Je komt voorbereidin de les. Je hebt je huiswerk af en je hebt alle spullen voor het vak mee.
Vooraf aan de les, leg je alle spullen die je nodig hebt, op je bureau.
Je legt je tas op of onder het rek in het lokaal.
Je bent respectvolnaar klasgenoten en docenten, je helpt waar mogelijk en beledigd niemand.
Je werkt gefocust, je maakt aantekeningen en je zorgt dat je je lesdoelen behaald.
Ik zeg: Let's go!
Welkom!
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeBasisschoolGroep 4,5
In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Onderdelen in deze les
Welkom!
Je komt voorbereidin de les. Je hebt je huiswerk af en je hebt alle spullen voor het vak mee.
Vooraf aan de les, leg je alle spullen die je nodig hebt, op je bureau.
Je legt je tas op of onder het rek in het lokaal.
Je bent respectvolnaar klasgenoten en docenten, je helpt waar mogelijk en beledigd niemand.
Je werkt gefocust, je maakt aantekeningen en je zorgt dat je je lesdoelen behaald.
Ik zeg: Let's go!
Welkom!
Slide 1 - Tekstslide
Weekplenda
Week 7
Week 9
Week 10
Week 11
Week112
Week
13
Week 14
§1 en 2
§3
§4+herhaling
SO
§5 en 6
Herhaling
§7
Week 15
Week 16
Oefentoets
Herhaling en toets
Slide 2 - Tekstslide
Lesdoelen
Ik kan omschrijven waarom waterkeringen en dijken in Nederland belangrijk zijn. Je gebruikt daarbij het begrip NAP.
Ik kan omschrijven wat een polder is
Ik kan uitleggen waarom polders drooggemaakt zijn.
Je kunt minimaal twee voorbeelden van polders noemen.
Slide 3 - Tekstslide
NAP
Dijken moeten regelmatig worden gecontroleerd. Men meet de waterhoogte en de landhoogte. Alle hoogten worden gemeten ten opzichte van het niveau Normaal Amsterdams Peil (NAP).
Een NAP-hoogte van 0 meter is ongeveer gelijk aan het gemiddeld zeeniveau.
Het NAP wordt duidelijk gemaakt met peilmerken.
Slide 4 - Tekstslide
Aanvoer zand
Door getijdenstromingen
Waterbeweging die optreedt onder invloed van getijden.
Eb(laagste waterstand) en vloed (hoogste waterstand).
Slide 5 - Tekstslide
Check!
Ik kan omschrijven waarom waterkeringen en dijken in Nederland belangrijk zijn. Je gebruikt daarbij het begrip NAP.
Ik kan omschrijven wat een polder is
Ik kan uitleggen waarom polders drooggemaakt zijn.
Je kunt minimaal twee voorbeelden van polders noemen.
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Video
Je ziet hier een peilschaal van het NAP bij Woerden. Wat is de waterstand hier?