Introductie les

Introductie les
Korte vogelvlucht door de leerstof van leerjaar 1 en 2. 
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolVoortgezet speciaal onderwijsSpeciaal OnderwijsLeerroute 3Leerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Introductie les
Korte vogelvlucht door de leerstof van leerjaar 1 en 2. 

Slide 1 - Tekstslide

lesplanning
Lesdoelen bespreken
Herhaling belangrijkste begrippen vorig jaar
Korte quiz
Zelfstandig werken
Vooruitblik les 2

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Jij kunt na deze les
de verschillende organen benoemen en hun plek in het lichaam.
de drie verschillen benoemen tussen een dierlijkecel en een plantencel.
Verschillende onderdelen benoemen van de cellen en wat de functie is.
De verschillende fases benoemen van celdeling.



Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Plantencel 
  • In de celkern zit DNA.
  • Bladgroenkorrels doen aan fotosynthese.
  • De vacuole zorgt voor cel spanning.

Slide 7 - Tekstslide

planten cel heeft 3 organellen meer dan de dierlijke cellen: Vacuole, celwand en bladgroenkorrels
Dierlijke cel

Slide 8 - Tekstslide

Geslachtscellen vs normalen cellen van een mens
  • Mannelijk zaadcel heeft 23 chromosomen
  • Vrouwelijk eicel heeft 23 chromosomen
  • Lichaamscel heeft 46 chromosomen

Belangrijk: Alleen geslachtscellen hebben dus 23 chromosomen (zaadcel en eicel)
Lichaamscel heeft gewoon 46 chromosomen.

Slide 9 - Tekstslide

Celdeling bij de mens na de bevruchting

Slide 10 - Tekstslide

Het eindresultaat van een leuke avond!
  • Zaad en eitje smelten samen

  • Er ontstaat een moedercel

  • De moedercel deelt zichzelf in twee dochtercellen

  • De dochtercellen delen ook weer

  • Dit gaat net zolang door totdat er een complete baby ontstaat

Slide 11 - Tekstslide

Wie bepaald het geslacht?
Vrouw geeft altijd een x.
Man kan een Y of een X geven.

Man bepaald het geslacht.

Slide 12 - Tekstslide

Zet bij ieder nummer het juiste orgaan

Slide 13 - Open vraag

Benoem de namen van de genummerde delen.

Slide 14 - Open vraag

Een plantencel heeft 3 onderdelen meer dan een dierencel, hoe heten deze onderdelen?

Slide 15 - Open vraag

Een mens heeft in een normale celkern.....chromosomen.
A
23
B
46
C
50
D
55

Slide 16 - Quizvraag

De celkern van geslachtscellen van een mens hebben ......... chromosomen.
A
23
B
46
C
50
D
55

Slide 17 - Quizvraag

Zet in de juiste volgorde van klein naar groot. Organisme, cel, orgaanstelsel en weefsel.

Slide 18 - Open vraag

Voorkennis activeren
Pak Boek A en maak Blz. 8 t/m 9.
Jullie krijgen 15 minuten om dit zelfstandig te doen. 
Als de tijd om is, gaan we gezamenlijk de opdracht bespreken.
timer
15:00

Slide 19 - Tekstslide

Vooruitblik
Volgende les gaat over organisme.

Slide 20 - Tekstslide