Verwarming 4 tot 6

Verwarming 4 tot 6
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
InstallatietechniekMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Verwarming 4 tot 6

Slide 1 - Tekstslide

Welk materiaal is lichter dan dikwandig stalen buis en wordt gebruikt als zichtwerk in een cv-installatie?
A
Kunststof buis
B
Dunwandig stalen buis
C
Koperen buis
D
Stalen vlambuis

Slide 2 - Quizvraag

Wat is het nadeel van knelfittingen?
A
Moeilijk te monteren
B
Niet demontabel
C
Kan na verloop van tijd gaan lekken
D
Alleen geschikt voor kunststof

Slide 3 - Quizvraag

Wat is het voordeel van persfittingen?
A
Alleen geschikt voor grote installaties
B
Moeilijk te installeren
C
Alleen toeasbaar bij koperen buizen
D
Snelle en schone installatie

Slide 4 - Quizvraag

Wat is een fitverbinding?
A
Een lasverbinding
B
Een verbinding met hennep en fitterskit
C
Een kunststof verbinding
D
Een soldeerverbinding

Slide 5 - Quizvraag

Wat is het nadeel van een lasverbinding?
A
Brandgevaar en lichamelijke belasting
B
Slechte afdichting
C
Alleen geschikt voor kunststof
D
Niet geschikt voor grote installaties

Slide 6 - Quizvraag

Wat is een groefverbinding?

A
Een verbinding met schroefdraad
B
Een verbinding met laszadel
C
Een verbinding met een uitgesneden groef
D
Een verbinding met een knelring

Slide 7 - Quizvraag

Wat is een AKB buis?
A
Aluminium kunststof buis
B
Aansluitbare koperen buis
C
Algemenekunststof buis
D
Afdichtbare kunststof buis

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een moflasverbinding?
A
Een verbinding met stroefdraad
B
Een verbinding met een laszadel
C
Een verbinding met een knelring
D
Een verbinding door versmelting van buis en fitting

Slide 9 - Quizvraag

Wat is een voordeel van een laszadel?
A
Meer verbindingen nodig
B
Minder materiaal en tijd nodig
C
Alleen geschikt voor koperen buis
D
Alleen geschikt voor buitengebruik

Slide 10 - Quizvraag

Wat is een nadeel van dunwandig stalen buis in vergelijk met dikwandige buis?
A
Zwaar
B
Moeilijk te buigen
C
Niet geschikt voor knelfittingen
D
Minder sterk door dunne wand

Slide 11 - Quizvraag

Wat is een voordeel van koperen buis?
A
Goed bestand tegen corrosie
B
alleen geschikt voor een lasverbinding
C
Moeilijk te buigen
D
Niet geschikt voor cv-installaties

Slide 12 - Quizvraag

Wat is een appendage?
A
Een leiding
B
Een hulp- of beveiligingstoestel
C
Een radiator
D
Een thermostaat

Slide 13 - Quizvraag

Wat doet een thermostatische radiatorafsluiter?
A
Regelt de luchtsnelheid
B
Regelt de luchtvochtigheid
C
Regelt de waterdruk
D
Regelt de temperatuur automatisch

Slide 14 - Quizvraag

Wat is een voetafsluiter?
A
Een afsluiter in de retourleiding
B
Een afsluiter in de aanvoerleiding
C
Een afsluiter voor de thermostaat
D
Een afsluiter voor de ontluchter

Slide 15 - Quizvraag

Wat is een radiatoraftapper?
A
Een kraan om lucht af te voeren
B
Een kraan om water uit de radiator te laten lopen
C
Een kraan om de radiator op te warmen
D
Een kraan voor de thermostaat

Slide 16 - Quizvraag

Wat is de standaard drukinstelling van een veiligheidsklep?
A
100 kPa
B
200 kPa
C
300 kPa
D
400 kPa

Slide 17 - Quizvraag

Wat meet een thermo-manometer?
A
Alleen temperatuur
B
Alleen druk
C
Vochtigheid
D
Temperatuur en druk

Slide 18 - Quizvraag

Wat doet een expansievat?
A
Vangt uitgezet water op
B
Verhoogt de druk
C
Vult de installatie
D
Meet de temperatuur

Slide 19 - Quizvraag

Wat is de inhoud van een standaard expansievat voor een woning?
A
10 liter
B
18 liter
C
25 liter
D
35 liter

Slide 20 - Quizvraag

Wat is een vlotterontluchter?
A
Een automatische ontluchter
B
Een handmatige ontluchter
C
Een drukregelaar
D
Een temperatuurregelaar

Slide 21 - Quizvraag

Wat is magnetiet?
A
Een soort leiding
B
Een soort vuil in de installatie
C
Een soort thermostaat
D
Een soort afsluiter

Slide 22 - Quizvraag

Waar plaats je een vuilafscheider het best?
A
In de aanvoerleiding
B
In de retourleiding
C
Bij de thermostaat
D
Bij de radiator

Slide 23 - Quizvraag

Wat doet een snelontluchter?
A
Verwijdert lucht langzaam
B
Verwijdert lucht snel en effectief
C
Verwijdert water
D
Verwijdert magnetiet

Slide 24 - Quizvraag

Wat is een aansluitcombinatie?
A
Een combinatie van thermostaat en afsluiter
B
Een combinatie van radiator en pomp
C
Een combinatie van afsluiter en ontluchter
D
Een onderblok voor kunststof leidingen

Slide 25 - Quizvraag

Wat is behaaglijkheid?
A
Een technische term voor verwarming
B
Een soort radiator
C
Een soort thermostaat
D
Een gevoel van comfort en aangename temperatuur

Slide 26 - Quizvraag

Wat is de normale lichaamstemperatuur?
A
36°C
B
37°C
C
38°C
D
39°C

Slide 27 - Quizvraag

Wat is koudeval?
A
Warme lucht langs het plafond
B
Luchtvochtigheid
C
Wind van buiten
D
Koude lucht langs de vloer

Slide 28 - Quizvraag

Wat is een goede plek voor een radiator om koudeval te voorkomen?
A
Onder het raam
B
Bovenaan de muur
C
In het plafond
D
In de hoek van de kamer

Slide 29 - Quizvraag

Wat is de maximale luchtsnelheid voor comfort?
A
0,10 m/s
B
0,15 m/s
C
0,20 m/s
D
0,25 m/s

Slide 30 - Quizvraag

Wat is een goede relatieve luchtvochtigheid?
A
10–30%
B
30–70%
C
70–90%
D
90–100%

Slide 31 - Quizvraag

Wat is een kenmerk van vloerverwarming?
A
Snelle opwarming
B
Veel stofverplaatsing
C
Ongeschikt voor lage temperatuur
D
Trage reactietijd

Slide 32 - Quizvraag

Wat is een voordeel van wandverwarming?
A
Ongelijkmatige temperatuur
B
Veel stofverplaatsing
C
Aangename voelbare warmte
D
Alleen geschikt voor hoge temperatuur

Slide 33 - Quizvraag

Wat is stralingstemperatuur?
A
Temperatuur van oppervlakken die warmte uitstralen
B
Temperatuur van de lucht
C
Temperatuur van het water
D
Temperatuur van de thermostaat

Slide 34 - Quizvraag

Wat is convectie?
A
Warmteoverdracht door straling
B
Warmteoverdracht door geleiding
C
Warmteoverdracht door verdamping
D
Warmteoverdracht door luchtstroming

Slide 35 - Quizvraag