Les 24 8 maart 2025

Les 24 21 maart 2026
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecondary Education

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 24 21 maart 2026

Slide 1 - Tekstslide

L24 Wat doen we vandaag? 

Welkom! 

1. Boekbespreking Emmett
2. Herhaling Spelling paragraaf 10: deelwoorden als bijvoeglijk naamwoord 
3. Thema B "bewaren" § 2 De 5w+h-vragen

5. Lesafsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Boekpresentatie:

Emmett

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling werkwoorden



Herhaling Spelling werkwoorden par 7 t/m par 10. 

Slide 4 - Tekstslide

tegenwoordige tijd
ik : ik-vorm                                    zwem                      word
jij : ik-vorm + t                              zwemt                     wordt
hij/zij/het: ik-vorm + t              zwemt                     word
wij: infinitief                                 zwemmen             worden
jullie: infinitief                             zwemmen             worden
zij: infinitief                                  zwemmen              worden

Slide 5 - Tekstslide

verleden tijd zwakke werkwoorden
ik : ik-vorm + de/te                      beloofde              bakte
jij : ik-vorm + de/te                      beloofde              bakte
hij/zij/het: ik-vorm + de/te      beloofde               bakte
wij: ik-vorm + den/ten               beloofden            bakten
jullie: ik-vorm + den/ten           beloofden            bakten
zij: ik-vorm + den/ten                beloofden             bakten

Slide 6 - Tekstslide

werkwoordspelling
A
hij bediend
B
hij bedient

Slide 7 - Quizvraag

werkwoordspelling
A
De oude man bestuurt de auto
B
De oude man bestuurd de auto

Slide 8 - Quizvraag

werkwoordspelling
A
Gisteren verhuisden we naar Groningen.
B
Gisteren verhuisten we naar Groningen.

Slide 9 - Quizvraag

Werkwoordspelling

Wat gebeur... er?
A
Gebeurd
B
Gebeurt

Slide 10 - Quizvraag

Werkwoordspelling
A
De oude man verstuurt de brief.
B
De oude man verstuurd de brief.

Slide 11 - Quizvraag

Is de winter pas net begonnen?
Vorig weekend heeft het gevroren
en alles is wit van de sneeuw geworden.

Ik wil juichend over de finishlijn gaan.    
Dansend liep de leerling de klas uit. 

Ik vind het leuk om te dansen

Slide 12 - Tekstslide

Herhaling voltooid deelwoord
deelwoorden als bijvoeglijk naamwoord 

Slide 13 - Tekstslide

Voltooid deelwoord
De handeling is afgerond (= voltooid).

Er staat in de zin een hulpwerkwoord bij van "hebben", "zijn" of "worden".
Het heeft gevroren. Wij zijn gestart. Jullie worden gekozen.

Het voltooid deelwoord begint vaak met ge-.
Maar dat hoeft niet:
De muis werd verslonden. Hij heeft een programma ontwikkeld.


Slide 14 - Tekstslide

Onvoltooid deelwoord
  • Onvoltooid = nog niet afgerond, nog bezig.
  • Geeft aan hoe iemand bezig is.
Ik wil juichend over de finishlijn gaan.
Huilend liep de leerling de klas uit.

  • Spelling: infinitief + d: lachen + d > lachend
Dansend, springend, fluisterend, nadenkend.

Slide 15 - Tekstslide

Deelwoorden als bijvoeglijk naamwoord
  • Van een vd en od kun je een bijvoeglijk naamwoord maken.
  • Gebruik de normale spellingsregels. Schrijf zo kort mogelijk.
  • Dus: alleen voor de uitspraak soms -dd of -tt.




  • Let op: vd op -en blijft op -en: gevouwen > het gevouwen blaadje


Slide 16 - Tekstslide

Deelwoord als bijvoeglijk naamwoord:
Het ... (landen) vliegtuig
A
gelandde
B
gelande
C
gelanden
D
gelandte

Slide 17 - Quizvraag

Deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
De ... (opduiken) armband
A
opgedoke
B
opgedoken
C
opgedokene

Slide 18 - Quizvraag

Deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.
De ... (zweten) atleet
A
zwetend
B
zwetende
C
zwetentte
D
zwetente

Slide 19 - Quizvraag

Deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
De ... (verbreden) weg
A
verbrede
B
verbreden
C
verbreedde
D
verbreede

Slide 20 - Quizvraag

Deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.
Een ... (winnen) wedstrijd
A
gewonne
B
gewonnen
C
gewonnene

Slide 21 - Quizvraag

Thema B

Thema B "bewaren" § 2 De 5w+h-vragen.
blz. 134

Lees tekst 1. 

Slide 22 - Tekstslide

Tekst 1 - Vraag voor over 40 jaar...
[1] Op de KNSM-laan in Amsterdam is gisteren een tijdcapsule begraven door leerlingen van groep 8 van basisschool De Achthoek. De capsule vertelt mensen over veertig jaar hoe wij nu leven en bevat ook vragen over de toekomst: Luister je naar Madonna? Weet je wat emoji zijn? Schrijven jullie nog, net zoals wij nu doen? Weet je wat een spinner is?
[2] ‘Het moet een boodschap aan de vinder zijn’, zegt initiatiefnemer Ina Pronk, directeur van Loods 6, de stichting die de oude vertrek- en aankomsthal van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij (KNSM) beheert.
[3] Kaarten waarop staat waar kinderen dagelijks mee bezig zijn, boeken over de historie van de KNSM, de Amsterdamse krant Het Parool van afgelopen dinsdag en een boek over beeldengroep Amphitrite, waarnaast de capsule is begraven, moeten ...

Slide 23 - Tekstslide

Thema B
 overbrengen hoe we vandaag de dag leven.
[4] De metalen kist mag worden opgegraven vanaf 2056, als het tweehonderd jaar geleden is dat de KNSM is opgericht. ‘Dat is precies honderd jaar nadat de vorige tijdcapsule hier is begraven. Het moet een soort tijdlijn voorstellen’, zegt oud-KNSM’er Guido Frankfurther.
[5] Hoe willen de betrokkenen ervoor zorgen dat de capsule over veertig jaar daadwerkelijk wordt gevonden? Daar is nog geen waterdicht plan voor. ‘De basisschool laat het vrij, maar in Loods 6 willen we een oud sleutelkastje ophangen, waarvan onze opvolgers weten waar de sleutel ligt. Het idee is om daar een landkaart en een brief in te stoppen, waardoor men weet dat er een tijdcapsule is begraven. Een soort schatkaart dus’, aldus Pronk.

Slide 24 - Tekstslide

5w+H vragen
Deze vijf "wat" en "hoe" vragen helpen je om belangrijke informatie uit een tekst te vergaren:  
  • Wat is er gebeurd?
  • Wie waren erbij betrokken?
  • Waar is het gebeurd?
  • Wanneer gebeurde het?
  • Waarom (of waardoor) gebeurde het?
  • Hoe gebeurde het?

Je kunt deze vragen ook in gedachten te houden als je bijv. een nieuwsbericht schrijft. Het maakt het nieuwsbericht zo compleet mogelijk. (zie: journalistieke werkwijze). 

Slide 25 - Tekstslide

Lesafsluiting
Volgende week is er weer een fysieke les. 

 Het huiswerk voor de komende week is:  
▪ Lees in je leesboek
▪ Thema B §2: opdracht 2 en opdracht 3
▪ Cursus 7 Spelling, §10 Voltooid en onvoltooid deelwoord:  opdracht 6 en 7. 
 
Tot volgende week op st Conleth's!


  
  

Slide 26 - Tekstslide

Spelling: par 11. werkwoordstijden


ott
ovt
vtt
vvt

Slide 27 - Tekstslide

schrijf de afkortingen voluit: ott, ovt, vtt, vvt

Slide 28 - Open vraag

Werkwoordstijden
Je ziet vaak aan de zin wanneer een gebeurtenis zich afspeelt. Soms zie je dit door 'tijdwoorden' als morgen, gisteren, straks etc. Je kunt het ook aan de werkwoorden in een zin zien.
Deze werkwoordstijden kun je bepalen door te kijken naar de persoonsvorm. Je kijkt nu dus niet naar tijdwoorden.
Werkwoordstijden zijn belangrijk om teksten te lezen en te schrijven en voor het leren van een vreemde taal.

Slide 29 - Tekstslide

Een overzicht van de werkwoordstijden

Slide 30 - Tekstslide

Woordsoorten: werkwoordstijden

Slide 31 - Tekstslide

Benoem de werkwoordstijd.

Ik volg de les.
A
ott
B
vtt
C
ovt
D
vvt

Slide 32 - Quizvraag

Benoem de werkwoordstijd.
Had je de afwas al gedaan?
A
ott
B
ovt
C
vtt
D
vvt

Slide 33 - Quizvraag

Benoem de werkwoordstijd.

Ik had spinazie gegeten.
A
ott
B
vtt
C
ovt
D
vvt

Slide 34 - Quizvraag

Benoem de werkwoordstijd.
Ik heb gitaar gespeeld.
A
ott
B
ovt
C
vtt
D
vvt

Slide 35 - Quizvraag

Slide 36 - Tekstslide

Meervoud (mv) en enkelvoud (ev)
De laatste mammoeten op aarde stierven… 
De laatste van de mammoeten op aarde stierf… 

De helft van alle varkens werd… 
De groep van honden was… 
Het aantal varkens is… 

Slide 37 - Tekstslide

Verleden tijd zwakke ww

verleden tijd van 'doden'? neem de ik-vorm 

Slide 38 - Tekstslide