M4 H1 Rendement

M4 H1 Rendement
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

M4 H1 Rendement

Slide 1 - Tekstslide

Programma




§ 1.4 Rendement
Groepsopdracht een huis kopen met een hypothecaire lening
Afsluiting: wat heb je geleerd? 

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
  • Je kunt het rendement op een investering berekenen
  • Je kunt het verschil tussen nominaal en reëel rendement uitleggen

Slide 3 - Tekstslide

Indexcijfers
Indexcijfer = verhoudingsgetal, is geen percentage

Je kan de procentuele verandering er wel van afleiden.
Indexcijfer 140 => 40 % toename t.o.v. basisjaar (100)
Indexcijfer 95 => 5 % afname t.o.v. basisjaar (100)

Slide 4 - Tekstslide

Wat is wat? Wat is CPI? Wat is inflatie?

Slide 5 - Tekstslide

Rendement

Slide 6 - Tekstslide

Rendement
  • Nominaal rendement: opbrengst (als %) zonder rekening te houden met inflatie
  • Reëel rendement: opbrengst (als %) na correctie voor inflatie

Slide 7 - Tekstslide

Rendement
€ 2000,- op je spaarrekening, 3% rente per jaar, inflatie 2%.
Wat is het nominale rendement dat jaar?
Wat is het reële rendement dat jaar?

Slide 8 - Tekstslide

Rendement
€ 2000,- op je spaarrekening, 3% rente per jaar, inflatie 2%.
Wat is het nominale rendement dat jaar? 
  • 0,03 x 2000 = € 60. 
  • 60 : 2000 x 100% = 3%

Slide 9 - Tekstslide

Rendement
€ 2000,- op je spaarrekening, 3% rente per jaar, inflatie 2%.
Wat is het reële rendement dat jaar? 
  • 0,03 x 2000 = € 60. 
  • 2060 is eind van het jaar waard: 2060 : 1,02 = 2019,61
  • Reële rendement: 19,61 : 2000 x 100% = 0,98 %

Slide 10 - Tekstslide

Rendement
Reëel rendement kan je ook berekenen met indexcijfers:

Slide 11 - Tekstslide

Rendement
€ 2000,- op je spaarrekening, 3% rente per jaar, inflatie 2%.
  • Indexcijfer nominale spaarwaarde?
  • CPI?
  • Indexcijfer reële spaarwaarde?

Slide 12 - Tekstslide

Rendement
€ 2000,- op je spaarrekening, 3% rente per jaar, inflatie 2%.
  • Indexcijfer nominale spaarwaarde = 103
  • CPI = 102
  • Indexcijfer reële spaarwaarde = 103 : 102 x 100 = 100,98
  • Reële rendement = 100,98 - 100 = 0,98 %

Slide 13 - Tekstslide

Opdracht
Wat zie je?
Wat denk je?
Wat vraag je je af?

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Wat zie je?

Slide 16 - Woordweb

Slide 17 - Tekstslide

Wat denk je?

Slide 18 - Woordweb

Slide 19 - Tekstslide

Wat vraag je je af?

Slide 20 - Woordweb

Slide 21 - Video

Lesdoelen
  • Je kunt het rendement op een investering berekenen
  • Je kunt het verschil tussen nominaal en reëel rendement uitleggen

Slide 22 - Tekstslide

Huiswerk


Bestudeer § 1.4 
Maak de opgaven 23 t/m 28. Begrijp opdracht 27 goed.

Slide 23 - Tekstslide