via magister -> leermiddelen) 
Hulp?
- Theorie (                = bovenin links)
- Atlas 
- Docent 
Klaar?
Herhaling / samenvatting maken 
Niet af?
Huiswerk voor volgende les
Oefenen met de leerstof

Slide 31 - Tekstslide

Begrippenlijst
  • Fossiele brandstoffen
  • Broeikaseffect
  • Versterkt broeikaseffect
  • Energiebesparing
  • Energietransitie
  • Duurzame / hernieuwbare energiebron
  • Koolstofkringloop
  • Fotosynthese
  • Windenergie
  • Zonne-energie
  • Lucht- en bodemwarmte
  • Biomassa
  • Biobrandstof

Slide 32 - Tekstslide