Standensamenleving

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorGeschiedenisISK

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Standensamenleving

Datum: 15 april 2026

Klas: Z20

Docent: Jesper Grievink

Doelen

Aan het einde van de les kunnen jullie:


...de drie standen noemen en uitleggen wie veel en weinig macht had.


...uitleggen hoe het leenstelsel werkte en wie land gaf aan wie.

Wat zie je op de foto?

Wat is een stand?

  • Een stand = een groep mensen.

  • Je werd in een stand geboren.

  • Veranderen was bijna niet mogelijk.

Stand 1: Geestelijken

Stand 2:

Adel

Stand 3: Boeren

De drie standen

Stand 3: Boeren

  • Werken veel

  • Zwaar werk

  • Weinig macht

Stand 2: Adel

  • Veel land


  • Veel macht


  • ridder en heer

Stand 1: Geestelijken

  • Kerk


  • geloof


  • priester en monnik

Wie hoort bij stand 1?

A

ridder

B

priester

C

boer

Wie had vaak veel macht?

A

Adel

B

boeren

C

niemand

Wie werkte op het land?

A

monnik

B

ridder

C

boer

welk persoon past bij welke stand?

1

minute

30

second

stand 1

stand 2

stand 3

boer

priester

ridder

Samenvatting

  • Je werd in een stand geboren.

  • Stand 1 was de geestelijkheid.

  • Stand 2 was de adel.

  • Stand 3 bestond uit boeren en werkende mensen.

  • De adel en de geestelijkheid hadden veel macht.

  • Boeren en werkende mensen hadden weinig macht en moesten hard werken.

Het leenstelsel

Het leenstelsel

  • land


  • hulp


  • trouw

Leenstelsel/Feodalisme

Doel van het leenstelsel

  • koning geeft land


  • Leenheer krijgt land


  • leenman zweert trouw en helpt vechten


  • boer zweren trouw en werkt op het land


Wie geeft land?

A

de boer

B

de koning

C

de priester

Sleepvraag

geeft land

krijgt land

helpt vechten

werkt op het land

boer

koning

leenman

leenheer

Samenvatting

  • De koning gaf land.

  • De adel kreeg land en macht.

  • De leenman hielp de leenheer.

  • Boeren werkten op het land.

Doelen

Aan het einde van de les kunnen jullie:


...de drie standen noemen en uitleggen wie veel en weinig macht had.

...uitleggen hoe het leenstelsel werkte en wie land gaf aan wie.

Aan de slag

Maken:


Opdrachten 1 en 2


Begrippenboekje: Standensamenleving


Huiswerk: Begrippenboekje christelijk geloof