Les 13 - Rangtelwoorden, dagen, vakken

¡Bienvenidos a tu clase de español!
12
Hoy es miércoles, 16 de septiembre de 2026
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

¡Bienvenidos a tu clase de español!
12
Hoy es miércoles, 16 de septiembre de 2026

Slide 1 - Tekstslide

El programa
1. Controlamos los deberes
2. Los días y los números ordinales
3. Video - asignaturas
4. Bijvoeglijk naamwoord
5. Deberes

Slide 2 - Tekstslide

Los días y
los números ordinales 
Página 23, ej 4 & 5

Klassikaal
- Video dagen + rangtel
- LessonUp sleepvragen

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

L
O
S

D
í
A
S
sábado
miércoles
viernes
lunes
jueves
domingo
martes
donderdag
maandag
zondag
vrijdag
dinsdag
woensdag
zaterdag

Slide 5 - Sleepvraag

L
O
S

M
E
S
E
S
enero
abril
marzo
junio
mayo
julio
febrero
agosto
septiembre
octubre
noviembre
diciembre
mei
juni
juli
maart
februari
april
januari
augustus
september
oktober
november
december

Slide 6 - Sleepvraag

Números ordinales

  1. primero/-a: 1ste
  2. segundo/ -a: 2e
  3. tercero/-a: 3e
  4. cuarto/ -a: 4e
  5. quinto/ -a: 5e
  6. sexto/-a: 6e
  7. septimo/-a: 7e
  8. octavo/ -a: 8e
  9. noveno/ -a: 9e
  10. décimo/ -a: 10e
(kunnen mannelijk óf vrouwelijk zijn)

Slide 7 - Tekstslide

Primero
segundo
tercero
cuarto
quinto

Slide 8 - Sleepvraag

1e
2e
3e
4e
5e
6e
7e
8e
9e
10e
décimo/a
noveno/a
octavo/a
séptimo/a
sexto/a
quinto/a
cuarto/a
tercero/a
segundo/a
primero/a

Slide 9 - Sleepvraag

Las asignaturas
- Klassikaal video
- Vragen in LessonUp

Slide 10 - Tekstslide

7

Slide 11 - Video

Gooi de onbepaalde lidwoorden weg.
EL
LA
LOS
LAS
UN
UNA
UNOS
UNAS

Slide 12 - Sleepvraag

Slide 13 - Video

Bijvoeglijk naamwoorden
Wat je moet weten:
  • Bijvoeglijke naamwoorden staan in het Spaans bijna altijd achter het zelfstandig naamwoord.
  • Bijvoeglijke naamwoorden richten zich naar het zelfstandig naamwoord waar ze bij staan (mannelijk/vrouwelijk/enkelvoud/meervoud)

Slide 14 - Tekstslide

1. Bijvoeglijke naamwoorden die 
op een -O eindigen
bijvoorbeeld: bonito (mooi), divertido (leuk), pequeño (klein)

Bij de bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een -o verandert de -o in een -a als het bijvoeglijk naamwoord bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staat. 
vb: el libro bonito (het mooie boek)
       la casa bonita (het mooie huis)

Slide 15 - Tekstslide

2. Bijvoeglijk naamwoorden op een -E die eindigen.
bijvoorbeeld: inteligente (intelligent), horrible (verschrikkelijk)

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een -e veranderen niet wanneer ze bij een een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staan. 
vb: el chico inteligente (de intelligente jongen)
       la chica inteligente (het intelligente meisje)

Slide 16 - Tekstslide

3. Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een medeklinker.
bijvoorbeeld: genial (geniaal), azul (blauw)

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een medeklinker veranderen niet wanneer ze bij een vrouwelijk zelfstandig naamwoord staan. 
vb: el coche azul (de blauwe auto)
       la carpeta azul (de blauwe map)

Slide 17 - Tekstslide

Meervoud van zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden.
  • Zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een klinker krijgen in het meervoud een -s.
vb: el chico inteligente --> los chicos inteligentes
        la casa grande          --> las casas grandes

  • Zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een medeklinker krijgen in het meervoud -es.
vb: el profesor genial --> los profesores geniales
       la situación difícil --> las situaciones difíciles
VERGEET NIET HET LIDWOORD OOK IN HET MEERVOUD TE ZETTEN!!!

Slide 18 - Tekstslide

Trabajamos
Página 24-25, ej 2 , 3 y 4

Slide 19 - Tekstslide

00:45
Wat is "een school" in het Spaans?
A
Una escuela
B
Una computación
C
Un libro
D
Un colegio

Slide 20 - Quizvraag

01:17
Wat is "las ciencias" in het Nederlands?

Slide 21 - Open vraag

01:31
Combineer de Nederlandse woorden met de Spaanse woorden
El maestro
La química
La biología
La física
De docent
Scheikunde
Biologie
Natuurkunde

Slide 22 - Sleepvraag

02:01
La maestra
El papel
El lápiz
La mochila
Las matemáticas
El escritorio

Slide 23 - Sleepvraag

02:26
Wat is een "auditorio"?
A
Een boek
B
Een zaal/een aula
C
Een school
D
Een klas

Slide 24 - Quizvraag

03:02
Waarom is Gustavo teleurgesteld?

Slide 25 - Open vraag

03:29
Welke nieuwe woorden heb je geleerd?

Slide 26 - Woordweb

Haz en la página 23:
Ejercicios 6, 7 y 8


Slide 27 - Tekstslide

Quizlet 
Voca Unidad 2

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Aprender (leren):
Unidad 2, Voca NL-SP 1-30

Hacer (maken):
Tareas pág 23: 4, 5, 6, 7, 8
Los deberes para la próxima clase
¡Mucha suerte!

Slide 30 - Tekstslide

y... ¿Qué has aprendido hoy?
¿Hay preguntas? (zijn er vragen?)

Slide 31 - Tekstslide