1.1 Producten maken

1.1 Producten maken
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieVoortgezet speciaal onderwijs

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 25 min

Onderdelen in deze les

1.1 Producten maken

Slide 1 - Tekstslide

Wat is er nodig
om een brood te kunnen maken?
Dit is een woordweb.

Slide 2 - Woordweb

Aan het eind van deze les

  • kun je beschrijven wat de toegevoegde waarde in een bedrijfskolom is.  

Slide 3 - Tekstslide

Bedrijfskolom
Alle bedrijven die meewerken aan een product. 

Toegevoegde waarde: hoeveel een product meer waard wordt doordat een bedrijf het product verwerkt. 

Slide 4 - Tekstslide

Type hier een titel
Productiefactoren
Alles waarmee je kunt produceren. 

Natuur: alles wat de natuur levert, zoals grondstoffen, zonlicht en water. 
Arbeid: al het werk dat mensen doen.
Kapitaal: hulpmiddelen zoals machines en gebouwen die je gebruikt om te produceren. 

Slide 5 - Tekstslide

Maken
Opdracht 1 t/m 4

Slide 6 - Tekstslide


Leg uit wat de toegevoegde waarde in een bedrijfkolom is. 
Dit is een open vraag.

Slide 7 - Open vraag


Welke afbeelding pas bij de productiefactor arbeid? 
Dit is een quizvraag.
Vergeet niet om een goed antwoord aan te vinken.
A
B
C

Slide 8 - Quizvraag


Welke afbeelding pas bij de productiefactor kapitaal?
Dit is een quizvraag.
Vergeet niet om een goed antwoord aan te vinken.
A
B
C

Slide 9 - Quizvraag


Welke afbeelding pas bij de productiefactor natuur?
Dit is een quizvraag.
Vergeet niet om een goed antwoord aan te vinken.
A
B
C

Slide 10 - Quizvraag

Aan het eind van deze les
  • kun je beschrijven hoe investeringen zorgen voor een betere productie en kosten. 

Slide 11 - Tekstslide

Welke technische hulpmiddelen op 
school hebben je ouders nooit gebruikt in hun schooltijd?
Dit is een woordweb.

Slide 12 - Woordweb

Technologische ontwikkelingen
Nieuwe kennis van techniek en nieuwe uitvindingen. 

Veel veranderingen op school in het gebruik van technologie. 

Slide 13 - Tekstslide

Investeren
Het kopen van nieuwe kapitaalgoederen.

Dit doen ondernemers om meer, beter of goedkoper te kunnen investeren. 

Slide 14 - Tekstslide

Maken
Opdracht 5 t/m 9

Klaar? Herhaling + verdieping

Slide 15 - Tekstslide