enkelvoud-meervoud -verkleinwoorden DISK thema Uiterlijk

Thema Uiterlijk
verbuigingen - vervoegingen
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Voortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Thema Uiterlijk
verbuigingen - vervoegingen

Slide 1 - Tekstslide

Wat leer je deze les?
🧠 Ik ken de regels voor de verkleinwoorden (-je, -tje, -pje, -etje).

✍️ Ik kan deze regels toepassen bij de woorden over 'uiterlijk'.

Slide 2 - Tekstslide

Verkleinwoord
Verkleinwoorden worden gebruikt om te vertellen:
- dat iets of iemand klein is. (broekje, sjaaltje, boompje, jongetje).
- dat iets of iemand leuk, aardig of lief is. ( schatje, vriendje, omaatje)

Het verkleinwoord is meestal: enkelvoud + -je. (broekje, sokje)
Eindigt een woord op  -l, -n, -w, -r, of een klinker schrijf je: enkelvoud + -tje (lepeltje, bekertje)
Eindigt een  woord op -m dan schrijf je: enkelvoud + -pje (boompje, raampje)
Sommige woorden krijgen: - etje (spelletje, ringetje, brilletje)

Er zijn uitzonderingen. Bijvoorbeeld: jongetje


Slide 3 - Tekstslide

de hoofddoek
meervoud
de hoofddoeken
verkleinwoord
het hoofddoekje

Slide 4 - Tekstslide

de huid
meervoud
de huiden
verkleinwoord
het huidje

Slide 5 - Tekstslide

de kleding
meervoud
-
verkleinwoord
-

Slide 6 - Tekstslide

de knie
meervoud
de knieën 
verkleinwoord
het knietje

Slide 7 - Tekstslide

de kleur
meervoud
de kleuren
verkleinwoord
het kleurtje

Slide 8 - Tekstslide

de lip
meervoud
de lippen
verkleinwoord
het lipje

Slide 9 - Tekstslide

de maat
meervoud
de maten
verkleinwoord
het maatje

Slide 10 - Tekstslide

het merk
meervoud
de merken
verkleinwoord
het merkje

Slide 11 - Tekstslide

het model
meervoud
de modellen
verkleinwoord
het modelletje

Slide 12 - Tekstslide

de oorzaak
meervoud
de oorzaken
verkleinwoord
het oorzaakje

Slide 13 - Tekstslide

de schouder
meervoud
de schouders
verkleinwoord
het schoudertje

Slide 14 - Tekstslide

de smaak
meervoud
de smaken
verkleinwoord
het smaakje

Slide 15 - Tekstslide

de spijkerbroek
meervoud
de spijkerbroeken
verkleinwoord
het spijkerbroekje

Slide 16 - Tekstslide

het tijdschrift
meervoud
de tijdschriften
verkleinwoord
het tijdschriftje

Slide 17 - Tekstslide

het uiterlijk
meervoud
-
verkleinwoord
-

Slide 18 - Tekstslide

de verandering
meervoud
de veranderingen
verkleinwoord
het veranderingetje

Slide 19 - Tekstslide

de ziekte
meervoud
de ziektes
de ziekten
verkleinwoord
-

Slide 20 - Tekstslide

Opdracht
Ga naar het woordenschrift van DISK: thema Uiterlijk.       Maak 3 kolommen in je schrift. 

Schrijf in de eerste kolom alle zelfstandige naamwoorden  (enkelvoud)
Schrijf in de tweede kolom de zelfstandige naamwoorden in het meervoud
Schrijf in de derde kolom de verkleinwoorden. 
Voorbeeld:

enkelvoud                                              meervoud                                    verkleinwoord
de anorexia                                                    -                                                        -
het beeld                                               de beelden                                      het beeldje

klaar? 

Slide 21 - Tekstslide


Ik schrijf de juiste verbuiging/ vervoeging.
😒🙁😐🙂😃

Slide 22 - Poll