Formuleren, herhaling beknopte bijzin en symmetrie

Welkom!
We gaan nog eens even goed oefenen met de beknopte bijzinnen en symmetrie!
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom!
We gaan nog eens even goed oefenen met de beknopte bijzinnen en symmetrie!

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen vandaag?
  • Lesdoel
  • Uitleg H3: formuleren
  • Samen oefenen
  • Leren voor de toets en vragen stellen

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel
  • Huiswerk: je weet of je het hebt gesnapt
  • Aan het eind van de les heb je op een rijtje wat hoofdzinnen en bijzinnen ook alweer zijn;
  • Aan het einde van deze les kan je foutieve beknopte bijzinnen herkennen en verbeteren.
  • Aan het eind van deze les kun je zinnen met symmetriefouten verbeteren

Slide 3 - Tekstslide

1) Wij willen een meerderheid aan stemmen en dat iedereen voor 10 april stemt.  

-Wij willen een meerderheid aan stemmen en voor 10 april uitgebrachte stemmen.
-Wij willen dat de meeste mensen op ons stemmen en dat iedereen voor 10 april stemt.



.

Slide 4 - Tekstslide

2) Wij gaan naar school om les te krijgen en voor de gezelligheid.

-Wij gaan naar school voor de les en voor de gezelligheid.

-Wij gaan naar school om les te krijgen en om het gezellig te hebben.

 


Slide 5 - Tekstslide

3) Ik wil dit boek niet lezen, omdat het genre me niet aanspreekt en ik ben geen fan van de schrijver.

-Ik wil dit boek niet lezen, omdat het genre me niet aanspreekt en omdat ik geen fan ben van de schrijver.
-Ik wil dit boek niet lezen, want het genre spreekt me niet aan en ik ben geen fan van de schrijver.

Slide 6 - Tekstslide

Twee soorten zinnen
Enkelvoudige zin (1 pv):
De docent roept de leerlingen.
Zij horen hem niet.

Samengestelde zin (meer dan 1 pv):
De docent roept de leerlingen, maar zij horen hem niet.

Slide 7 - Tekstslide

Hoofdzinnen en bijzinnen
Samengestelde zinnen zijn dus zinnen die aan elkaar zijn geplakt.

Een samengestelde zin kan bestaan uit:
- twee hoofdzinnen
- een hoofdzin en een bijzin


Slide 8 - Tekstslide

Samengestelde zinnen met twee hoofdzinnen
In een samengestelde zin staat altijd minimaal één hoofdzin. Een hoofdzin is een zin die ook op zichzelf kan staan. Je kunt een samengestelde zin maken van twee op zichzelf staande zinnen, twee hoofdzinnen dus.
Om twee zinnen samen te voegen, gebruik je een voegwoord.
Tussen twee hoofdzinnen gebruik je een nevenschikkend voegwoord:
en, of, maar, want, dus
De docent roept de leerlingen dus zij stoppen met praten.
Een hoofdzin herken je aan twee dingen:
1. de persoonsvorm staat vooraan in de zin (eerste of tweede zinsdeel)
2. onderwerp en persoonsvorm staan in een hoofdzin naast elkaar.

Slide 9 - Tekstslide

Bijzinnen
Een bijzin is een zin die niet op zichzelf kan staan en nooit los voorkomt.
Een bijzin wordt altijd gekoppeld aan een hoofdzin en hoort bij de hoofdzin.
Een bijzin wordt aan de hoofdzin gekoppeld met een onderschikkend voegwoord. Daarvan zijn er veel meer:
wanneer, als, terwijl, zodra, voordat, voor, nu, toen, nadat, zolang als, totdat, sinds, doordat, zodat, waardoor, omdat, opdat, indien, mits, tenzij, hoewel, ofschoon, ondanks dat, zoals, alsof, dat, of ..
Een bijzin herken je aan drie dingen: 
1. de pv staat achteraan (laatste of één-na-laatste zinsdeel)
2. persoonsvorm en onderwerp staan uit elkaar
3. je kunt de bijzin vaak vervangen door één woord


Slide 10 - Tekstslide

Hoofdzin en bijzin herkennen
Hoe herken je nu waaruit de samengestelde zin bestaat:
- een hoofdzin met een hoofdzin (van belang bij symmetrie en samentrekkingen)  óf
- een hoofdzin met een bijzin ???

1. Bij een hoofdzin staan pv en ow naast elkaar en kan er niets tussenkomen.
2. Een bijzin is niet af zonder de hoofdzin en daarin staan pv en ow niet altijd naast elkaar.
3. De bijzin heeft een functie als je de zin ontleedt. Het is ow, lv of nd, mv, vzv of bwb.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Hoofdzinnen en beknopte bijzinnen
  • Het onderwerp van de hoofdzin moet je ook in kunnen vullen als onderwerp van de beknopte bijzin. Dan is de beknopte bijzin goed. Anders: foutief, verbeteren!
  • Beknopte bijzin: geen pv, geen o, wel een volt deelw/onvolt deelw/'te' + infinitief
  • Voorbeeld: [Kletsnat geregend door de plotselinge stortbui] zette Lars chagrijnig zijn fiets in de schuur.

Slide 14 - Tekstslide

Foutieve beknopte bijzinnen verbeteren
Manier 1: Maak van de beknopte bijzin een gewone bijzin
  • Bij volt deelw: 'Nadat..., onv deelw: Toen/terwijl. Zoek een logisch voegwoord!
  • Verander het volt. deelw/onv. deelw/infinitief in een pv --> dezelfde tijd als de hoofdzin
  • Zorg voor een passend onderwerp

Slide 15 - Tekstslide

Eindelijk afgestudeerd bedroeg mijn studieschuld 25 duizend euro
A
Bijzin
B
Beknopte bijzin

Slide 16 - Quizvraag

'Eindelijk afgestudeerd bedroeg mijn studieschuld 25 duizend euro.' Hoe maak je van de beknopte bijzin een gewone bijzin?

Slide 17 - Open vraag

Manier 2
Verander de hoofdzin en vul daarbij het denkbeeldige onderwerp van de beknopte bijzin in

Slide 18 - Tekstslide

Wachtend op de trein naar Maastricht flitste de verlichting van het station plotseling aan.
A
Bijzin
B
Beknopte bijzin

Slide 19 - Quizvraag

'Wachtend op de trein naar Maastricht flitste de verlichting van het station plotseling aan. 'Hoe verander je nu de hoofdzin?

Slide 20 - Open vraag

Beloofde Kathalijne haar moeder zojuist dat ze op tijd thuis zou komen?
A
Bijzin
B
Beknopte bijzin

Slide 21 - Quizvraag

Hoe maak je van deze bijzin een beknopte bijzin?

Slide 22 - Open vraag

"Na een half uur in de abri gewacht te hebben, kwam de bus er eindelijk aan." Hoe maak je van de beknopte bijzin een gewone bijzin?

Slide 23 - Open vraag

Dus: Foutieve beknopte bijzinnen
Als de beknopte bijzin een bijwoordelijke bepaling is, moet het 'denkbeeldige onderwerp' van de beknopte bijwoordelijke bijzin hetzelfde zijn als het onderwerp van de hoofdzin.

Slide 24 - Tekstslide

Voorbeeld: fout of goed?
[Om u genoeg tijd te bieden voor uw inkopen] sluiten de deuren van onze supermarkt op kerstavond pas om 21.00 uur.

Slide 25 - Tekstslide

Een foutieve beknopte bijzin verbeteren

Om u genoeg tijd te bieden voor uw inkopen, sluiten we de deuren van onze supermarkt op kerstavond pas om 21.00 uur.

Slide 26 - Tekstslide

Een foutieve beknopte bijzin verbeteren

Omdat we u genoeg tijd willen bieden voor uw inkopen, sluiten de deuren van onze supermarkt op kerstavond pas om 21.00 uur.

Slide 27 - Tekstslide

Ik snap de (foutieve) beknopte bijzin...
A
helemaal
B
best goed
C
een beetje
D
nog niet helemaal

Slide 28 - Quizvraag

Geen symmetrie
Deze stijlfout komt vooral voor bij opsommingen. Alle delen van een opsomming moeten dezelfde structuur hebben. Ze moeten symmetrisch zijn. Als dit niet zo is, is er geen symmetrie en dat is fout.

* Een verhaal bestaat meestal uit drie delen: het begin, het middenstuk en hoe het afloopt. (fout)
 Een verhaal bestaat meestal uit drie delen: het begin, het middenstuk en het slot. (goed)

Slide 29 - Tekstslide

Geen symmetrie
1. fouten in getal (enkelvoud-meervoud)
In plaats van de aanhang van de president gaan nu zijn politieke tegenstanders de straat op om te feesten.

2. Fouten in voornaamwoordelijke aanduiding (wat een term!)
Wij adviseren u om op tijd te arriveren, omdat je anders in een lange wachtrij zal staan.

3. Fouten in grammaticale constructie
Wij stellen het bezoek aan de koning uit vanwege de aanhoudende protesten en omdat de koning griep heeft.

Slide 30 - Tekstslide

Als je topsporter wilt worden, zijn doorzetten, talent, goede begeleiding en dat je ouders je steunen belangrijk.
timer
0:20
A
Wel symmetrie
B
Geen symmetrie

Slide 31 - Quizvraag

Veel mannen zien het nut van schoonheidsbehandelingen voor henzelf niet in, maar de moderne man zou best eens wat meer aandacht aan zijn uiterlijk kunnen besteden.
A
Wel symmetrie
B
Geen symmetrie

Slide 32 - Quizvraag

Verbeter de volgende zin:
In dit artikel bespreken we de werkwijzen van huiswerkinstituten, de kosten van de ondersteuning en of de begeleiding voldoende kwaliteit heeft.

Slide 33 - Open vraag

En nu...
  • Ga de stof bestuderen! (H. 1, 3 en 6, formuleren)
  • Digitale methode: uitlegfilmpjes, ook als je googelt op 'Arnoud Kuijpers' kun je goede filmpjes vinden.
  • Ga vooral ook oefenen! Volgende les: oefentoets.  

Slide 34 - Tekstslide

Succes vandaag en alvast een fijn weekend!

Slide 35 - Tekstslide