Standensamenleving
Datum: 15 april 2026
Klas: Z20
Docent: Jesper Grievink
Doelen
Aan het einde van de les kunnen jullie:
...de drie standen noemen en uitleggen wie veel en weinig macht had.
...uitleggen hoe het leenstelsel werkte en wie land gaf aan wie.
Wat zie je op de foto?
Wat is een stand?
Een stand = een groep mensen.
Je werd in een stand geboren.
Veranderen was bijna niet mogelijk.
Stand 1: Geestelijken
Stand 2:
Adel
Stand 3: Boeren
De drie standen
Stand 3: Boeren
Werken veel
Zwaar werk
Weinig macht
Stand 2: Adel
Veel land
Veel macht
ridder en heer
Stand 1: Geestelijken
Kerk
geloof
priester en monnik
Wie hoort bij stand 1?
ridder
priester
boer
Wie had vaak veel macht?
Adel
boeren
niemand
Wie werkte op het land?
monnik
ridder
boer
welk persoon past bij welke stand?
minute
second
stand 1
stand 2
stand 3
boer
priester
ridder
Samenvatting
Je werd in een stand geboren.
Stand 1 was de geestelijkheid.
Stand 2 was de adel.
Stand 3 bestond uit boeren en werkende mensen.
De adel en de geestelijkheid hadden veel macht.
Boeren en werkende mensen hadden weinig macht en moesten hard werken.
Het leenstelsel
Het leenstelsel
land
hulp
trouw
Leenstelsel/Feodalisme
Doel van het leenstelsel
koning geeft land
Leenheer krijgt land
leenman zweert trouw en helpt vechten
boer zweren trouw en werkt op het land
Wie geeft land?
de boer
de koning
de priester
Sleepvraag
geeft land
krijgt land
helpt vechten
werkt op het land
boer
koning
leenman
leenheer
Samenvatting
De koning gaf land.
De adel kreeg land en macht.
De leenman hielp de leenheer.
Boeren werkten op het land.
Doelen
Aan het einde van de les kunnen jullie:
...de drie standen noemen en uitleggen wie veel en weinig macht had.
...uitleggen hoe het leenstelsel werkte en wie land gaf aan wie.
Aan de slag
Maken:
Opdrachten 1 en 2
Begrippenboekje: Standensamenleving
Huiswerk: Begrippenboekje christelijk geloof