creatief met biologie en oefenopgaven

timer
30:00
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-6

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

timer
30:00

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen met vragen over thema regeling, zintuigen en waarnemen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

creatief met biologie
blz. 42/43 drempelwaarde prikkel-impuls
blz 48- het oog
blz 62/64 zenuwcellen verschil tussen sensorisch en motorisch zenuwcel
blz. 36 boek BvJ opgave 28 ruggenmerg sensorische-motorisch zenuwcel
blz. 36. boek BvJ opgave 26. en afb 33 boek. delen van hersenen, hersenschors

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Titel
subtitel

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Vraag over knoflook.

Vraag over verstoppende leerling, die eerst geluid maakt met zijn stem en zich daarna laat zien

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag
Dwarsdoorsnede van de hersenschors.
Het hand gedeelte is groter dan de voeten. Waarom?

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dwarsdoorsnede van de hersenen.
Het hand gedeelte is groter dan de voeten. Waarom?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar in de hersenen worden deze impulsen verwerkt tot een bewuste waarneming van geluid?
A
in de grote hersenen
B
in de kleine hersenen
C
in de hersenstam

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag
Op welke plekken zitten synapsen voor impulsoverdracht? klassikaal

Met welke stoffen werken synapsen? open vraag

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noemen we een elektrisch signaaltje dat van een zintuig af komt?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Met welke stoffen werken synapsen?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

In de wand van de rechter hartboezem bevindt zich de zogenaamde sinusknoop. Deze sinusknoop geeft impulsen af die door uitlopers van zenuwcellen over de hartspier geleid worden. Door deze impulsen trekt het hart samen: eerst de boezems, dan de kamers. Het aantal malen dat het hart per minuut samentrekt wordt het hartritme genoemd.

Worden de impulsen uit de sinusknoop over het hart geleid door uitlopers van bewegingszenuwcellen, van gevoelszenuwcellen of van schakelcellen?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vraag
Stel dat een stukje van het rechter grote blauwe gezichtsveld niet zichtbaar is vanwege beschadiging? 
Welk oog (linker of rechter) is beschadig. Welke kant?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk oog (linker of rechter?) netvliesgedeelte is beschadigd? Welke kant van het oognetvlies?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stel dat een stukje van het linker grote blauwe gezichtsveld niet zichtbaar is vanwege beschadiging?
Welk oog (linker of rechter) is beschadigd? Welke kan van de oog netvlies kant?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Stel één oog is blind. Wat kan je niet goed zien?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

A
Welk onderdeel van je oog van lichtprikkels op en maakt de impulsen?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk deel van de hersenen doet de coordinatie van de impulsen naar de spieren?
A
grote hersenen
B
kleine hersenen
C
hersenstam

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een prikkel waar een zintuig speciaal gevoelig voor is noemen we een ........... prikkel

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zintuigen kunnen prikkels waarnemen. Prikkels waarnemen gebeurt met speciale receptoren. Noem 5 zintuigen op en vertel wat voor type receptoren ze zitten

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

boek blz 30
Vraag. Hoe onderscheid je een gevoelszenuwcel van een bewegingszenuwcel?

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grijze gedeelte veel cellichamen van schakelcellen

Witte gedeelte veel axonen met myeline schede van axonen.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke afbeelding is voor het kijken van veraf?
Zijn de lensbandjes dan samengetrokken of ontspannen?
A
figuur 1 samengetrokken
B
figuur 1 ontspannen
C
figuur 2 samengetrokken
D
figuur 2 ontspannen

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe heet nummer 13?

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk deel van je hersenen regelt je ademhaling?
A
grote hersenen
B
kleine hersenen
C
hersenstam

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In welke volgorde worden de impulsen dan langs deze zenuwcellen geleid?

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Er wordt met een camera een foto gemaakt van een iris. Door het felle flitslicht trekken de kringspieren in de iris zich samen.

Verandert dan de grootte van de pupil?
A
Nee
B
Ja hij wordt groter
C
Ja hij wordt kleiner

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De persoon schrikt van de flits en rent weg het donker in. Hij blijft daar 10 minuten in het donker zitten. wat gebeurt er met de pupillen?
A
Ze worden kleiner, lengtespieren trekken aan
B
ze worden kleiner kringspieren trekken aan
C
ze worden groter lengtespieren trekken aan
D
ze worden kleiner lengtespieren trekken aan

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Atropine is een stof die gebruikt wordt bij oogonderzoek. Als atropine in een oog wordt gedruppeld, wordt de pupil zo groot mogelijk.

Rondom de lens achter de pupil bevindt zich een spier die het accommoderen regelt. Als atropine in de ogen wordt gedruppeld, ontspannen deze spieren zich. De lenzen worden dan zo plat mogelijk. Heeft dit gevolgen voor het scherp zien?
A
Nee
B
Ja je kan daardoor dichtbij niet scherp meer zien
C
Ja je kan daardoor veraf niet scherp zien
D
Ja je kan daardoor zowel van veraf als dichtbij niet goed zien

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Lees blz 19-21 beschrijf de homeostase regeling van bloedglucose. Gebruik daarbij de namen van de hormonen en hun effect.

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke negatieve terugkoppeling kun je hier zien?

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Impulsgeleiding vraag

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

is dit een motorische of sensorische neuron?

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies