1.4 Elektriciteit en veiligheid - herhaling

1.4 Elektriciteit en veiligheid - herhaling
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

1.4 Elektriciteit en veiligheid - herhaling

Slide 1 - Tekstslide

Wat kan het gevolg zijn van kortsluiting?
A
Er kan brand ontstaan
B
Je kunt een schok krijgen

Slide 2 - Quizvraag

Nathalie heeft een aantal apparaten aangesloten op een groep. De stroomsterkte in de groep mag hoogstens 16 A worden. Ze sluit vervolgens ook een vaatwasser aan op deze groep. De stroomsterkte in de groep stijgt daardoor tot 20 A.
Wat kan hiervan het gevolg zijn?
A
Nathalie kan een schok krijgen als ze de snoer aanraakt
B
De vaatwasser kan door de grote stroomsterkte kapotgaan
C
De stroom kan met onregelmatige tussenpozen uitvallen
D
Het snoer kan te heet worden waardoor brand kan ontstaan

Slide 3 - Quizvraag

De stroom ondervindt weerstand op de plaatsen waar hij het lichaam in- en uitgaat.
Ook als de stroom door het lichaam gaat ondervindt hij weerstand.
Bij een droge huid is de contactweerstand
A
groot
B
klein

Slide 4 - Quizvraag

Een haarföhn is dubbel geïsoleerd. Tegel welk gevaar beschermt dubbele isolatie?
A
tegen een schok krijgen
B
tegen kortsluiting in het apparaat
C
tegen overbelasting van het apparaat
D
tegen weglekken van stroom naar de aarde

Slide 5 - Quizvraag

Welk symbool moet op de haarföhn worden aangebracht als deze dubbel geïsoleerd is?
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 6 - Quizvraag

Welk onderdeel uit de meterkast zie je in de afbeelding?
A
Aardlekschakelaar
B
Hoofdschakelaar
C
Randaarde
D
Zekering

Slide 7 - Quizvraag

Je ziet vier soorten draden van een huisinstallatie.


Welke draad is de aarddraad?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 8 - Quizvraag

In de figuur zie je een tekening van een stekker en een stopcontact.
Hoe heet het onderdeel dat in de figuur wordt aangegeven bij nummmer 1?
A
fasedraad
B
nuldraad
C
randaarde
D
zekering

Slide 9 - Quizvraag

In de meeste huizen vind je in de meterkast een aardlekschakelaar.
Wanneer treedt een aardlekschakelaar in werking?
A
bij het losraken van de aarddraad in het apparaat
B
bij een verschil tussen de stroom van de fasedraad en de nuldraad
C
bij overbelasting doordat er teveel apparaten op een groep staan

Slide 10 - Quizvraag

Irma zet op zolder de wasmachine aan. Vervolgens stofzuigt ze de zolder. Tijdens het stofzuigen vallen plots de wasmachine en de stofzuiger uit. Ook de lampen op zolder doen het niet meer. In de rest van het huis werken alle elektrische apparaten nog wel. Ze weet dat de wasmachine en de stofzuiger in orde zijn, want die heeft ze net gekregen van haar moeder, en daar werkten ze wel.
Hoe heet het apparaat dat de stroom heeft uitgeschakeld?
A
aardlekschakelaar
B
groepszekering
C
hoofdschakelaar
D
kWh-meter

Slide 11 - Quizvraag