4.1 doen van onderzoek

Les 1
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Les 1

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 4
'Onderzoeksvaardigheden'

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Dit filmpje geeft een inzicht in de verschillende stappen bij het doen van onderzoek, met daarbij een praktijkvoorbeeld.
§4.1 Doen van onderzoek

Slide 4 - Tekstslide

Pagina 79
Wat leer ik dit hoofdstuk?
Je weet hoe je bronnen kunt selecteren en wanneer bronnen betrouwbaar zijn. ​

Je weet wat het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek is.​

Je kent de 5 verschillende meetinstrumenten en de voor- en nadelen ervan.​













Ik weet...

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Bronnen selecteren
Bij literatuuronderzoek is het belangrijk gebruik te maken van objectieve bronnen. Die kun je bepalen door te vragen: 
- Wat is het doel van het geschrevene?
- Wat is de bredere context?
- Hoe zijn woorden en afbeeldingen gekozen?
- Op welke manier is de informatie tot stand gekomen?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een informatiebron is betrouwbaar
Als er maximale zekerheid bestaat dat de geleverde informatie correct is. 

Deze zekerheid wordt bepaald door het beoordelen van gebruikte bron op:
gedegenheid: een willekeurige website bijvoorbeeld is minder betrouwbaar dan de site van nos.nl
en een wetenschappelijk artikel is betrouwbaarder dan een krantenartikel;

kwaliteitscontrole en controleerbaarheid: is de informatie door onafhankelijke partijen beoordeeld en op waarde geschat, zoals bij wetenschappelijke publicaties het geval is? Is het duidelijk waarop
de informatie is gebaseerd en is de auteur benaderbaar voor vragen?

bevestiging: is de informatie ook door andere bronnen bevestigd of gaat het om een eenmalige, unieke bevinding door een enkele bron?

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Vraag de leerlingen om de bron te lezen.
Is de bron betrouwbaar voor onderzoek?
Is de bron betrouwbaar voor onderzoek?
Ja
Nee

Slide 12 - Poll

Bespreek met de leerlingen dat de bron niet betrouwbaar is, omdat De Speld een satirisch online nieuwsmagazine is en dus niet op feiten berust.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassen
timer
10:00
Uitkomst: 
Centraal bespreken
Klaar?:
maak vraag 4
Maken opdracht 3

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 3
A. Beschrijvend.
B. Verklarend.
C. Verklarend.
D. Beschrijvend
E. Verklarend.
F. Beschrijvend en verklarend.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kwalitatief en kwantitatief onderzoek
Kwalitatief
Kwantitatief
Kwalitatief: onderzoek ​
Onderzoek is diepgaander. Gaat meer over de motivatie en opvattingen van mensen. ​
Liever de diepte in dan meer

Onderzoeken waarbij het gaat op hoeveelheid en daar horen cijfermatige resultaten bij, ​

Liever meer dan de diepte in
Bijvoorbeeld: interviews
Bijvoorbeeld: Veiligheidsmonitor

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kan crimineel gedrag onder jongeren effectief worden teruggedrongen.
A
Kwalitatief onderzoek
B
Kwantitatief onderzoek

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom gebruikt men lichaamstaal bij het geven van een mondelingen presentatie?
A
Kwalitatief onderzoek
B
Kwantitatief onderzoek

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In hoeverre is de acceptatie van homosexualiteit in Nederland veranderd in 2023 tov 2013?
A
Kwalitatief onderzoek
B
Kwantitatief onderzoek

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In hoeverre komt het opleidingsniveau van kinderen overeen met dat van hun ouders?
A
Kwalitatief onderzoek
B
Kwantitatief onderzoek

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke mate zijn millennials sociaal vaardiger geworden dan de generatie voor hen?
A
Kwalitatief onderzoek
B
Kwantitatief onderzoek

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het effect van agressie in kinderfilms op het gedrag van kinderen?
A
Kwalitatief onderzoek
B
Kwantitatief onderzoek

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

meetinstrumenten
Enquête - kan zowel kwantitatief als kwalitatief, vragen moeten eenduidig zijn en de volgorde is belangrijk.​ Respondenten​
Interview - het verkrijgen van dieperliggende informatie​. Subjectiviteit is een gevaar​
Observatie - bestuderen hoe mensen zich gedragen​. Let op je eigen referentiekader​
Experiment - het gedrag van een proefpersoon wordt in een gecontroleerde omgeving gemeten.​ Proefpersoon
Metastudie - Het onderzoeken van onderzoeken door een onderzoeker






Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassen
timer
10:00
Uitkomst: 
Centraal bespreken
Klaar?:
tekstverkenners 4.1
Maken opdracht 1 blz 72

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 1: Welke meetinstrumenten?
1) Experiment.
2) Diepte-interview.
3) Enquête.
4) Meta-studie.
5) Observatie.
6) Diepte-interview.
7) Experiment.
8) Observatie.
9) Interview of enquete.
10) Observatie (via monitor meekijken) of experiment (via monitor in de gaten houden)

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Toepassen
timer
10:00
Uitkomst: 
Centraal bespreken
tekstverkenners 4.1
Vanaf vraag 5

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5) Wetenschappelijke vakliteratuur werkt volgens de eisen van de wetenschappelijke methode, kwaliteitskranten werken met name volgens journalistieke eisen. Wetenschappelijke vakliteratuur heeft vooral als doel om te onderzoeken, terwijl de doelen van artikelen in kwaliteitskranten veelzijdiger (kunnen) zijn (bijvoorbeeld ook opiniëren, controleren, amuseren etc.).
 
6) Speld.nl is niet betrouwbaar. De koppen zijn suggestief en hebben vooral als doel om te amuseren, het is onduidelijk waarop de teksten gebaseerd zijn en veelal is het onzin wat de onderzoekers zeggen.

7)De manier om ervoor te zorgen dat journalisten checken of onderzoek kwalitatief hoogstaand is, is door één of meerdere experts/onderzoekers in het veld die niet betrokken zijn bij het besproken onderzoek te bevragen over de kwaliteit van het gepresenteerde onderzoek.

8) Kwantitatief onderzoeker gaat vooral over telbare en meetbare concepten en is dus veelal cijfermatig: ‘meten in cijfers’. Kwalitatief onderzoek gaat vooral over interpretatie en dieperliggende motieven achter bepaalde fenomenen: ‘meten in woorden’.

9) De belangrijkste meetinstrumenten zijn:
-enquete: dit is een vragenlijst met veelal gesloten vragen
-interview: dit is een gesprek met veelal open vragen en de mogelijkheid tot doorvragen
-observatie: dit kan zowel met als zonder weten van de geobserveerden gebeuren en het kan zijn dat de onderzoeker wel of niet deelneemt aan de situatie die bekeken wordt
-experiment: dit vindt plaats in een gecontroleerde omgeving en heeft een controlegroep
-metastudie: alle onderzoeker over een bepaald ondwerp worden op een hoop gegooid om conclusies over het onderwerp te trekken
10) Kwantitatief: enquête, interview (gestructureerd), experiment, metastudie; kwalitatief: interview (semi-gestructureerd), observatie

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

9) De belangrijkste meetinstrumenten zijn:
-enquete: dit is een vragenlijst met veelal gesloten vragen
-interview: dit is een gesprek met veelal open vragen en de mogelijkheid tot doorvragen
-observatie: dit kan zowel met als zonder weten van de geobserveerden gebeuren en het kan zijn dat de onderzoeker wel of niet deelneemt aan de situatie die bekeken wordt
-experiment: dit vindt plaats in een gecontroleerde omgeving en heeft een controlegroep
-metastudie: alle onderzoeker over een bepaald ondwerp worden op een hoop gegooid om conclusies over het onderwerp te trekken

10) Kwantitatief: enquête, interview (gestructureerd), experiment, metastudie; kwalitatief: interview (semi-gestructureerd), observatie


Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 2

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat leer ik dit hoofdstuk?
Je weet hoe je bronnen kunt selecteren en wanneer bronnen betrouwbaar en representatief zijn. ​
Je weet wat wetmatigheden en kans inhouden en kunt deze toepassen op een bron.​
Je weet wat het verschil tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek is.​
Je kent de 5 verschillende meetinstrumenten en de voor- en nadelen ervan.​













Ik weet...

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de afbeeldingen naar het juiste meetinstrument.
Enquête
Interview
Observatie
Experiment

Slide 34 - Sleepvraag

Deze opdracht is een aanleiding om de verschillende meetinstrumenten te bespreken. 
Toepassen
timer
10:00
Uitkomst: 
Centraal bespreken
Klaar?:
tekstverkenners 4.1
Maken opdracht 1 blz 72

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 1: Welke meetinstrumenten?
1) Experiment.
2) Diepte-interview.
3) Enquête.
4) Meta-studie.
5) Observatie.
6) Diepte-interview.
7) Experiment.
8) Observatie.
9) Interview of enquete.
10) Observatie (via monitor meekijken) of experiment (via monitor in de gaten houden)

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassen
timer
10:00
Uitkomst: 
Centraal bespreken
Klaar?:
tekstverkenners 4.1
Maken opdracht 1 blz 72

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
10:00
.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassen
timer
10:00
Alleen
Uitkomst: 
Centraal bespreken
Klaar?:
Maken opdracht 3 vraag 5, 6 en 7
Maken opdracht 3 blz 57 vraag 1, 2, 3 en 4

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 .

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassen
timer
20:00
Alleen
Uitkomst: 
Centraal bespreken
Klaar?:
Maken opdracht 3 vraag 5, 6 en 7
Maken opdracht 3 vraag 5, 6 en 7

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kans
Kans is de waarschijnlijkheid dat een bepaalde gebeurtenis zal optreden. Het gaat dan om een vergelijking. 

Slide 48 - Tekstslide

In relatie tot het vorige filmpje: de kans dat jij op 25 september jarig bent, is groter dan op 4 november bijvoorbeeld.
Kans
Iemand die opgroeit in een arm gezin heeft een kleinere kans om ooit een goedbetaalde baan te vinden dan iemand die in een rijk gezin is opgegroeid

Slide 49 - Tekstslide

In relatie tot het vorige filmpje: de kans dat jij op 25 september jarig bent, is groter dan op 4 november bijvoorbeeld.
Kans
De kans dat iemand die een fiets steelt gepakt wordt, is kleiner dan de pakkans van iemand die een auto heeft gestolen.

Slide 50 - Tekstslide

In relatie tot het vorige filmpje: de kans dat jij op 25 september jarig bent, is groter dan op 4 november bijvoorbeeld.