Productkennis in de bouwmarkt

Productkennis in de bouwmarkt

1 / 32
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3Leerroute 4Leerroute 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Productkennis in de bouwmarkt

Deze les is gericht op eenvoudige productkennis voor leerlingen die stage gaan lopen in een bouwmarkt. Houd de uitleg praktisch en herkenbaar.

Lesdoel

Ik kan veel verkochte producten in een bouwmarkt herkennen en in eenvoudige woorden uitleggen waarvoor ze zijn.

Deze slide heeft geen instructies

Welke producten uit een bouwmarkt ken jij al?

Gebruik de woordenwolk als start: noem bekende productgroepen zoals gereedschap, verf, tuinspullen en bevestigingsmateriaal.

Handgereedschap herkennen

  • Handgereedschap gebruik je met de hand

  • Voorbeelden: hamer, schroevendraaier, tang, waterpas

  • Deze producten liggen vaak bij elkaar in de bouwmarkt

  • Klanten zoeken ze voor kleine klussen in huis

Leg uit dat leerlingen niet alle soorten hoeven te kennen, maar wel de hoofdcategorie en het basisdoel.

Veelgebruikte handgereedschappen

  • Hamer: om spijkers in hout te slaan

  • Schroevendraaier: om schroeven vast of los te draaien

  • Tang: om iets vast te pakken of te knippen

  • Waterpas: om te kijken of iets recht hangt

  • Meetlint: om lengtes op te meten

Noem gerust een eenvoudig voorbeeld per product, zoals een schilderij ophangen of een plank meten.

Bevestigingsmateriaal

  • Spijkers, schroeven en pluggen horen vaak bij gereedschap

  • Een klant koopt deze producten vaak samen

  • Schroeven gebruik je vaak met een schroevendraaier of boormachine

  • Pluggen helpen in een muur om iets stevig vast te zetten

Benadruk het verschil eenvoudig: spijker = slaan, schroef = draaien, plug = extra grip in de muur.

Veilig en netjes werken

  • Leg gereedschap op de juiste plek terug

  • Controleer of verpakkingen heel zijn

  • Geef nooit technisch advies dat je niet zeker weet

  • Vraag een collega om hulp bij twijfel

  • Veiligheid is belangrijker dan snelheid

Koppel productkennis aan stagegedrag: herkennen, netjes aanvullen en op tijd hulp vragen.

Waarvoor gebruik je een waterpas?

A

Recht hangen

B

Schroeven draaien

C

Hout zagen

D

Lengte meten

Controleert kennis uit de slides over handgereedschap. 'Lengte meten' past bij meetlint.

Gereedschap en vastmaken

Een hamer gebruik je voor spijkers. Met een schroevendraaier draai je schroeven vast of los. Een plug helpt om iets stevig in de muur vast te zetten.

hamer
schroevendraaier
plug
waterpas
meetlint
tang
spijker

De drie kernwoorden komen direct uit de eerste productblokken.

Elektrisch gereedschap

  • Elektrisch gereedschap werkt op stroom of accu

  • Voorbeelden: boormachine, schuurmachine, zaagmachine

  • Deze producten helpen bij grotere of zwaardere klussen

  • Ze zijn vaak duurder dan handgereedschap

Maak duidelijk dat leerlingen productgroepen leren herkennen, niet zelf machines hoeven te gebruiken.

Boormachine en accessoires

  • Met een boormachine maak je gaten of draai je schroeven in

  • Een boor kies je passend bij hout, steen of metaal

  • Een bitje gebruik je voor schroeven

  • Klanten hebben vaak ook een accu of oplader nodig

Leg eenvoudig uit dat accessoires net zo belangrijk zijn als het apparaat zelf.

Schuren en zagen

  • Een schuurmachine maakt hout of een muur glad

  • Een zaagmachine is voor het zagen van materiaal

  • Bij deze producten horen vaak schuurpapier of zaagbladen

  • Klanten zoeken vaak hulp om het juiste onderdeel te vinden

Benadruk de koppeling hoofdproduct + verbruiksproduct.

Wat hoort erbij?

  • Elektrisch gereedschap wordt vaak verkocht met extra producten

  • Denk aan: verlengsnoer, accu, oplader, bitset, boorset

  • Goede productkennis helpt bij het terugvinden van deze artikelen

  • Zo kun je klanten sneller doorverwijzen

Gebruik hier eventueel voorbeelden uit de eigen winkelindeling.

Wat hoort vaak bij een boormachine?

A

Afdekzeil

B

Bitje

C

Kwast

D

Potgrond

Toetst koppeling hoofdproduct + accessoire.

Elektrisch gereedschap

Elektrisch gereedschap werkt op stroom of accu. Een schuurmachine maakt een muur of hout glad. Bij een zaagmachine horen vaak zaagbladen.

stroom
schuurmachine
zaagbladen
water
spijkers
kwasten
filters

Laat leerlingen de belangrijkste woorden uit dit blok terughalen.

Tuinproducten in de bouwmarkt

  • Een bouwmarkt verkoopt vaak ook spullen voor de tuin

  • Voorbeelden: tuinstoelen, tuintafels, parasols, potgrond

  • Deze producten zijn vaak populair in de lente en zomer

  • Ze staan meestal in een aparte tuinafdeling

Maak het seizoensgebonden karakter zichtbaar: in warme maanden zijn deze producten extra belangrijk.

Tuinmeubelen herkennen

  • Tuinstoelen en tuintafels zijn voor buitengebruik

  • Vaak zijn ze gemaakt van kunststof, hout of metaal

  • Sommige modellen zijn inklapbaar

  • Klanten letten vaak op formaat, kleur en prijs

Je hoeft geen materiaaltechniek uit te leggen; het gaat om herkennen en eenvoudig benoemen.

Zwembaden en zomerartikelen

  • In sommige bouwmarkten liggen opzetzwembaden en accessoires

  • Denk aan pompen, afdekzeilen, filters

  • Deze producten zijn vooral populair bij warm weer

  • Ze horen vaak bij het seizoensassortiment

Leg uit wat seizoensassortiment betekent: niet het hele jaar even groot aanwezig.

Tuinonderhoud

  • Ook voor tuinonderhoud zijn er producten

  • Voorbeelden: gieter, tuinslang, snoeischaar, bezem

  • Deze producten helpen bij schoonmaken en verzorgen

  • Klanten zoeken ze vaak samen met andere tuinspullen

Laat zien dat de tuinafdeling niet alleen om meubels en sfeer gaat, maar ook om praktisch onderhoud.

Wanneer zijn tuinproducten vaak extra populair?

A

Herfst en winter

B

Lente en zomer

C

Alleen december

D

Alleen herfst

Sluit aan bij seizoensassortiment en tuinafdeling.

Welk tuinproduct zie jij het vaakst in een bouwmarkt?

1

Tuinstoel

2

Parasol

3

Zwembad

4

Tuinslang

Deze slide heeft geen instructies

Wonen en onderhoud

  • In een bouwmarkt vind je ook producten voor in huis

  • Voorbeelden: verf, kwasten, rollers, schoonmaakmiddelen

  • Deze producten helpen bij opknappen en onderhouden

  • Klanten kopen vaak meerdere artikelen tegelijk

Verbind dit met dagelijkse klussen zoals een muur verven of een kozijn opknappen.

Verf en toebehoren

  • Verf gebruik je om te beschermen of mooier te maken

  • Een kwast is handig voor randen en hoeken

  • Een roller is handig voor grote vlakken

  • Vaak horen ook afplaktape en verfbakjes erbij

Noem dat klanten vaak niet alleen verf zoeken, maar ook alles wat nodig is om meteen te starten.

Elektriciteit en verlichting

  • Voorbeelden zijn lampen, batterijen, stekkers, verlengsnoeren

  • Deze producten lossen vaak een praktisch probleem op

  • Een klant zoekt bijvoorbeeld licht, stroom of een aansluiting

  • Duidelijke namen kennen helpt bij snel verwijzen

Houd het eenvoudig en veilig; vermijd technische diepgang over installatie.

Klanten helpen met productkennis

  • Luister eerst goed naar wat de klant zoekt

  • Gebruik eenvoudige productnamen

  • Wijs de juiste afdeling aan

  • Weet je het niet zeker? Vraag een collega

  • Vriendelijk en duidelijk helpen is belangrijk

Deze slide brengt alle productgroepen samen in de praktijksituatie van de stage.

Wat is handig voor grote vlakken verven?

A

Roller

B

Kwast

C

Tang

D

Stekker

Vergelijkt verfspullen met andere productgroepen.

Helpen in de winkel

Een kwast is handig voor randen en hoeken. Een verlengsnoer brengt stroom verder. Weet je iets niet zeker, vraag dan een collega om hulp.

kwast
verlengsnoer
collega
roller
lamp
klant
boor

Verbindt productkennis met stagegedrag en klant helpen.

Welk product onthoud jij het best?

Laat leerlingen één concreet product noemen, bijvoorbeeld hamer, boormachine, tuinstoel, verf of verlengsnoer, met een eenvoudige functie erbij.

Wat hielp jou vandaag het meest?

Bespreek wat hielp: plaatjes, voorbeelden, productgroepen, herhaling of de vragen tussendoor.

Wat vond jij nog lastig in deze les?

Laat leerlingen eerlijk aangeven wat nog lastig voelt, zoals accessoires, seizoensproducten of productnamen.

Begrippenlijst

handgereedschap - gereedschap dat je met de hand gebruikt

elektrisch gereedschap - gereedschap dat werkt op stroom of accu

bevestigingsmateriaal - materiaal om iets vast te maken

schroef - metalen bevestiger die je draait

plug - hulpmiddel in de muur voor extra stevigheid

accessoire - extra product dat bij een hoofdproduct hoort

seizoensassortiment - producten die vooral in een bepaalde tijd van het jaar worden verkocht

Deze slide heeft geen instructies

Begrippenlijst

tuinmeubelen - meubels voor gebruik in de tuin

opzetzwembad - zwembad dat je in de tuin opbouwt

toebehoren - spullen die je samen met een product gebruikt

roller - hulpmiddel om grote vlakken te verven

verlengsnoer - snoer om stroom verder te brengen

afdeling - deel van de winkel met een productgroep

productkennis - weten wat een product is en waarvoor je het gebruikt

Deze slide heeft geen instructies