9
Relaties
Hoe ik mijn vrienden probeer te mixen
Er
Zouden
9
Relaties
Hoe ik mijn vrienden probeer te mixen
Er
Zouden
minute
second
relaties
Kies een foto en vertel...
- wie is / zijn het?
- wat doen ze?
- Waar ken je ze van?
- Waar is de foto genomen?
- ...
Hoe ik mijn vrienden probeer te mixen
telwoord / hoeveelheid
De vijf functies van 'er'
verwijzend
indefiniet subject
plaats
prepositie
subject passieve zin
Hoeveel appels heb je?
Ik heb er drie.
grammaticaal
Er zit een kat op de vensterbank.
verwijzend
Hoe lang woon je in Haarlem?
Ik woon er drie jaar.
verwijzend
Houd je van drop?
Ja, ik houd ervan.
grammaticaal
Er wordt daar hard gewerkt.
er + indefiniet subject
er van plaats
er + woord van hoeveelheid
er + prepositie
er + passief
Ik heb er drie gekocht.
Er zitten drie katten op de vensterbank.
Ik heb er twee uur gewacht.
Ik luister er wel naar, maar ik versta het niet.
Er worden veel feesten georganiseerd.
'er' x 4
'er' in een zin met een indefiniet subject.
'er' van plaats
&
'er' + prepositie.
'er' + woord van hoeveelheid.
houden van
kijken naar
drie, veel, geen enz.
een kat,
twee tafels
in Haarlem,
op het plein
Je gaat praten over vriendschappen.
hoe mix je vrienden
wat doe je met welke vrienden
wat is voor jou belangrijk aan vriendschap enzovoort.
Vind drie dingen die jullie gemeenschappelijk hebben. Zet die in de middelste cirkel.
De dingen die alleen voor jou gelden, zet je in een van de andere cirkels
zouden x 3
Zou je het raam even open willen doen?
Ik Zou weleens een reis naar Sri Lanka willen maken.
Zou je het raam even open willen doen.
Ik Zou weleens een reis naar Sri Lanka willen maken.
Als ik geld had, zou ik een vliegtuig kopen.
Je woont al tien jaar in de Kerkstraat. Het is een heel leuke diverse straat en je woont er met veel plezier. Je hebt een tijd geleden een artikel in de krant gelezen over Michiel, die een groentebak op zijn stoep heeft neergezet. Dat vond je een heel leuk en goed idee. Je hebt vier groentebakken op de stoep gezet met onder andere tomaten, aardbeien, paprika en sla. De plantjes doen het heel goed, je vindt het fantastisch. Je eet nu vaak uit eigen bak. Veel leuker dan groente in de supermarkt kopen. Wel jammer dat de hond van de buurman / buurvrouw in de bak poept en dat de buurman / buurvrouw dat niet opruimt. Je bent nu thuis aan het werk. De bel gaat.
Je woont sinds zeven maanden in de Kerkstraat. Je woont er met veel plezier, het is een heel leuke diverse straat. Een paar maanden geleden heeft je buurman / buurvrouw groentebakken op de stoep gezet. De bakken zijn veel te groot, je kunt je fiets niet meer op de stoep zetten en je kunt er ook niet goed met de hond langs. Je vindt dat de buurman / buurvrouw de bakken moet weghalen. Hij / zij kan beter bij de lokale groenteboer groente en fruit kopen dan zelf kweken. Je gaat de hond uitlaten, maar eerst ga je even bij de buurman / buurvrouw langs om dat allemaal te zeggen.
Weg met die herhaling!
Vervang een de-woord door die/hem/ze, vervang een het-woord door dit/dat/het.
Zet 'er' op de goede plek.
er is / het is
Schrijf een tekst met een tip of ervaring voor het blog van maximaal 100 woorden.
Schrijf een reactie van maximaal 100 woorden.
Pak een kaartje met een woord uit hoofdstuk 7, 8 of 9.
Doe wat op het kaartje staat om het woord duidelijk te maken aan een andere cursist.
uitbeelden
omschrijven
tekenen
second
hoofdstuk 7
hoofdstuk 8
hoofdstuk 9