H6: Wat regelt de overheid?

Wat gaan we deze les doen?
  1. Terugblik: 6.1 De overheid wie is dat?
  2. Samen oefenen
  3. Opdrachten bespreken
  4. Zelfstandig opdrachten maken
  5. Lesafsluiting
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 2

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Wat gaan we deze les doen?
  1. Terugblik: 6.1 De overheid wie is dat?
  2. Samen oefenen
  3. Opdrachten bespreken
  4. Zelfstandig opdrachten maken
  5. Lesafsluiting

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk do 15 april
2F en 2G > opgaven 1 t/m 8 (blz. 158 en 159)

2E > opgaven 1 t/m 8 (blz. 52 en 53)

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waaruit bestaat de overheid?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De gemeente regelt
A
zaken voor het hele land
B
de indeling van het grondgebied
C
de infrastructuur
D
alles in je woonplaats

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

EÊn van de taken van de provincie is
A
Paspoort regelen
B
Jeugd en ouderenzorg regelen
C
Zuivering afvalwater
D
Indeling grondgebied

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Onder infrastructuur verstaan we:
A
De structuur van de wegen
B
Wegen, havens, vliegvelden, elektriciteit, waterleidingen
C
Het infrarood dat wordt gebruikt om gevangen te bevrijden

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat doet het Rijk NIET?
A
Aanleggen snelweg
B
Aanleggen spoorlijn
C
Aanleggen drempel in woonwijk
D
aanleggen nieuw vliegveld

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

SAMEN OEFEN: Verdeel de taak bij de juiste overheid.
Tekst
de provincie
de Rijksoverheid (het Rijk)
de gemeente
Politie
Brandweer
Dijken
Leger
Snelwegen
Openbaar vervoer
Drinkwatervoorziening
N-wegen
ID-kaart
Sportparken
Speelvoorzieningen
Lokale wegen
Ophalen van afval
Ouderenzorg
Jeugdzorg
Riolering

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten bespreken
De opdrachten 1 t/m 15 (blz. 52 t/m 56)


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten maken
De opdrachten 1 t/m 10 (blz. 52 t/m 55)
De opdrachten 11 t/m 15 (blz. 56 en 56)

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wel
Niet
Collectieve voorzieningen zijn voor iedereen bedoeld.
De overheid moet met collectieve voorzieningen winst maken.
De brandweer is een voorbeeld van een collectieve voorziening.
Voor collectieve voorzieningen hoef je nooit te betalen.
De supermarkt is een voorbeeld van een collectieve voorziening.

Slide 17 - Sleepvraag

3 goed = 2 punten
2 goed = 1 punt
1 goed = 0 punten

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is sociale zekerheid?
A
Dat je zeker bent van sociale contacten
B
Alle wetten voor mensen die niet voor zichzelf kunnen zorgen
C
Dat zijn alle wetten die gaan over sociaal gedrag

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

de sociale zekerheid wordt betaald met......
A
Belastinggeld en sociale premies
B
sociale premies
C
Belastinggeld
D
Accijns

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een brandweerkazerne. Collectieve sector of particuliere sector?
A
Particuliere sector
B
Collectieve sector

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een restaurant. Collectieve sector of Particuliere sector?
A
Collectieve sector
B
Particuliere sector

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Maak de opgaven van 6.2 af (blz. 58 t/m 62)
Opdracht 18 t/m 23 (stond voor vandaag als huiswerk)
Opdracht 24 t/m 30

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onder de 'overige inkomsten' van de overheid vallen o.a.:
A
aardgasbaten en dividendbelasting
B
aardgasbaten en accijns
C
aardgasbaten en boetes
D
aardgasbaten en kansspelbelasting

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraag 10:
Accijns
Subsidie
Dit ontvang je van de overheid
Dit betaal je via de winkelier aan de overheid
Stimuleert mensen om iets te kopen
Het doel is dat zo min mogelijk mensen deze producten kopen.
Sigaretten
Alcohol
Diesel en benzine
Het isoleren van je huis
Museumbezoek
Een vast bedrag per eenheid die je koopt

Slide 33 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er als de subsidie voor bibliotheken omlaag gaat? Zet in de juiste volgorde.
Minder boeken geleend
Minder werk in bieb
Subsidie lager
Mensen moeten meer betalen voor lenen

Slide 34 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Maak de opgaven van 6.2 + 6.3 af

Klaar. Leer de begrippen van 6.1 + 6.2
Lees vast de opdrachten van 6.3 door

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Rijksbegroting is
A
Een overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven.
B
Een overzicht van werkelijke inkomsten en uitgaven.

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reken uit:

27,3 miljard + 174 miljoen

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

schrijf in miljoenen
32 miljard

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een begrotingstekort?
A
Als je meer uitgaven hebt dan inkomsten
B
Als je meer inkomsten hebt dan uitgaven

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat kan de overheid doen aan een begrotingstekort?

Slide 45 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zal de Overheid niet doen als ze een begrotingstekort hebben?

A
Bezuinigen
B
Belastingen verhogen
C
Lenen
D
Staatsschuld aflossen

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dit vond ik van de les vandaag
😒🙁😐🙂😃

Slide 51 - Poll

Deze slide heeft geen instructies