herhalingsquiz
EINDE SCHOOLJAAR
herhalingsquiz
EINDE SCHOOLJAAR
De formule om het volume van een kubus te berekenen is
l . b . h
z³
z²
Hoeveel dm³ past in een kubus van 1 m³?
Bereken het volume.
150 dm³
18 dm³
180 dm
180 dm³
Wat is NIET gelijk aan 1 liter?
100 cl
1 dm³
100 cm³
10 dl
De formule om de inhoud van een cilinder te berekenen is
r³
2.r.pi.h
r².pi
r².pi.h
P ruit =
z²
z³
4z
3z
A rechthoek =
l . b
l + b
2 . (l+b)
2 . l + 2 . b
Quizvraag
1 ha =
1 hm
1 m²
1 hm²
100 hm²
Elke kubus is een balk
WAAR
NIET WAAR
Hoeveel kubussen telt deze stapel?
Dit is de ontwikkeling van een dobbelsteen. Hoeveel stippen telt het grensvlak x?
Dit is de ontwikkeling van een balk.
WAAR
NIET WAAR
Hoeveel ribben telt een balk?
Vul de juiste benaming in (1 woord): breuken met dezelfde positieve noemer zijn ...
Breuken met dezelfde absolute waarde, maar een verschillend teken
OMGEKEERDE breuken
TEGENGESTELDE breuken
GELIJKNAMIGE breuken
GELIJKE breuken
Een breuk waarbij de teller en de noemer een verschillend teken hebben is
positief
negatief
Quizvraag
Quizvraag
Het product van twee omgekeerde breuken is
De som van twee tegengestelde breuken is
Geef de juiste benaming (met lidwoord!): in de vergelijking a - 3 = 5 noemen we a ...
Geef de juiste benaming (met lidwoord!): in de vergelijking a - 3 = 5 is a - 3 ...
In de vergelijking a - 3 = 5 is de oplossing gelijk aan
Van welke vergelijking is het getal 4 een oplossing?
2x = 6
x + 2 = 6
-2x = 8
5 - x = 9
Van welke vergelijking is het getal -10 een oplossing?
9x = -90
x - 6 = 16
-5x = -50
Een bewerking met getallen en letters is een ...
In de lettervorm -15xy is -15 ... (lidwoord!)
Het letterdeel in 0,6a²b is
a²
a²b
ab
0,6a²b
20a - 36a =
-9x . 7y =
7ab . 6ab =
42ab
42a²+b²
42ab²
42a²b²
-19x + 19x =
2a - a - 2b - b =
a + 3b
a - b
a - 3b
-3a - 3b
a (b+c) =
ab - c
ab - ac
abc
ab + ac
-(-x+y) =
Schrijf als een vergelijking: het dubbel van een getal is 40
x + 2 = 40
2x = -40
2x = 40
x : 2 = 40
Schrijf als een vergelijking: Het verschil van een getal en 15 is -6
x + 15 = -6
x - 15 = -6
15 - x = -6
x - 15 = 6
Schrijf als een vergelijking: het product van 3 en een getal is 30
3x = 30
x : 3 = 30
3 + x = 30
30x = 3
Wat wens je jouw klasgenoten toe?
Het schooljaar was ...