Examengesprek

EXAMENGESPREK

PBSD: P6-K1-W2
Begeleidt de cliënt bij het versterken v.d. eigen kracht

PBGZ: 

Ondersteunt client/naastbetrokkenen bij het voeren van de regie
BGZ: P1-K1-W2 
Ondersteunt, informeert en adviseert de cliënt en naastbetrokkenen bij het behouden en stimuleren van de ontwikkeling
BSD: P2-K1-W2
Ondersteunt de cliënt gericht op zelfmanagement/maatschappelijke participatie






1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

EXAMENGESPREK

PBSD: P6-K1-W2
Begeleidt de cliënt bij het versterken v.d. eigen kracht

PBGZ: 

Ondersteunt client/naastbetrokkenen bij het voeren van de regie
BGZ: P1-K1-W2 
Ondersteunt, informeert en adviseert de cliënt en naastbetrokkenen bij het behouden en stimuleren van de ontwikkeling
BSD: P2-K1-W2
Ondersteunt de cliënt gericht op zelfmanagement/maatschappelijke participatie






Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Begrippen 
Zelfredzaamheid: Het vermogen om je in het leven zelf te redden.  

Samenredzaamheid: Het vermogen om je in het leven zelf te redden met hulp van mensen in jouw netwerk.  

Eigen kracht:  Je talenten en je mogelijkheden om zelf oplossingen te bedenken voor situaties.  

Zelfregie: Zelf richting geven aan je leven, ook wanneer je een beroep op anderen moet doen om zelfredzaam te kunnen zijn.  

Slide 3 - Tekstslide

Begrippen zelfregie 
Kracht: Benadruk de kwaliteiten en mogelijkheden van mensen 

Drijfveren: Ga uit van de drijfveren en motivatie van mensen.  

Zeggenschap: Laat mensen zelf beslissen hun leven en over eventuele professionele ondersteuning.  

Met het netwerk: Laat mensen niet alles zelf doen, maar zorg voor voortdurende interactie met het eigen sociale netwerk. Je kunt voor elkaar van betekenis zijn. 

Slide 4 - Tekstslide

Zelfregie: zelf richting geven aan het leven.  

In welke situatie bepaal jij zelf wat je doet?
  • Denk aan: financiën, kleding, uitgaan, eten, zorgverzekering, sport, huishouding. 

Schrijf dit op en beantwoord vervolgens de vragen: 

Kracht: Welke kwaliteiten heb ik hiervoor nodig? 
Drijfveren: Welke motivatie heb ik hiervoor? 
Zeggenschap: In hoeverre kan ik dit zelf beslissen? 
Netwerk: Wie in mijn omgeving heb ik hiervoor nodig?

Slide 5 - Tekstslide

Eigen Regie

Slide 6 - Tekstslide

Wat vraagt dit van jou?
Jouw basishouding: 

- De wensen en behoeften van de cliënt zijn jouw uitgangspunt.
- Je gaat uit van mogelijkheden. 

- Je kijkt verder dan je cliënt alleen. Je kijkt ook naar de mogelijkheden van:
          - Het netwerk van de cliënt
          - De initiatieven en voorzieningen in de buurt


Slide 7 - Tekstslide

Wat is Empowerment?
A
De beperkingen in kaart brengen.
B
Kijken naar sterke kanten en mogelijkheden.
C
Oplossingen aanbieden aan de cliënt.
D
Er wordt gekeken naar problemen van de cliënt.

Slide 8 - Quizvraag

Beantwoord de vragen:
  1. Wat is het verschil tussen zelfstandigheid en zelfredzaamheid 
  2. Waarom is de zelfstandigheid van zorgvragers zo belangrijk? Noem vier redenen. 
  3. Wat wordt bedoeld met samenredzaamheid volgens jou?
  4. Wat wordt bedoeld met eigen kracht? 
  5. Wat wordt bedoeld met zelfregie volgens jou?

Geef bij elk antwoord een voorbeeld vanuit de stage.

Slide 9 - Tekstslide

Begeleider specifieke Doelgroepen

Slide 10 - Tekstslide

Persoonlijk Begeleider Specifieke doelgroepen

Slide 11 - Tekstslide

Begeleider Gehandicapten Zorg

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Mensen kunnen veel meer dan wij (en zijzelf) denken
JA
NEE

Slide 14 - Poll

Slide 15 - Tekstslide