Observeren Signaleren en Rapporteren - les 2- Factoren en Valkuilen bij observeren/ Jitta

Observeren Signaleren en Rapporteren
Valkuilen bij Observeren



1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
BeroepsorientatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Observeren Signaleren en Rapporteren
Valkuilen bij Observeren



Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerdere malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de les, zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan. 

Ben je te laat? Zet je naam en de tijd van binnenkomst dan op het bord. Dit is jouw verantwoordelijkheid. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

check in
wat zijn jouw valkuilen tijdens het volgen van een beroepsgerichte les? 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
1. Lesdoelen
2. terugblik
3. uitleg verloop van de les
4. Het theoretische gedeelte gaat over:
  • Factoren beïnvloeden observatie
  • Valkuilen
4. Opdracht: Valkuilen bij observeren
5. Herhalen begrippen
6. Afsluiting les

Slide 4 - Tekstslide

Deel 1: 90 min (2 x45 min)

5 min. Welkom en AWR
10 min. Energizer
4 min. lesdoelen
3 min. Programma
10 min  Theoretische gedeelte
15 min  Opdracht valkuilen
10 min Welke valkuilen horen bij de situatie (klassikaal)
15 min Leeractiviteit 5
5 min Check Lesdoelen
5 min Afsluiting les

82 min. totaal




Lesdoelen
Aan het einde van deze les kan ik:

- Uitleggen welke factoren een observatie kunnen beïnvloeden.

- Omschrijven welke valkuilen er zijn bij observateren en deze koppelen aan de voorbeelden.


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik les 1

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Omschrijf wat de eindopdracht inhoudt

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Omschrijf wat de eindopdracht inhoudt

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deel A
Deel A wordt beoordeeld op school
  • je bespreekt op stage welke cliënt je gaat observeren
  •  je maakt een observatieplan
hierin beschrijf je alle stappen voordat je gaat observeren
Als je docent een GO geeft kan je verder met deel B

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deel B
Deel B wordt beoordeeld op stage
  • je observeert je cliënt aan de hand van het observatieplan
  • je schrijft een rapportage met je bevinding d.m.v. een:
 observatieverslag
of
Rapportage in het digitale cliëntvolgsysteem op jouw BPV

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarnemen doe je..........
A
Altijd en onbewust
B
Doelgericht en Specifiek

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Observeren doe je..............
A
in elke situatie
B
zonder voorop gestelde doelen
C
met voorop gestelde doelen
D
de gehele dag

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je signalen opvangt dat er iets ……………………… is. 
Als je wilt weten hoe je moet ………………………
Wanneer je van tijd tot tijd je methodisch handelen ………………………. 
Als je ……………………… van bepaald gedrag wilt vinden.
Als je een goed ……………………… van iemand wil krijgen.
Als je over iemand ……………………….
mis
handelen
evalueert
de oorzaak
 beeld
 rapporteert

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is interpreteren?

Slide 14 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Objectief observeren
Zijn de volgende observaties objectief?
• Thomas liep woedend naar Elien en gooide een bal naar haar.
• Mieke liep met grote stappen naar Karel en nam zijn appel af. Toen ze in de appel beet, begon Karel te huilen.
• Maaike is een lief kindje. Ze slaat haar armpjes rond mij en geeft me een dikke zoen. Ik voel dat ze van me houdt.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Theoretische gedeelte

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

'Observeren is bijzaak en dit doe je als je tijd overhebt. Gewoon elke dag goed opletten, is echt wel voldoende.'
Eens
Oneens

Slide 17 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

'Signaleren is de belangrijkste taak van een begeleider.'
Eens
Oneens

Slide 18 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

'Objectief observeren is makkelijk, dat kan iedereen.'
Eens
Oneens

Slide 19 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

stellingen
'Observeren is bijzaak en dit doe je als je tijd overhebt. Gewoon elke dag goed je ogen de kost geven, is echt wel voldoende.'

'Signaleren is de belangrijkste taak van een begeleider.'

'Objectief observeren is makkelijk, dat kan iedereen.'

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Factoren die je observatie kunnen beïnvloeden

Wanneer je gaat observeren dien je rekening te houden met een aantal factoren die je observatie kunnen beïnvloeden.

Welke kun jij bedenken?


Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan je observatie beïnvloeden?

Slide 22 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Factoren die je observatie kunnen beïnvloeden


1.  Persoonlijke factoren
Vooroordelen, zelfbeeld, iemand observeren die je goed kent, stemming

2. Gezondheid van de cliënt 
Lichamelijke gesteldheid beïnvloed het gedrag


Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Factoren die je observatie kunnen beïnvloeden


3. Verandering in werksituatie
Nieuwe collega, inval-collega’s, andere dagstructuur

4. Verandering in de omgeving
Omgeving moet veilig en goed ingericht zijn voor de cliënt,
Indien onlangs iets op de groep veranderd is, heeft dit invloed op je observatie

5. Gebeurtenissen en sfeer in de groep
Slecht nieuws, grote veranderingen/situaties heeft invloed op het gedrag cliënt & observatie

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Referentiekader
Je verleden, wat je allemaal hebt meegemaakt, de gewoontes die je (onbewust) overnam, de context waarin je opgroeide, je (levens)ervaringen, je opleiding, je cultuur, je karakter, je religie, … alles draagt bij tot je referentiekader.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bespreek samen
Hoe kan je referentiekader van invloed zijn op je waarneming?

Hoe kan stemming van invloed zijn op je waarneming?

Hoe kan je geheugen van invloed zijn op je waarneming?

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht Valkuilen; 
Zoek elk begrip op

  1. Wat is het Halo-effect?
  2. Wat is het Horn-effect
  3. Diagnosticeren/ aannames
  4. Foutief interpreteren 
  5. Moraliseren
  6. Vooroordeel en Stereotyperen

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

casus; cultuurverschillen en communicatie

Scenario: Een zorgprofessional communiceert met een cliënt uit een andere culturele achtergrond. Er zijn opvallende verschillen in non-verbale signalen en verbale communicatie.

Hoe kunnen culturele verschillen de observatie van verbale en non-verbale communicatie beïnvloeden? Wat zijn mogelijke misvattingen?

Welke valkuilen kunnen van invloed zijn?

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus: Een conflictsituatie tussen cliënten

Scenario: Tijdens een groepsactiviteit ontstaat er een conflict tussen twee cliënten. Er zijn verschillende getuigen van het incident.

 Hoe kunnen verschillende waarnemingen van getuigen leiden tot verschillende interpretaties van het conflict? Wat zijn mogelijke valkuilen bij het observeren van conflicten?

Welke valkuilen kunnen van invloed zijn? 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke factor en/of valkuil hoort bij de situatie?

  • In It's Learning staat 15 voorbeelden. 
  • Kies steeds welke factor of valkuil hierbij hoort.  

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke factor en/ of valkuil hoort bij de situatie?
  • Je merkt dat je in de donkere wintermaanden negatiever naar je clienten kijkt dan als de dagen langer worden en het zonnetje schijnt​
  • Een van je clienten zit echt in je allergie. Hij klaagt en zeurt om alles! Dat hij erg goed kan koken en behulpzaam is naar medebewoners zie je niet.​
  • Jij ziet een van de clienten als somber, een collega ziet hem als rustig.​
  • Een van de cliënten neemt je vaak in vertrouwen en je hebt door zijn verleden erg met hem te doen. Als zij ongewenst gedrag vertoont, dan interpreteer je dit gedrag vanuit zijn achtergrond.



Slide 31 - Tekstslide

Observeren is iets anders dan waarnemen. Waarnemen doe je altijd, observeren doe je in een bijzondere situatie. Wanneer je observeert, doe je dit altijd doelgericht en volgens een bepaalde methode. Je formuleert dus altijd vooraf het doel van je observatie. Je beschrijft wie, wat, waar en wanneer je gaat observeren. Observeren gaat altijd over het gedrag. Dat ga je onderzoeken. Wanneer je observeert, is het van belang dat je niet interpreteert. Je bent zo objectief mogelijk. Objectief observeren is moeilijk, omdat je je niet mag laten beïnvloeden door je eigen mening, ervaring of betrokkenheid. Je mag dus alleen naar de feiten kijken.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Check doelen
Wie kan één van de de 5 factoren benoemen die een observatie kunnen beïnvloeden?

Wie kan één van de 8 valkuilen benoemen bij observeren?

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Feedback

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eindopdracht
observeren inleveren:

Vrijdag 17 april
om 17.00 uur.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen check

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies