H14 - Zouten

H14 - Zouten
Gehydrateerd kopersulfaat:

CuSO4.5H2O
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
ChemieMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H14 - Zouten
Gehydrateerd kopersulfaat:

CuSO4.5H2O

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Ionen
  • Groot verschil in EN-waarde;
  •  Elektronen worden afgestaan of opgenomen door atomen.

Slide 5 - Tekstslide

Zouten

Slide 6 - Woordweb

Zouten
  • Zouten bestaan uit:
       - Positief en negatief ion

  • Totale lading is neutraal
    - Positieve en negatieve lading moet gelijk zijn

Slide 7 - Tekstslide

Positieve ionen
  • Sommige metalen kunnen verschillende ladingen hebben;
  • Alleen bij deze ionen wordt de lading vermeld met een romeins cijfer (I, II, III, IV, V, VI, VII. VIII, IX, X)

Slide 8 - Tekstslide

Naamgeving zouten
  • Zouten worden weergeven met een verhoudingsformule 
    - Noem eerst het metaal-ion
    - (Cu, Pb, Fe, Cr, Sn, Hg, Mn) kennen meerdere valenties


  • Noem dan het negatieve ion met de Latijnse naam
  • Zoutnamen kennen NOOIT voorvoegsels

Slide 9 - Tekstslide

Voorbeelden naamgeving
Enkelvoudige zout:
ZnS = Zinksulfide

Zouten met wisselende lading
                = IJzer(III)Chloride

Zouten met samengesteld molecuul
                = Calciumcarbonaat

FeCl3
CaCO3
IJzer(III)chloride

Slide 10 - Tekstslide


Geef de namen van de volgende zouten:
1. CaCl2                        3. Mg3(PO4)2          5. Fe2(SO4)3
2. CuOH                      4. FeCl2

Slide 11 - Open vraag


Bestaan edelstenen uit zouten?

Slide 12 - Tekstslide

Antwoord
Edelstenen (meestal): Dit zijn harde mineralen (hardheid > 5-6 op de schaal van Mohs), zoals diamanten (koolstof), robijnen (aluminiumoxide) en smaragden (beryl-silicaat).
  
Zoutstenen (uitzondering): Er zijn mineralen die wel zouten zijn en soms als "edelsteen" worden verkocht, maar dit zijn meestal haliden. Een goed voorbeeld is haliet (steenzout, NaCl).

Verschil: Haliet (zout) is zacht en lost op in water, terwijl echte edelstenen niet oplossen en heel hard zijn. 

Slide 13 - Tekstslide

Opstellen verhoudingsformules
De formule van een zout wordt bepaald door de verhouding van de ionen waarbij de totale lading neutraal moet zijn !!

Slide 14 - Tekstslide


Geef de verhoudingsformule van de volgende zouten.

Magnesiumchloride, natriumhydroxide, Mangaan(IV)fosfaat, IJzer(II)nitraat, Koper(I)sulfaat

Slide 15 - Open vraag


Wat is de naam van SnCl4 ?

Slide 16 - Open vraag

Wat is de formule van IJzer(III)sulfaat?

Slide 17 - Open vraag

Kijk goed naar deze afbeelding

Slide 18 - Tekstslide

Leg uit wat je op de foto gezien hebt.
Gebruik begrippen: atoom, ion, edelgas, lading, aantrekkingskracht, …binding, …rooster

Slide 19 - Open vraag

- Je kunt uitleggen hoe enkelvoudige ionen ontstaan.
- Je kunt verhoudingsformules van zouten noteren
- Je kunt uitleggen met elektronegativiteit wanneer er een ionbinding ontstaat
- Je kunt de elektrovalentie van enkelvoudige ionen uitleggen
- Je kunt uitleggen wat samengestelde ionen zijn
- Je kent de namen van de meest voorkomende ionen
- Je kent de formules van de meest voorkomende ionen
- Je kunt rekenen met massapercentage
- Je kunt de molaire massa berekenen van zouten

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Toets - zouten
Praktijk toets

  • Kwalitatieve experimenten (reageer buis testen uitvoeren)
  • Op basis van waarnemingen concluderen wat er gebeurd is
    - Reactie(s) kunnen noteren;
    - Theoretische kennis nodig.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Waarom moet ik zouten eerst oplossen voordat ik ze kan mengen om te zien welke reactie plaats vind?

Slide 25 - Open vraag

Elektrolyen
Alle stoffen die in water oplossen in de vorm van ionen.

  • Neutrale zouten (NaCl)
  • Zure zouten (NaH2PO4)
  • Basische zouten (Na2CO3)

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Kristalwater
Natriumchloride.dihydraat

Slide 29 - Tekstslide

Geef de reactie als ik een oplossing van natrium en carbonaat ionen indamp.

Slide 30 - Open vraag


Is natriumcarbonaat (NaCO3) een zuur, basisch of neutraal zout?
A
Zuur
B
Basisch
C
Neutraal
D
Het is geen zout

Slide 31 - Quizvraag

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide


Welke reactie vind plaats als ik een oplossing van natriumchloride meng met een oplossing van zilvernitraat?

Slide 34 - Open vraag

Ik filtreer de neerslag van zilverchloride eruit. Welk zout ontstaat er als ik het filtraat indamp?

(opl. natriumchloride + opl. zilvernitraat)

Slide 35 - Open vraag

Huiswerk
H14 - zouten - opgave 1 t/m 5

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Welke reactie vind plaats als ik kalium verbrand?

Slide 38 - Open vraag

Wat gebeurd er als ik kaliumoxide in water oplos en vervolgens indamp?

Slide 39 - Open vraag

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Tekstslide

Huiswerk
H14 - zouten - opgave 14 t/m 22

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Tekstslide

Slide 48 - Tekstslide

Huiswerk
H14 - Zouten - opdrachten 6 t/m 13

Tip: denk aan het maken van Mohr's zout bij opgave 13. (NH4)2Fe(SO4)2.6H2O wordt gemaakt uit ammoniumsulfaat en ijzersulfaat.

Slide 49 - Tekstslide

Slide 50 - Tekstslide

Slide 51 - Tekstslide