2HV Modals

Modals! After today...
... you can express obligation.  
.... express posibility and ability. 
... give advice. 
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Modals! After today...
... you can express obligation.  
.... express posibility and ability. 
... give advice. 

Slide 1 - Tekstslide

Modals 
  • hulpwerkwoorden
  • Ze veranderen niet van vorm, behalve "have to".  
  • Het werkwoord hierna is altijd het hele werkwoord! 

Slide 2 - Tekstslide

should-have to-must
Deze hulpwoorden gebruik je om te zeggen dat er iets moet gebeuren.
1. have to = het moet, het is verplicht. (regel)
2. must = als je zelf vindt dat het moet. (dringend)
3. Should =advies.

Slide 3 - Tekstslide

Have to
Have to = verplicht.
All drivers have to stop in front of a red traffic light!

Slide 4 - Tekstslide

Should
Should = advies
You should stop eating fast food if you want to stay healthy. 

Slide 5 - Tekstslide

Een modal verandert meestal niet van vorm
I
should
go
to school.
You
should 
go
to school.
He/She/It
should
go 
to school.
We
should
go
to school.
They
should
go 
to school.

Slide 6 - Tekstslide

Have to
Dit is de enige modal die wel verandert:

I
have to 
go
to school.
You
have to
go
to school.
He/she/it
has to
go
to school.
We
have to 
go
to school
They
have to
go
to school

Slide 7 - Tekstslide

You ............. try this delicious icecream.
A
have to
B
must

Slide 8 - Quizvraag

You ...................... save some money.
A
have to
B
must
C
should

Slide 9 - Quizvraag

They ................. pass their exams if they want to graduate.
A
have to
B
must
C
should

Slide 10 - Quizvraag

Can
Can= Wanneer je iets kunt, iets mogelijk is, je vraagt/geeft toestemming of je doet een verzoek. 

He can run really fast.
Can I go to the bathroom?
 I cannot take my medication without water.


Slide 11 - Tekstslide

Could: zou kunnen
Could= verleden tijd van can, wanneer je beleefd bent, wanneer iets waarschijnlijk gaat gebeuren. 

I could hold my breath much longer when I was younger.
Could you tell me the time?
 It could snow tomorrow.

Slide 12 - Tekstslide

..... you tell me the way, Sir?
A
can
B
could

Slide 13 - Quizvraag