Les 42

Groepjes bij de lessen Nederlands
- Awad, Aya, Hadia
- Orhan, Hussain, Farouk
- Abdulkarim, Haboun, Haben, Nahom
- Yasser, Ali, Libaan
- Aya, Al Anood, Sham
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Groepjes bij de lessen Nederlands
- Awad, Aya, Hadia
- Orhan, Hussain, Farouk
- Abdulkarim, Haboun, Haben, Nahom
- Yasser, Ali, Libaan
- Aya, Al Anood, Sham

Slide 1 - Tekstslide

Telefoon
  • De leerlingen hebben hun telefoon thuis, in de kluis of in het Zakkie
  • Wanneer de leerling toch de telefoon erbij pakt, volgt een eerste waarschuwing
  • De leerling wordt in de gelegenheid gesteld zich te corrigeren en zijn/haar telefoon alsnog in het Zakkie te doen. 
  • Wanneer een leerling geen Zakkie bij zich heeft, dan dient de leerling deze thuis op te halen of een nieuwe te kopen bij de balie (5 euro). 
  • Wanneer een leerling weigert volgt de procedure van “eruit gestuurd”.  
Welkom WBA!
Startklaar?

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je weet wat een kilo, een pond en een ons is.
  • Je weet wat de verkoper en de klant zegt.
  • Je kent ingredienten.
  • Je oefent met de ik-vorm.

Slide 3 - Tekstslide

Goed of fout?
  • Een pond is hetzelfde als een halve kilo.
  • De verkoper zegt: mag ik een ons gehakt?
  • 4 ons is meer dan een pond. 
  • De verkoper vraagt: wilt u pinnen of contant betalen?
  • De klant zegt: nee dat is alles.
  • Wortels, aardappels, appels moet allemaal met de en niet met het. 

Slide 4 - Tekstslide

Ingrediënten
Ik wil tomatensoep maken.
Ik weet niet hoe het moet...

Ik heb een recept nodig.
Ik pak een kookboek.

Wat heb ik nodig? Tomaten, wortels, uien, knoflook...
Dat zijn ingrediënten. 

Slide 5 - Tekstslide

Recept
1 kilo tomaten
3 tenen knoflook
2 wortels 
3-4 uien 
Zout en peper
Olijfolie

Slide 6 - Tekstslide

Wat ga jij koken?
  • Bedenk ingrediënten.

timer
2:00

Slide 7 - Tekstslide

De bereiding
Pel de uien.
Pers de knoflook.

Snijd de wortel in blokjes. 
Snijd de tomaten in stukjes.
Snijd ook de uien in stukjes. 

Slide 8 - Tekstslide

Doe een beetje olijfolie in de pan.
Bak de ui en de knoflook 3 minuten.

Voeg de tomaten en de wortel toe.
Doe er wat er bij. 

Pureer de soep met een staafmixer.


Slide 9 - Tekstslide

mixen                           = mix      schillen                       = schil



bakken                          = bak     snijden                       = snijd

Slide 10 - Tekstslide

Stappenplan schrijven
  • Haal het vlees uit de koelkast. 
  • Pak de snijplank.
  • Snijd het vlees in stukken.

Werkwoord vooraan in de zin.
Werkwoord in de ik-vorm

Slide 11 - Tekstslide

Oefenen met de ik-vorm
timer
10:00

Slide 12 - Tekstslide

200 gram of twee kilo?

Slide 13 - Tekstslide

Almas heeft een dochter.
Zij heet Elsa.
Elsa is acht jaar.
Zij doet soms een boodschap voor haar moeder.
Almas heeft kaas nodig.
Zij vraagt: 'Elsa, wil je even voor mij naar de winkel? 
Je moet 200 gram oude kaas halen.
Pas goed op de tas en 
het geld.'

Slide 14 - Tekstslide

Elsa is bij de kaasboer.
Ze is snel aan de beurt.
'Zeg het maar, meisje', zegt de vrouw.
Elsa zegt:'Twee kilo oude kaas.'
De vrouw geeft haar twee kilo oude kaas.
Elsa komt thuis. Ze is moe.
De tas was erg zwaar.
Ze zegt: 'Hier is de kaas.'
Almas pakt de kaas uit de tas.
'Dat is veel te veel', zegt ze.
'Dat is geen 200 gram, maar twee kilo!'

Slide 15 - Tekstslide

Elsa vraagt: 'Een kilo is toch 100 gram?'
'Nee,' zegt Almas, 'een kilo is 1000 gram.'
Maar ze is niet boos.
'Het geeft niet', zegt ze.
'We eten deze week veel kaas.' 

Slide 16 - Tekstslide

Hoe heet de dochter van Almas?
A
Elma
B
Ella
C
Elga
D
Elsa

Slide 17 - Quizvraag

Wat moet Elsa kopen?
A
200 g oude kaas
B
200 g jonge kaas
C
2 kg oude kaas
D
100 g oude kaas

Slide 18 - Quizvraag

Hoeveel gram heeft Elsa teveel gekocht?
A
1,5 kg kaas
B
1800 g kaas
C
1000 g kaas
D
200 g kaas

Slide 19 - Quizvraag

Wat is de reactie van Almas?
A
Boos
B
Blij
C
Verdrietig
D
Niet boos

Slide 20 - Quizvraag

Koper
Verkoper
Kan ik u helpen?
Dat is 6.50 bij elkaar.
Mag ik ..?
Zegt u het maar?
Nee verder niets.

Slide 21 - Sleepvraag

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide