H10 leerdoel 6

Hoofdstuk 10, havo 3
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 10, havo 3

Slide 1 - Tekstslide

Maak een foto van huiswerkopgave 29abc

Slide 2 - Open vraag

Herleid:
3(x+2)=

Slide 3 - Open vraag

Ontbind in factoren, haakjes creëren.
3x+6=

Slide 4 - Open vraag

Herleid:
3x(x+2)=

Slide 5 - Open vraag

Ontbind in factoren, haakjes creëren.
3x2+6x=

Slide 6 - Open vraag

Herleid:
(x1)(x+2)=

Slide 7 - Open vraag

Ontbind in factoren, haakjes creëren.
x2+x2=

Slide 8 - Open vraag

Hoofdstuk 10, 10.2D
Leerdoel 6:
Ik kan breuken met letters vereenvoudigen door te ontbinden in factoren.

Haakjes creëren zoals we net gedaan hebben is ontbinden in factoren.
Hoe doen we dat nu?




Slide 9 - Tekstslide

Aantekening leerdoel 6 theorie 10.2D
Bij                     en                     met 1 set haakjes
Met                                 en                    met 2 set haakjes

1 set haakjes: haal het gemeenschappelijke buiten de haakjes
2 set haakjes: product som methode. Zoek 2 getallen die vermenigvuldigd 5 zijn en bij elkaar opgeteld 6.
                                                                            of




x2+4x
x2+6x+5
x29
x2+6x+5=(x+1)(x+5)
(x+5)(x+1)
7x+21

Slide 10 - Tekstslide

Samen oefenen, schrijf mee
2x+8
4x2+24x
x2+2x+1
x22x+1
x21

Slide 11 - Tekstslide

Hoofdstuk 10, 10.2D
Leerdoel 6:
Ik kan breuken met letters vereenvoudigen door te ontbinden in factoren.

Dit ontbinden in factoren moet je dus kunnen gebruiken om breuken met letters te kunnen vereenvoudigen.
Bijvoorbeeld:   




3(x3)(x3)(x+5)=3(x+5)

Slide 12 - Tekstslide

Samen oefenen, schrijf mee

Slide 13 - Tekstslide

Eerst 5 minuten in stilte werken, snap je iets niet kijk terug naar de aantekening, voorbeeld opgave en je boek.
timer
5:00

Slide 14 - Tekstslide

Maak een foto van opgave 30b+d

Slide 15 - Open vraag

Leerdoelen behaald deze les?

Geef dit ook aan het overzicht door het eerste bolletje te kleuren(groen, oranje of rood)
A
Groen
B
Oranje
C
Rood

Slide 16 - Quizvraag