7.3

1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
Opstarten
5 min
Herhalings LessonUp
10 min
Uitleg 7.3 deel 1
15 min
Maken opdrachten
10 min
Bespreken opdrachten
10 min
Uitleg 7.3 deel 2
10 min
Afmaken 7.3 
15 min

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Kracht is een
A
Grootheid
B
Eenheid

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de eenheid van kracht?
A
Watt
B
Newton
C
Centimeter
D
Newton per kilogram

Slide 6 - Quizvraag

Een krachtmeter met een groot meetbereik heeft een sterke veer.
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quizvraag

Lees de grootte van de kracht op de krachtmeter af.
De kracht is...
A
2,5N
B
2,2N
C
2,6N
D
2,8N

Slide 8 - Quizvraag

Bekijk de krachtmeters
hiernaast. Welke krachtmeter
heeft het grootste bereik?
A
1
B
2
C
3

Slide 9 - Quizvraag

Bekijk de krachtmeters
hiernaast. Welke krachtmeter
is het meest nauwkeurig?
A
1
B
2
C
3

Slide 10 - Quizvraag

Je hangt een gewicht aan een krachtmeter. Door welke kracht rekt de krachtmeter uit?
A
Veerkracht
B
Zwaartekracht
C
Spierkracht

Slide 11 - Quizvraag

Hoe groot is één schaaldeel?
A
één schaaldeel is 5 streepjes
B
één schaaldeel is 25 N
C
één schaaldeel 1 N
D
één schaaldeel 5 N

Slide 12 - Quizvraag

Een weegschaal is een voorbeeld van een krachtmeter.
A
waar
B
niet waar

Slide 13 - Quizvraag

Een kracht kun je tekenen.
Waarmee kun je een kracht in een tekening weergeven?
A
met een punt
B
met een lijn
C
met een pijl

Slide 14 - Quizvraag

Wat is bij het TEKENEN van krachten het allerbelangrijkst?
A
Grootte
B
Richting
C
Aangrijpingspunt
D
Allemaal even belangrijk.

Slide 15 - Quizvraag

Waarom is een krachtenschaal belangrijk?
A
Dan weet je welke kracht je gaat gebruiken
B
Dan weet je hoeveel krachten er zijn.
C
Dan weet je hoe groot je kracht is.
D
Dan weet je hoe lang je een pijl moet tekenen.

Slide 16 - Quizvraag

Je moet een kracht tekenen met een grootte van 600 N.

Welke krachtenschaal is het handigst?
A
1 cm ≙ 0,1 N
B
1 cm ≙ 1 N
C
1 cm ≙ 10 N
D
1 cm ≙ 100 N

Slide 17 - Quizvraag

Je wil een kracht van 300N tekenen. De krachtenschaal is 1cm = 60N
Hoe lang moet de pijl zijn?
A
3 cm
B
4 cm
C
5 cm
D
6 cm

Slide 18 - Quizvraag

krachtenschaal 1 cm = 50 N
vector is 5 cm. Hoe groot is de kracht?
A
50 N
B
250 N
C
125 N
D
75 N

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Video

Open je boek op blz. 125 We lezen samen de tekst

Slide 21 - Tekstslide

Moeder der formules
Zwaartekracht = massa . aantrekkingskracht


Fz: zwaartekracht in (N)
m: massa in (kg)
g: zwaartekrachtsconstante (N/kg, op aarde g = 10 N/kg

Fz =m  g

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Valversnelling

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Slide 28 - Video

De massa van een auto is 800 kg. Bereken de Zwaartekracht die erop werkt.

Slide 29 - Tekstslide

De massa van een auto is 800 kg. Bereken de Zwaartekracht die erop werkt.
1. Gegeven:
2. Gevraagd: 
3. Formule:
4. Berekening:
5. Antwoord:

Slide 30 - Tekstslide

De massa van een auto is 800 kg. Bereken de Zwaartekracht die erop werkt.
1. Gegeven:          m = 800 kg
2. Gevraagd:        
3. Formule:
4. Berekening:
5. Antwoord:

Slide 31 - Tekstslide

De massa van een auto is 800 kg. Bereken de Zwaartekracht die erop werkt.
1. Gegeven:          m = 800 kg
2. Gevraagd:        Fz = ?  
3. Formule:
4. Berekening:
5. Antwoord:

Slide 32 - Tekstslide

De massa van een auto is 800 kg. Bereken de Zwaartekracht die erop werkt.
1. Gegeven:          m = 800 kg
2. Gevraagd:        Fz = ?  
3. Formule:           Fz = m x 10
4. Berekening:
5. Antwoord:

Slide 33 - Tekstslide

De massa van een auto is 800 kg. Bereken de Zwaartekracht die erop werkt.
1. Gegeven:          m = 800 kg
2. Gevraagd:        Fz = ?  
3. Formule:           Fz = m x 10
4. Berekening:    Fz = 800 x 10 = 8000
5. Antwoord:

Slide 34 - Tekstslide

De massa van een auto is 800 kg. Bereken de Zwaartekracht die erop werkt.
1. Gegeven:          m = 800 kg
2. Gevraagd:        Fz = ?  
3. Formule:           Fz = m x 10
4. Berekening:    Fz = 800 x 10 = 8000
5. Antwoord:        Fz = 8000 N

Slide 35 - Tekstslide

Aan de slag:
  • Wat? Maak 7.3 opdracht 27 t/m 30
  • Hoe? Binnen je groep
  • Tijd? 10 min
  • Resultaat? Klassikaal bespreken en hw gemaakt
  • Klaar? Maak de rest van 7.3 af
  • Ook daarmee klaar? Haal een werkblad bij de docent
timer
10:00

Slide 36 - Tekstslide

29. Bereken de zwaartekracht op een voetbal van 400 gram

Slide 37 - Open vraag

30 a en b. Bereken de zwaartekracht die op jou werkt

Slide 38 - Open vraag

30 c. Op de maan is de zwaartekracht zes keer kleiner dan op aarde. Bereken de zwaartekracht op jou als je op de maan zou staan

Slide 39 - Open vraag

Open je boek op blz. 126 We lezen samen de tekst

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Aan de slag:
  • Wat? Maak 7.3 helemaal af
  • Hoe? Binnen je groep
  • Tijd? Tot einde van de les
  • Resultaat? Klassikaal bespreken en hw gemaakt
  • Klaar? Haal een werkblad bij de docent
  • Ook daarmee klaar? Werk aan NUMO

Slide 43 - Tekstslide