HOOFDSTUK 4 (2022) massamedia KGT

Massamedia hoofdstuk 4 
''De rol van de overheid''


Uitleg
+
Huiswerk opgaven 
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerMiddelbare schoolvmbo k, t

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Massamedia hoofdstuk 4 
''De rol van de overheid''


Uitleg
+
Huiswerk opgaven 

Slide 1 - Tekstslide

Aan de slag met Massamedia 4.1  
De tekst hiervan staat in je boek op blz. 50 
Dit is het boek:

Wat moet je nu doen
  1. Je volgt de uitleg in deze LessonUp
  2.  je leest de tekst in je boek 
  3. Je maakt de opgaven in je boek 

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Na de uitleg kun je:

1: uitleggen waarom persvrijheid belangrijk is in een democratie.

2: Benoemen en uitleggen waarom pluriformiteit van informatie belangrijk is voor een democratie.

Slide 3 - Tekstslide

Mein Kampf
De overheid bemoeit zich maar  heel weinig met de gedrukte media (kranten, boeken en tijdschriften.)

Wel heeft de overheid dit boek verboden. (Mein Kampf).
Het staat vol met ideeën van Hitler over hoe slecht Joodse mensen zijn.

Slide 4 - Tekstslide

4.1 Vrijheid van meningsuiting 
Elk democratisch land (dus ook Nederland) heeft een grondwet waarin staat dat mensen: vrijheid van meningsuiting hebben.

In de Nederlandse grondwet staat het volgende in iets andere woorden......: je mag schrijven wat je wilt, openbaar maken en verspreiden door het te laten drukken of op internet te plaatsen.

Slide 5 - Tekstslide

Persvrijheid
Dat dit artikel in de Grondwet staat is voor ons allemaal belangrijk, maar vooral voor journalisten.

Die hebben daardoor namelijk: persvrijheid..
Dit wil zeggen: de media in ons land mogen bijna alles schrijven en laten zien wat ze willen.

Slide 6 - Tekstslide

Censuur
Persvrijheid en democratie horen bij elkaar. Oftewel; in een democratie is er altijd persvrijheid voor de media!

in een dictatuur is dus géén persvrijheid maar precies het tegenovergestelde. 

Dit noem je; censuur. Dat betekent dat artikelen van journalisten vóóraf worden gecontroleerd door de machthebbers.

In een land als China of Noord Korea is er dus geen persvrijheid maar censuur.

Slide 7 - Tekstslide

Waarom denk je dat in een dictatuur artikelen éérst gecontroleerd worden door de machthebbers?

Slide 8 - Open vraag

4 beperkingen...
Persvrijheid betekent niet dat journalisten ALLÉS mogen schrijven en laten zien wat ze maar willen. 

Er zijn vier beperkingen waar de media zich wel aan moeten houden door de gewone wetten en de grondwet die er zijn..

Slide 9 - Tekstslide

Niet Alles mag..
Beperking 1: Media mogen niet discrimineren! Ze mogen niets plaatsen of laten zien waarin er wordt gediscrimineerd. als er een racistisch filmpje op internet staat wordt deze door de overheid verwijderd.
Beperking 2: Media mogen geen onzedelijke informatie verspreiden. Denk bijvoorbeeld aan kinderporno.
Beperking 3: Media mogen geen onwaarheden verspreiden. Er mag dus niet met opzet iets geplaatst worden of uitgezonden dat een leugen is..
Beperking 4: Media mogen geen opruiende uitspraken doen. Ze mogen mensen niet tot haat of geweld aanzetten met hun beelden of teksten. (Gek voorbeeld: ze mogen niet schrijven dat iedereen alle treinstellen in de brand moet steken)

Slide 10 - Tekstslide

Als een krant of tijdschrift een van deze beperkingen overtreedt, wat is hier dan het gevolg van denk je?

Slide 11 - Open vraag

4.2 Betrouwbaarheid en Pluriformiteit
De overheid vind het belangrijk dat wij uit verschillende kranten, radiozenders, tv-zenders en bladen kunnen kiezen. 

Dat noem je pluriformiteit van de massamedia. 
Dat betekent ook wel: dat er veel verschillende soorten media zijn, waarin veel verschillende meningen aan bod komen 

Slide 12 - Tekstslide

pluriformiteit 
Dat is positief.. Want door die pluriformiteit krijgen verschillende maatschappelijke groepen ook de kans om hun stem te laten horen, want in NL wonen mensen met allerlei verschillende politieke voorkeuren, geloofsovertuigingen, culturele achtergronden en leefstijlen. 

Denk aan: omroep MAX (voor ouderen)
de BNN (voor jongeren)

Slide 13 - Tekstslide

publieke omroep (NPO)
BNNVARA - AVROTROS - VPRO - EO - 

- Krijgen financiële steun van de overheid, maar in ruil daarvoor moeten zij zich aan bepaalde regels houden (mediawet) en een deel van de tijd besteden aan culturele en informatieve programma's. 

Slide 14 - Tekstslide

De Mediawet (deel 1) 
  • een publieke omroep moet een vereniging zijn (met leden), het doel is niet gericht op winst maken. 
  • een omroep moet minstens 50.000 betalende leden hebben.
  • elke omroep moet een eigen identiteit hebben.
  • elk programma moet bestaan uit informatie (25%), culturele overdracht (25%), educatie (5%), amusement (25%), zelf in te vullen (20%).

Slide 15 - Tekstslide

De Mediawet (deel 2)
  • ze hebben recht op geld van de overheid, reclame geld (ster) wordt verdeeld over de omroepen. 
  • reclame mag een programma niet onderbreken en er mag maar 6,5% van de zendtijd aan reclame besteed worden. 
  • product placement (sluikreclame) is verboden. 

Slide 16 - Tekstslide

4.3 Ideële reclame  
-Reclame die gericht is op het verbeteren van de maatschappij-

Stichting Ideële Reclame (SIRE), maakt dit soort reclames.
voorbeeld uit 2020 #doeslief

Overheid: ''alleen samen krijgen we Corona onder controle"


Slide 17 - Tekstslide

Geef bij de volgende opgaven aan of het juist of onjuist is.

Slide 18 - Tekstslide

In Nederland mag je als journalist alles schrijven en zeggen wat je wilt
A
Juist
B
Onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Vrijheid van meningsuiting en censuur kunnen niet samengaan.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 20 - Quizvraag

Pluriformiteit betekent dat er zo min mogelijk verschillende media bestaan
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quizvraag

Op internet zijn opruiende teksten verboden
A
Juist
B
Onjuist

Slide 22 - Quizvraag

De leerlingen uit de serie ''Brugklas'' mogen Lays chips eten op beeld
A
Juist
B
Onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Een publieke omroep mag ''winst maken'' als doel hebben
A
Juist
B
Onjuist

Slide 24 - Quizvraag

Welk begrip past bij dit bericht? En kun je in Nederland de minister-president beledigen zonder straf te krijgen? Leg je antwoord uit.

Slide 25 - Open vraag

Leerdoelen check!
1: Leg uit waarom persvrijheid belangrijk is voor de democratie.

2: Leg uit waarom pluriformiteit van informatie belangrijk is voor een democratie.

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide