Verhoudingen vergelijken in het echt
Verhoudingen vergelijken in het echt
Open met herkenbare situaties: aanbiedingen in de supermarkt, benzineverbruik van auto's, of data-abonnementen. Leg uit dat je niet alleen naar het totaalbedrag kijkt, maar naar de verhouding.
Lesdoel
Ik kan verhoudingen met elkaar vergelijken en bepalen welke keuze het voordeligst of gunstigst is.
Deze slide heeft geen instructies
Waar kom jij verhoudingen vergelijken in het dagelijks leven tegen?
Gebruik de reacties als voorkennisactivatie. Stuur door op voorbeelden zoals aanbiedingen, tanken, databundels, prijzen per kilo of km per liter.
Hoofddoel en subdoelen
Hoofddoel
Verhoudingen met elkaar vergelijken.
Subdoelen
bepalen welke aanbieding het voordeligst is
vergelijken hoeveel iets oplevert of kost per eenheid
bepalen welke auto het verst kan rijden
uitleggen waarom een verhouding eerlijk vergeleken moet worden
De gebruiker vroeg om hoofddoelen en subdoelen expliciet te benoemen. Houd deze termen gedurende de les steeds hetzelfde.
Wat betekent vergelijken?
Bij verhoudingen vergelijken kijk je naar dezelfde soort maat.
Voorbeelden:
prijs per stuk
prijs per kilogram
kilometers per liter
liters per 100 kilometer
Benadruk dat leerlingen alleen goed kunnen vergelijken als de eenheden gelijk zijn. Dit is een veelvoorkomende foutbron.
Eerst gelijk maken
Je kunt verhoudingen vergelijken door ze om te rekenen naar:
1 stuk
1 kilogram
1 liter
100 kilometer
Dan vergelijk je eerlijke uitkomsten.
Koppel dit aan EDI door expliciet voor te doen: eerst modelen, daarna pas zelfstandig toepassen. De slide zelf noemt geen didactische labels, conform instructie.
Aanbiedingen vergelijken
Voorbeeld:
Aanbieding A: 3 flessen sap voor €4,50
Aanbieding B: 2 flessen sap voor €3,20
Reken om naar de prijs van 1 fles.
A: €4,50 ÷ 3 = €1,50
B: €3,20 ÷ 2 = €1,60
Aanbieding A is voordeliger.
Werk hardop voor: dezelfde stap bij beide aanbiedingen. Leg uit dat het niet gaat om de laagste totaalprijs, maar om de laagste prijs per gelijke hoeveelheid.
Toepassing in de praktijk
Verhoudingen vergelijken gebruik je bij:
boodschappen doen
tanken of reizen
telefoonabonnementen kiezen
grootverpakkingen vergelijken
sportdrank of energieverbruik beoordelen
Maak de praktijkkoppeling concreet met voorbeelden uit het leven van vmbo-leerlingen, zoals frisdrank, chips, scooterbrandstof of databundels.
Controle-opgave: aanbieding
Schrijf op je wisbordje welke aanbieding voordeliger is.
A: 5 repen voor €4,00
B: 3 repen voor €2,55
Reken beide om naar prijs per reep.
Verwachte uitkomst: A = €0,80 per reep, B = €0,85 per reep, dus A is voordeliger. Laat leerlingen vooral de tussenstap noteren.
Waarom reken je aanbiedingen eerst om naar 1 stuk of 1 liter?
Voor eerlijke vergelijking
Voor grotere getallen
Voor snellere korting
Voor minder producten
Sluit aan op slides 3-6: je vergelijkt pas eerlijk als de eenheid gelijk is.
Aanbiedingen eerlijk vergelijken
Bij het vergelijken van aanbiedingen kijk je niet alleen naar de totaalprijs. Je rekent eerst om naar dezelfde eenheid, bijvoorbeeld prijs per fles. Daarna kun je zien welke aanbieding het meest voordeligst is.
Correcte invulling volgt de kern van slides 3-5. Let op: leerlingen moeten zien dat 'totaalprijs' misleidend kan zijn.
Welke aanbieding is voordeliger?
A en B gelijk
Aanbieding B
Niet te bepalen
Aanbieding A
Gebaseerd op slide 7: A = €0,80 per reep en B = €0,85 per reep.
Auto's vergelijken
Soms vergelijk je niet prijs, maar opbrengst.
Voorbeeld:
Auto A rijdt 450 km op 30 liter
Auto B rijdt 520 km op 40 liter
Reken om naar kilometers per liter.
Benadruk dat gunstig hier betekent: meer kilometers per liter. Het vergelijkingsidee blijft hetzelfde, alleen de eenheid verandert.
Kilometers per liter uitrekenen
Auto A: 450 ÷ 30 = 15 km per liter
Auto B: 520 ÷ 40 = 13 km per liter
Auto A rijdt het verst per liter brandstof.
Leg uit dat een grotere uitkomst nu gunstiger is, terwijl bij prijs per stuk juist een kleinere uitkomst gunstiger was.
Praktijk: reizen en kosten
Deze manier van vergelijken helpt bij:
kiezen van een zuinige auto
plannen van reiskosten
vergelijken van scooters of brommers
nadenken over brandstofverbruik
Maak eventueel de stap naar geld: als een voertuig zuiniger rijdt, ben je vaak minder geld kwijt per kilometer.
Controle-opgave: auto
Schrijf op je wisbordje welke auto zuiniger rijdt.
Auto A: 360 km op 24 liter
Auto B: 420 km op 30 liter
Reken om naar km per liter.
Verwachte uitkomst: A = 15 km/l, B = 14 km/l, dus Auto A is zuiniger.
Bij auto's is gunstiger meestal...
minder km per liter
meer km per liter
meer liters per km
minder kilometers totaal
Toetst het verschil met prijscontext: bij prijs is lager gunstiger, bij km per liter juist hoger.
Auto's vergelijken
Om auto's te vergelijken, reken je naar kilometers per liter. Daarna vergelijk je welke auto het verst rijdt met 1 liter brandstof.
Echoot slides 8-10. Let op dat elke blank maar op één plek past.
Hoe weet je dat auto A zuiniger is?
Bespreek dat leerlingen eerst 360 ÷ 24 en 420 ÷ 30 uitrekenen, daarna vergelijken: 15 km/l tegenover 14 km/l, dus Auto A is zuiniger.
Waar moet je op letten?
Veelgemaakte fouten:
totaalprijzen direct vergelijken
verschillende eenheden gebruiken
vergeten te delen door het aantal
niet opschrijven wat de uitkomst betekent
Schrijf altijd de eenheid erbij.
Dit is een belangrijk consolidatiemoment. Laat zien dat €1,50 zonder 'per fles' nog niet volledig is.
Stappenplan vergelijken
Kijk wat je vergelijkt.
Maak dezelfde eenheid.
Reken om naar per 1 of per vaste maat.
Vergelijk de uitkomsten.
Trek een conclusie in woorden.
Gebruik dit stappenplan als vaste taal voor de klas. Dat helpt leerlingen ook bij nieuwe contexten.
Controle-opgave: gemengd
Schrijf op je wisbordje wat gunstiger is.
Zak A: 750 gram noten voor €6,00
Zak B: 500 gram noten voor €4,20
Reken om naar prijs per kilogram of prijs per 100 gram.
Verwachte redenering: A = €8,00 per kg, B = €8,40 per kg, dus A is voordeliger.
Wat is een veelgemaakte fout bij verhoudingen vergelijken?
Delen door het aantal
De eenheid opschrijven
Per kilo rekenen
Totaalprijzen vergelijken
Sluit aan op slide 12.
Stappenplan toepassen
Eerst kijk je wat je wilt vergelijken. Daarna maak je dezelfde eenheid en reken je om naar per 1 of per vaste maat. Als laatste trek je een conclusie in woorden.
Gebaseerd op het stappenplan van slide 13.
Welke zak noten is voordeliger?
Zak B
Even duur
Zak A
Niet te bepalen
Gebaseerd op slide 14: A = €8,00 per kg en B = €8,40 per kg.
Wat is één ding dat jij vandaag hebt geleerd?
Reflectie zonder fout/goed. Laat leerlingen benoemen wat is blijven hangen, zoals prijs per stuk, km per liter of eerst gelijke eenheid maken.
Welk onderdeel vond jij het lastigst?
Reflectie op het leerproces. Mogelijke antwoorden: omrekenen naar 1 stuk, juiste eenheid kiezen, conclusie opschrijven.
Begrippenlijst
verhouding - een vergelijking tussen twee hoeveelheden
vergelijken - bekijken welke uitkomst groter, kleiner of gunstiger is
eenheid - de maat die je gebruikt, zoals stuk, kilo of liter
prijs per stuk - wat één stuk kost
prijs per kilogram - wat 1 kilogram kost
kilometer per liter - hoeveel kilometer je rijdt met 1 liter brandstof
voordeligst - de beste keuze als je naar de verhouding kijkt
Deze slide heeft geen instructies