Thema 5; erfelijkheid en evolutie

H5 Erfelijkheid en evolutie
5.1 Genotype en fenotype
1 / 61
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 61 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

H5 Erfelijkheid en evolutie
5.1 Genotype en fenotype

Slide 1 - Tekstslide

Chromosomen en DNA
In al je celkernen van lichaamscellen zitten 46  chromosomen, die zijn overal hetzelfde. Behalve in geslachtscellen, daar heb je de helft. > Waarom?

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Genen
Genen bepalen je uiterlijk: Denk aan je haarkleur, oogkleur, oorvorm enzovoort.... Die eigenschappen zijn erfelijk, dus die krijg je van je ouders.

Slide 4 - Tekstslide

Genotype en fenotype
Genotype: Wat er in je genen staat, bijvoorbeeld gekruld haar.
Fenotype: Hoe je er van buiten uitziet, bijvoorbeeld stijl haar. 

Slide 5 - Tekstslide

Je fenotype kun je veranderen, je genotype (nog) niet

Slide 6 - Tekstslide

Aangeklaagd voor je genotype

Slide 7 - Tekstslide

Niet alle genen staan overal aan
In alle! lichaamscellen heb je dezelfde chromosomen en genen. Ze kunnen aan en uit staan. 

Zouden genen voor je oogkleur aan staan in je vingers?

Slide 8 - Tekstslide

fenotype: alle eigenschappen 
genotype: alle informatie voor je erfelijke eigenschappen 
Alle cellen bevatten je hele genotype
Fenotype kan je veranderen




BK: 
H5 lezen en markeren. 
Maken opdracht 2 t/m 8
blz 106 t/m 112

Klaar: Maken opdracht 9 en 10
maken mm/ Nederlands opdracht
Aan de slag

Slide 9 - Tekstslide

5.2 Chromosomen en genen
Nakijken en herhalen 5.1

Uitleg dat je 50% van je chromosomen van je ouders krijgt. 



Slide 10 - Tekstslide

Mike laat een tatoeage zetten. veranderd hij zijn fenotype of genotype?
A
Fenotype
B
genotype

Slide 11 - Quizvraag

Chromosomen
- Mens heeft 46 chromosomen 
- Chromosomen liggen in paren
- Dus de mens heeft 23 chromosoom paren
(denk aan schoenen)

Slide 12 - Tekstslide

Alle informatie, komt overal voor
In alle cellen ligt ALLE informatie
De cel gebruikt alleen de informatie die het nodig heeft.

Genen voor haarvorm liggen in tenen (niet actief)
Genen voor haarvorm liggen in hoofdhuid (actief)

Slide 13 - Tekstslide

Chromosoomparen
- Zo’n chromosoompaar bevat dezelfde informatie voor dezelfde erfelijke eigenschap.

- Andere organismen hebben in de celkern ook een vast aantal chromosomen in paren.

Opdracht 2

Slide 14 - Tekstslide

Genen
Een gen is een deel van een chromosoom die informatie bevat voor één erfelijke eigenschap.
Elke chromosoom heeft veel genen. Alle genen samen vormen het genotype.
Chromosomen komen in lichaamscellen in paren voor in de celkern.
Dus in lichaamscellen komen genen (ook) in paren voor.




Slide 15 - Tekstslide

Geslachtscellen
In de geslachtscellen komen de chromosomen niet in paren voor, maar enkelvoudig.
Een geslachtscel bevat maar 23 chromosomen!
Geen genenpaar, maar juist maar 1 gen.

Geslachtscel    Lichaamscel

Slide 16 - Tekstslide

Geslachtscellen
Bij bevruchting --> zaadcel en eicel versmelten

De zaadcel bevat 23 chromosomen
De eicel bevat 23 chromosomen

Dus krijgt de bevruchte eicel weer….?
chromosomen


Slide 17 - Tekstslide

Op chromosomen liggen genen. 
Chromosomen komen in paren voor in iedere lichaamscel.
Een mens heeft 23 paren, 46 chromosomen
Geslachtscellen (eicel en zaadcel) hebben 23 chromosomen




Boek: lezen en markeren
Maken: 1 t/m 6

Klaar? 
Huiswerk
Opdracht mm of fictie
Aan de slag

Slide 18 - Tekstslide

Bij de vorming van geslachtscellen ontstaat variatie in genotypen

Slide 19 - Tekstslide

Geslachts-chromosomen

Paar 23 = Geslachtschromosoom

Bij een vrouw zijn die gelijk (XX)
Bij een man zijn die verschillend (XY)

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Geslachtschromosomen 

Slide 22 - Tekstslide

5.3. Variatie in genotypen
Nakijken 5.2
Herhalen

Je weet dat er verschillende chromosomen zijn
Je weet dat verschillende chromosomen voor verschillende fenotypes zorgen.

Slide 23 - Tekstslide

chromosomen en genen

Chromosomen komen voor in paren.
Genen dus ook.

Slide 24 - Tekstslide

Lichaamscellen: 46 chromosomen

Geslachtcellen: 23 chromosomen

Slide 25 - Tekstslide

Genen voor haarvorm

Slide 26 - Tekstslide

Kinderen lijken op hun moeder en vader

Slide 27 - Tekstslide

Mutaties
DNA kan beschadigd raken -> verandering in DNA -> mutatie

Albino (mutant)

Slide 28 - Tekstslide

Nieuwe genotypen
Mutaties zijn niet altijd slecht.

Door mutatie in geslachtelijke voortplanting ontstaat variatie in genotype (nieuwe genotypen)

Slide 29 - Tekstslide

Mutaties
herhalen
5.3 nakijken

Je weet wat mutagene invloeden zijn

Slide 30 - Tekstslide

Mijn haarkleur is dat fenotype of genotype?
A
fenotype
B
genotype

Slide 31 - Quizvraag

Vanaf wanneer ligt je genotype vast?
A
Vanaf de bevruchting
B
vanaf de geboorte
C
vanaf de puberteit
D
het blijft altijd veranderen

Slide 32 - Quizvraag

Hoeveel chromosomen heeft een cel in je lever?
A
23
B
46
C
48
D
51

Slide 33 - Quizvraag

Mutagene invloeden:
Kunnen een mutatie veroorzaken op chromosomen

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Video

Slide 36 - Video

Kanker
Mutatie in celdeling -> cel gaat te vaak delen -> kankergezwel

Slide 37 - Tekstslide


5.3 Lezen en markeren
Maken: 6,7,8 en 10

Klaar? 
PO MM en Fictie
Aan de slag

Slide 38 - Tekstslide

Geologische tijdschaal

Tijdperken:  De grijze benamingen voor een lange tijd van periodes
Periodes: Momenten als de jura, krijt, devoon

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Video

Slide 41 - Tekstslide

Leven in het water

- Eerste levensvormen
- Eenvoudig eencelligen
- Complexere meercelligen

Slide 42 - Tekstslide

Leven op het land
- Planten eerst
- Daarna dieren

Slide 43 - Tekstslide

Trias - Jura - Krijt, tijdperk van de dinosauriërs
Dinosauriërs sterven uit aan het einde van het Krijt

Slide 44 - Tekstslide

Voorouders

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide

Basis:
 5.4 lezen en markeren blz 136
Maken:3,4,5,6,8

Klaar: 
Huiswerk af? 
PO MM/ fictie? 

Slide 47 - Tekstslide

Nakijken

Je kan de evolutietheorie beschrijven


5.6 de evolutietheorie

Slide 48 - Tekstslide

Wat is evolutie ?
Het ontstaan, verdwijnen of veranderen van het leven op aarde

Slide 49 - Tekstslide

Charles Darwin

grondlegger evolutietheorie

- Miljoenen jaren

- Variatie in genotype

- Natuurlijke selectie

- Ontstaan nieuwe soorten



Slide 50 - Tekstslide

Slide 51 - Video

Verandering in genotype

Variatie in fenotype


Geslachtelijke voortplanting en mutaties

Slide 52 - Tekstslide

Slide 53 - Video

Natuurlijke selectie
Overlevingskans: ''Alleen het organismen die het best aan zijn omgeving is aangepast krijgt de kans om voort te planten.''

- De gunstige eigenschappen worden doorgegeven aan de nakomelingen.
- Ongunstige eigenschappen verdwijnen.

Slide 54 - Tekstslide

Natuurlijke selectie

Slide 55 - Tekstslide

Ontstaan van soorten
Wat is de definitie van een een soort?





Slide 56 - Tekstslide

Ontstaan van soorten
Wat is de definitie van een een soort?

Organismen behoren tot de zelfde soort als zij vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen.




Slide 57 - Tekstslide

Ontstaan van soorten
Wat is de definitie van een een soort?



Veel variatie (fenotype/genotype) is belangrijk.


bananen virus

Slide 58 - Tekstslide

Ontstaan van soorten
Wat is de definitie van een een soort?



Veel variatie (fenotype/genotype) is belangrijk.


Onder invloed van omgevingsfactoren, zoals klimaatverandering, ziekten of isolatie kunnen nieuwe soorten ontstaan.
bananen virus

Slide 59 - Tekstslide

Soorten scheiden en nieuwe soorten ontstaan

Slide 60 - Tekstslide

Evolutie: ontwikkeling van het leven op aarde. 
Evolutietheorie: Er ontstaan steeds nieuwe genotypen. Er vind natuurlijke selectie plaats. Er ontstaan nieuwe soorten.
Natuurlijke selectie: Organismen die beter aangepast zijn hebben een grotere overlevingskans.


5.6 Lezen en markeren
Maken1,2,3,4,6

Klaar? 
Maken 5,7
Aan de slag

Slide 61 - Tekstslide