Jouw geld, jouw leven: grip op geldzaken

Jouw geldzaken

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerzorgingISK

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Jouw geldzaken

Aan het einde van de les kun je:

Je weet welke uitgaven je hebt als je alleen woont.

Wat zijn inkomsten?

Inkomsten is geld wat je krijgt

1. Zakgeld
2. Kleedgeld

  1. Loon voor werk

  2. Cadeau of hulp van familie

  3. Uitkering

Wie van jullie hebben werk?


Wat zijn uitgaven?

Uitgaven zijn geld wat je betaalt.
Bijvoorbeeld eten, huur of kleding.

Er zijn 3 soorten:

1. Dagelijkse uitgaven 2. Vaste lasten 3. Incidentele uitgaven

Dagelijkse uitgaven

Dit zijn kleine bedragen, bijvoorbeeld eten, drinken, en reizen met de bus.

Vaste lasten

Vaste lasten betaal je elke maand. Bijvoorbeeld:

  • huur

  • elektriciteit

  • telefoon.

Incidentele uitgaven

Dit zijn dingen die niet vaak gebeuren, bijvoorbeeld een fietsreparatie of nieuwe jas.

Sparen is handig!

Als je spaart, heb je geld voor iets leuks of voor als er iets stuk gaat.

Hoe kun je sparen?

Zet elke maand wat geld apart.

Je kunt het op een spaarrekening zetten.

Werken

Als je werkt, krijg je loon. Jongeren verdienen vaak het minimumloon.

Wat is bruto loon?

Bruto loon is je totale salaris, voordat er belasting en andere dingen van af gaan.

Wat is netto loon?

Netto loon is het geld dat je echt krijgt, na aftrek van belasting.



Wat zijn vaste lasten als je zelfstandig woont?

Je betaalt huur, gas/water/licht, belasting en soms internet en verzekeringen.

Waarom administratie?

Met administratie weet je wat je krijgt en wat je uitgeeft. Zo kom je niet tekort.


Je schrijft op wat je inkomsten zijn en je uitgaven.

Jouw geldzaken: korte samenvatting

- Ken je inkomsten en uitgaven - Probeer te sparen - Maak een klein overzicht - Weet het verschil tussen bruto en netto