H1 Bestuursrecht_ lesson up

Bestuursrecht, KE5

Les 1:

Inleiding bestuursrecht

1 april 2026

1 / 48
volgende
Slide 1: Slide
newEditorPraktische economieMBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Bestuursrecht, KE5

Les 1:

Inleiding bestuursrecht

1 april 2026

Brede kennis bestuursrecht en staatsrecht KE5

1.1 Inleiding

Burgemeester sluit drugspand in Zoetermeer voor drie maanden

Op last van burgemeester Michel Bezuijen is een woning aan de Fritz Langstrook in Zoetermeer gesloten. In het pand is een hoeveelheid drugs aangetroffen, waarna de maatregel is genomen.

Een burgemeester die een woning sluit, oke, maar wat is de relatie met het vak bestuursrecht?

Daarom de 1e vraag, wat is (het) bestuursrecht volgens jou?

Wat is bestuursrecht volgens jou?

Werkwijze vak

Studiemateriaal

  • Boek en wettenbundel fysiek meenemen

  • Online licentie activeren en koppelen aan docent

  • Drillster / Kahoot / Socrative

Kanaal bestuursrecht KE5 in Team BBL-legal

  • Posts/berichten

  • Planner

  • Proefexamen maken (minimaal 7 van de 9 lessen aanwezig)

  • Presentaties

1.2 Rechtsgebieden

Om antwoord te geven op de vraag wat het bestuursrecht nu eigenlijk is en wat de plaats van het bestuursrecht in het recht is, moeten we eerst de rechtsgebieden die we onderscheiden in het recht verkennen.

Dit is ook in het vak basiskennis recht aan de orde geweest.

1.2 Rechtsgebieden

1.3 Bestuursrecht is publiekrecht

Indeling van het recht

We zoomen in op het rechtsgebied bestuursrecht (I)

In het bestuursrecht gaat het over een overheid in actie.


Het bestuursrecht beschrijft hoe de overheid haar bestuurstaak moet uitoefenen om daarmee te zorgen voor een goede gang van zaken in onze samenleving.

Wat is volgens jou bestuursrecht?

Bestuursrecht is dus en ook ………..

Bij de bestuurstaak van de overheid moet je (dus) bijvoorbeeld denken aan:

  • een gemeentelijk zwembad laten bouwen,

  • dijken aanleggen,

  • milieuvergunningen afgeven,

  • studiefinanciering verlenen,

  • belasting heffen,

  • sociale uitkeringen verlenen

  • vergunning voor een evenement verlenen

  • etc, etc

In het bestuursrecht wordt het algemeen belang behartigd.


De overheid staat voor het algemeen belang, dat wil zeggen het belang dat de burgers van dit land gezamenlijk hebben.

Besturen (en daarmee ook bestuursrecht) is het zorgen voor een goede gang van zaken in ons land met inachtneming van de rechten en plichten die de overheid en burgers ten opzichte van elkaar hebben.

  • Denk aan het voorbeeld van het sluiten woning o.g.v. artikel 13b Opiumwet door de burgemeester

  • Het verstrekken van een uitkering aan jou.

  • Een vreemdeling een verblijfsvergunning toekennen

Kenmerken van het bestuursrecht:

  • Monopoliepositie overheid:

    • Exclusieve publiekrechtelijke bevoegdheden

    • Eenzijdige beslissingen

    • Ongelijkheid tussen overheid en burger

Samenvattend:

Bestuursrecht gaat over de relatie tussen overheid en burger.

  • (kan ook overheid-overheid zijn)

De overheid moet altijd belangen tegen elkaar afwegen in de relatie overheid burger, vaak zijn dit tegengestelde belangen (bv tussen verschillende groepen burgers)

1.4 De rol van de overheid in het publiekrecht

1.4 De rol van de overheid in het publiekrecht

  • Op grond van het publiekrecht de overheid een exclusieve bevoegdheid heeft om te mogen handelen (denk aan sluiten woning of afgeven van vergunningen,

  • De overheid is het hoogste gezag op een bepaald grondgebied.

  • De overheid in Nederland bestaat niet uit één centrale instantie, maar uit een veelheid van instanties die samen de overheid vormen.

  • Maar welke instanties zijn dit?

Noem eens vijf onderdelen die tot de overheid behoren

Behorend tot de overheid (niet uitputtende opsomming)

Eerste en Tweede Kamer, regering, minister-president, ministers en staatssecretarissen, ministeries, Raad van State, provincies, gemeenten, commissarissen van de Koning, burgemeesters, colleges van Gedeputeerde staten, colleges van burgemeester en wethouders, Provinciale Staten, gemeenteraden, waterschapsbesturen, UWV, SVB, IND, ACM, AFM, Belastingdienst, DUO, CBR, Hoge Raad, Gerechtshoven, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven, Nationale Ombudsman, etc, etc.

Om ordening aan te brengen in de veelvuldigheid van instanties is het gebruikelijk om deze instanties op te delen op basis van de drie belangrijkste taken van de overheid, namelijk:

  1. wetgevende taak

  2. uitvoerende taak

  3. rechtsprekende taak.

Trias Politica

De leer der machtenscheiding (ook wel in het Latijn: trias politica) van Montesquieu kan als volgt worden samengevat:


  1. Er zijn drie overheidsfuncties: wetgeving, bestuur en rechtspraak.

  2. Deze drie overheidsfuncties worden door verschillende overheidsorganen uitgevoerd.


Door de scheiding van de taken wordt een machtsevenwicht bereikt. Voor burgers betekent dit evenwicht meer vrijheid en rechtszekerheid.

De Trias Politca in beeld gebracht

Openingscasus en de Trias Politica

1.5 Legaliteitsbeginsel

Toetsterm 2.1

De kandidaat stelt in een eenvoudige situatie vast op grond van welke wet een overheidsorgaan mag optreden (legaliteitsbeginsel).

De overheid is machtig!

Besluiten kunnen ingrijpend zijn:

  • Wel/niet kinderopvangtoeslag

  • Wel/niet een Verklaring omtrent gedrag

  • Wel niet een uitkering/studiefinanciering

  • Wel/niet sluiten van een woning o.g.v. artikel 13b Opiumwet

Daarom kan en mag de overheid niet zomaar alles bepalen en beslissen

De overheid is machtig!

De begrenzing van de macht van de overheid komt tot uiting d.m.v. twee belangrijke beginselen:

  1. het legaliteitsbeginsel

  2. het specialiteitsbeginsel

Legaliteitsbeginsel:

  1. Ten eerste moet alles wat de overheid dus doet, gebaseerd zijn op de wet

  2. Ten tweede mogen (de meeste) nieuwe wetten niet met terugwerkende kracht worden toegepast.

Ad 1: Bevoegdheid van de overheid moet terug te vinden zijn in de wet.

  • Mag een gemeente een kattenbelasting invoeren?

    • Nee: bevoegdheid moet terug te vinden zijn in de wet (de gemeentewet geeft geen regeling hierover)

  • De overheid mag dus alleen belastingen heffen als dat in de wet staat. De burger weet dan altijd waar hij aan toe is. Hij kan het gedrag van de overheid als het ware voorspellen. Dit noemen we de rechtszekerheid van de burger.

Specialiteitsbeginsel

  • Het specialiteitsbeginsel houdt in dat de overheid haar bevoegdheid op grond van het legaliteitsbeginsel alleen gebruikt voor het specifieke doel waarvoor die wet is bedoeld.

  • Dat doel is meteen ook de grens voor de bevoegdheidsuitoefening.

Specialiteitsbeginsel


1.6

Algemeen en bijzonder bestuursrecht

De belangrijkste wet in het (algemene) bestuursrecht

Algemene wet bestuursrecht

De Awb valt, grof gezegd, in twee delen uiteen:

  1. besluitvormingsrecht (hoofdstuk 1 t/m 5)

  2. bestuursprocesrecht (rechtsbescherming tegen de overheid) (hoofdstuk 6 t/m 8).

Daarnaast bevat de Awb regels over het behandelen van klachten (hoofdstuk 9), het verdelen van bestuursbevoegdheden (hoofdstuk 10) en slotbepalingen in hoofdstuk 11.


De Awb is opgebouwd rond de drie centrale begrippen bestuursorgaan (art. 1:1 Awb), belanghebbende (art. 1:2 Awb) en besluit (art. 1:3 Awb) en kent een zogenaamde gelaagde structuur.

Wet: twee betekenissen

  • Wet in formele zin

  • Wet in materiële zin

Ad wet in formele zin

  • Besluit van regering en Staten Generaal dat tot stand komt. (Zie artikel 81 Grondwet)

    • Te herkennen aan het woordje ‘wet’

    • Is de Opiumwet een wet in formele zin?

Ad wet in materiële zin

  • Een algemeen verbindend voorschrift van de overheid

    • Let wel: overheid (regering + SG) hoeft hier niet de hoogste wetgever te zijn.

    • Kan ook gemeentelijke verordening zijn, afkomstig van een minister, of van de regering alleen

    • Is de Opiumwet ook een wet in materiële zin?

Rangorde wetgeving

TT 3.2 De kandidaat stelt in een eenvoudige situatie op basis van een algemeen principe vast welke regelgeving van toepassing is (hogere regelgeving gaat voor lagere regelgeving, bijzonder gaat voor algemeen, nieuw gaat voor

Er bestaan in het recht drie voorrangsregels die je helpen om te bepalen welke wet vóór de andere wet gaat als wetten tegenstrijdig zijn:

  • hogere wetgeving gaat voor lagere wetgeving (zie 1.7)

  • nieuwe wet gaat voor een oude wet

  • bijzondere wet gaat voor algemene wet