Zintuigen en huid (Biologie vmbo), les 1: Uitleg

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Zintuigen en huid

Examenstof biologie vmbo

1 / 24
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg over zintuigen en huid: van prikkel naar waarneming, het oog met pupil, lens en netvlies, het oor met slakkenhuis en evenwichtsorgaan, en de huid met temperatuurregeling. Zes controlevragen en een woordweb. Voor KB en GT is er extra stof over adequate prikkel, drempelwaarde, gewenning, accommoderen, gele en blinde vlek, staafjes en kegeltjes en het middenoor.

Onderdelen in deze les

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Zintuigen en huid

Examenstof biologie vmbo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: BI/K/11.3, BI/K/11.4, BI/K/11.5, BI/K/11.7. Image credit: Rapidreflex / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Wat ga je kunnen?

Ik kan de delen van oog, oor en huid aanwijzen en vertellen wat ze doen.

Deze slide heeft geen instructies

Welke zintuigen heb je en waar zitten ze?

Verwacht: ogen, oren, neus, tong en huid. Koppel de woorden aan de les: prikkel, zintuig, impuls. In deze les gaan we naar het oog, het oor en de huid. Veelgemaakte misvatting: je ogen en oren zien en horen zelf. Zintuigen merken de prikkel op, het waarnemen gebeurt pas in de hersenen.

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Van prikkel naar waarneming

  • Een prikkel is een verandering in je omgeving of in je lichaam, zoals licht, geluid of een aanraking.

  • Een zintuig merkt een prikkel op. Je hebt zintuigen voor zien, horen, ruiken, proeven en voelen.

  • Het zintuig zet de prikkel om in een impuls: een signaal dat door de zenuwen gaat.

  • De impuls gaat naar het centraal zenuwstelsel. Daar ontstaat de waarneming.

  • Elk zintuig is gemaakt voor één soort prikkel: de adequate prikkel. Voor het oog is dat licht.

Syllabus BI/K/11 (specificatie 5). BB, KB en GT: prikkels uit de omgeving worden door zintuigen omgezet in impulsen die naar het centraal zenuwstelsel gaan, waardoor waarneming ontstaat. Alleen KB/GT: je legt het abstract uit met het begrip adequate prikkel (de prikkel waar een zintuig voor gemaakt is). Veelgemaakte fout: denken dat het oog zelf ziet. Het oog geeft impulsen door, de hersenen maken er een beeld van.

Doorsnede van het oog met de namen van de delen

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Het oog: de delen

  • Het hoornvlies is het doorzichtige voorste deel. Het harde oogvlies is het witte buitenste deel.

  • In het vaatvlies zitten bloedvaten die het oog voeden. Oogspieren laten het oog draaien.

  • Het netvlies achterin heeft zintuigcellen voor licht. De oogzenuw geeft impulsen aan de hersenen.

  • Het glasachtig lichaam vult het oog en houdt het rond.

Syllabus BI/K/11 (specificatie 4). BB, KB en GT: oogspier, harde oogvlies, hoornvlies, vaatvlies, glasachtig lichaam, netvlies en oogzenuw in een afbeelding aanwijzen en de functie noemen. Iris, pupil en lens volgen op de volgende dia. Laat leerlingen de namen op de tekening volgen. Veelgemaakte fout: hoornvlies en harde oogvlies door elkaar halen. Het hoornvlies is doorzichtig en zit voorin, het harde oogvlies is wit. Image credit: Eigen tekening

Het oog met wenkbrauw, wimpers, traanklier en traanbuis

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Het oog beschermen

  • De wenkbrauw houdt zweet en regenwater tegen.

  • De wimpers houden stof en vuil tegen.

  • De traanklier maakt traanvocht. Dat spoelt vuil weg en houdt je hoornvlies vochtig.

  • Via de traanbuis loopt overtollig traanvocht naar je neus.

Syllabus BI/K/11 (specificatie 4). BB, KB en GT: wenkbrauw, wimper, traanklier en traanbuis. De traanklier ligt boven de buitenste ooghoek, de traanbuis begint bij de binnenste ooghoek. Veelgemaakte fout: denken dat tranen alleen bij huilen worden gemaakt. De traanklier maakt de hele dag een beetje traanvocht. Bij huilen loopt het sneller dan de traanbuis kan afvoeren, daarom loopt je neus. Image credit: Eigen tekening

Fel licht: kleine pupil. Weinig licht: grote pupil (twee verschillende ogen)

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Pupil en iris

  • De iris is het gekleurde deel van je oog. De pupil is de opening in de iris.

  • Bij fel licht trekken de kringspieren van de iris samen. De pupil wordt kleiner.

  • Bij weinig licht trekken de lengtespieren samen. De pupil wordt groter.

  • Zo komt er genoeg licht binnen, maar niet te veel.

Syllabus BI/K/11 (specificatie 4). BB: iris en pupil (de opening in de iris). Alleen KB/GT: iris met kringspieren en lengtespieren en de reactie van de pupil. Veelgemaakte fout: denken dat de pupil een gekleurde ring is. De pupil is een opening, daarom is hij zwart. Op de foto zijn twee verschillende ogen te zien. Image credit: Rapidreflex / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0; samengesteld met bijschriften

Zet de weg van het licht op volgorde

1

Pupil

2

Netvlies

3

Glasachtig lichaam

4

Lens

5

Hoornvlies

Hoornvlies, pupil, lens, glasachtig lichaam, netvlies. Verwachte fout: de lens voor de pupil zetten.

Wat maakt een zintuig van een prikkel?

A

Een waarneming

B

Een hormoon

C

Een impuls

D

Een zintuigcel

Het zintuig zet de prikkel om in een impuls. Verwachte fout: waarneming kiezen. De waarneming ontstaat pas in de hersenen.

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Lens en netvlies

  • De lens zorgt voor een scherp beeld op het netvlies. Hij wordt dikker bij dichtbij kijken en platter bij ver kijken (accommoderen).

  • Het netvlies heeft staafjes en kegeltjes. Staafjes zien bij weinig licht, alleen zwart-wit. Kegeltjes zien kleur.

  • Op de gele vlek zitten de meeste kegeltjes: daar zie je het scherpst.

  • Op de blinde vlek verlaat de oogzenuw het oog. Daar zijn geen zintuigcellen, dus daar zie je niets.

Syllabus BI/K/11 (specificatie 4). BB: lens en netvlies als delen van het oog. Alleen KB/GT: accommoderen, netvlies met gele vlek en blinde vlek, ligging en functie van staafjes en kegeltjes. De blinde vlek ligt naast de gele vlek, aan de kant van de neus. Veelgemaakte fout: denken dat de blinde vlek een ziek plekje is. Iedereen heeft er een, je hersenen vullen het gat op.

Doorsnede van het oor met de namen van de delen

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Het oor: de delen

  • De oorschelp vangt geluid op. Door de gehoorgang gaat het geluid naar het trommelvlies.

  • Achter het trommelvlies ligt het middenoor met de gehoorbeentjes: hamer, aambeeld en stijgbeugel.

  • De buis van Eustachius verbindt het middenoor met de keel. Zo is de luchtdruk gelijk.

  • Het slakkenhuis en het evenwichtsorgaan liggen in het binnenoor.

Syllabus BI/K/11 (specificatie 4). BB: oorschelp, gehoorgang, trommelvlies, gehoorbeentjes, slakkenhuis met zintuigcellen, gehoorzenuw en evenwichtsorgaan. Alleen KB/GT: trommelholte (middenoor), buis van Eustachius en de namen hamer, aambeeld en stijgbeugel. De hamer zit vast aan het trommelvlies, de stijgbeugel grenst aan het slakkenhuis. Veelgemaakte fout: denken dat het trommelvlies in het binnenoor ligt. Het ligt tussen gehoorgang en middenoor. Image credit: Eigen tekening

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Horen en evenwicht

  • Geluid laat het trommelvlies trillen. De gehoorbeentjes geven de trillingen door aan het slakkenhuis.

  • Het slakkenhuis zit vol vloeistof. De zintuigcellen erin zetten de trillingen om in impulsen.

  • De gehoorzenuw brengt de impulsen naar de hersenen. Daar hoor je het geluid.

  • Het evenwichtsorgaan merkt of je hoofd draait of schuin staat. Zo houd je je evenwicht.

  • De adequate prikkel voor het oor is geluid.

Syllabus BI/K/11 (specificatie 4 en 5). BB, KB en GT: functie en werking van de gehoororganen, impulsen via de gehoorzenuw naar het centraal zenuwstelsel. Alleen KB/GT: het begrip adequate prikkel. Veelgemaakte fout: denken dat het evenwichtsorgaan voor horen dient. Het ligt naast het slakkenhuis maar heeft een eigen taak.

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Zintuigproeven en prikkels

  • Bij een zintuigproef beschrijf je wat je merkt met vaktaal: prikkel, zintuig, impuls en waarneming.

  • De drempelwaarde is de zwakste prikkel die je nog waarneemt. Een zachter geluid hoor je niet.

  • Blijft een prikkel hetzelfde, dan merk je hem steeds minder. Dat heet gewenning.

  • Of je iets waarneemt hangt ook af van je motivatie: let je erop en vind je het belangrijk?

  • Blinde-vlekproef: kijk met één oog naar een kruisje. Op één plek verdwijnt een stip: het licht valt dan op je blinde vlek.

Syllabus BI/K/11 (specificatie 3 en 5). BB, KB en GT: ervaringen en waarnemingen van zintuigproeven in biologische termen weergeven. Alleen KB/GT: drempelwaarde, gewenning en motivatie. Laat leerlingen de blinde-vlekproef echt doen: kruisje links, stip rechts, één oog dicht, de stip heen en weer bewegen. Veelgemaakte fout: gewenning verwarren met een kapotte zintuigcel. Het zintuig werkt nog steeds, de hersenen letten er minder op.

Vul in

De staafjes werken bij weinig licht en de kegeltjes zien kleuren. Op de gele vlek zie je het scherpst.

staafjes
kegeltjes
gele vlek
blinde vlek
pupil

Alleen KB/GT. Staafjes zien bij weinig licht, kegeltjes zien kleur, de gele vlek heeft de meeste kegeltjes. Verwachte fout: blinde vlek invullen, want dat is juist de plek waar je niets ziet.

Waar zitten de zintuigcellen voor het zien?

In het netvlies. Verwachte fout: lens of oogzenuw. De lens focust het licht, de oogzenuw voert de impulsen af.

Doorsnede van de huid met de namen van de delen

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Bouw van de huid

  • De huid heeft drie lagen: de opperhuid, de lederhuid en het onderhuids bindweefsel.

  • De opperhuid heeft een hoornlaag met dode cellen en een kiemlaag met cellen die zich delen.

  • In de lederhuid zitten bloedvaten, haarzakjes, talgklieren, haarspieren, zweetklieren en zintuigen.

  • Het onderhuids bindweefsel bevat vetcellen.

Syllabus BI/K/11 (specificatie 7). BB, KB en GT: bouw en ligging van de delen van de huid en het onderhuids bindweefsel in een afbeelding aanwijzen. Alleen KB/GT: in de opperhuid zitten ook zenuwuiteinden van de pijnzintuigen. Veelgemaakte fout: de huid zien als één laag. De opperhuid is dun, de lederhuid heeft de meeste onderdelen. Image credit: Eigen tekening

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

De huid beschermt en voelt

  • De hoornlaag beschermt je tegen infecties, uitdroging en beschadiging.

  • De cellen van de kiemlaag delen zich steeds. Zo komen er nieuwe cellen voor de hoornlaag.

  • In de kiemlaag zit pigment. Dat beschermt tegen uv-straling uit zonlicht. In de zon maak je meer pigment: je wordt bruin.

  • In de lederhuid maakt de talgklier talg: vet dat je huid en haren soepel houdt. De haarspier trekt het haar rechtop.

  • In de lederhuid zitten zintuigen voor aanraking, druk, warmte, kou en pijn. Zenuwuiteinden in de kiemlaag voelen pijn.

Syllabus BI/K/11 (specificatie 7). BB, KB en GT: rol van de hoornlaag bij bescherming tegen infecties, uitdroging en beschadiging en de rol van pigment in de kiemlaag bij bescherming tegen ultraviolette straling. Alleen KB/GT: zenuwuiteinden van de pijnzintuigen in de kiemlaag. Veelgemaakte fout: denken dat bruin worden alleen mooi is. Het pigment beschermt, maar te veel zon beschadigt de huid toch.

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Temperatuur regelen

  • Je lichaamstemperatuur blijft ongeveer gelijk, ook als het warm of koud is.

  • Heb je het warm, dan worden de bloedvaten in je lederhuid wijder. Er stroomt meer bloed langs de huid en je geeft meer warmte af.

  • Heb je het koud, dan worden ze nauwer. Er stroomt minder bloed langs de huid en je verliest minder warmte.

  • De zweetklier maakt zweet. Zweet verdampt op je huid en neemt daarbij warmte op. Zo koel je af.

  • Het vet in het onderhuids bindweefsel isoleert: het houdt je warm.

Syllabus BI/K/11 (specificatie 7). BB, KB en GT: de rol van doorbloeding, vet en de mate van zweten bij de temperatuurregeling. Veelgemaakte fout: denken dat de bloedvaten bij warmte naar de huid toe verplaatsen. De bloedvaten worden wijder, er stroomt meer bloed doorheen. Ook fout: zweet zelf zou koelen. Het koelt doordat het verdampt.

Je hebt het warm. Wat doen de bloedvaten in je lederhuid?

A

Ze worden wijder, zodat je meer warmte afgeeft

B

Ze worden nauwer, zodat je meer warmte afgeeft

C

Ze worden wijder, zodat je warmte vasthoudt

D

Ze verhuizen naar de hoornlaag

Bij warmte worden de bloedvaten wijder en geef je meer warmte af. Verwachte fout: de gedachte dat nauwe bloedvaten helpen om af te koelen.

Zet de huidlagen van buiten naar binnen

1

Hoornlaag

2

Lederhuid

3

Onderhuids bindweefsel

4

Kiemlaag

Hoornlaag en kiemlaag vormen samen de opperhuid, daarna de lederhuid en het onderhuids bindweefsel. Verwachte fout: de kiemlaag voor de hoornlaag zetten.

Wat vond je vandaag het lastigst?

1

Het oog

2

Het oor

3

De huid

4

Prikkels en zintuigproeven

Bespreek het onderdeel met de meeste stemmen de volgende les nog eens met een tekening.

Wat vond je het lastigst om te onthouden?

Open reflectie. Laat leerlingen een eigen trucje bedenken, bijvoorbeeld een zin voor de weg van het licht of de weg van het geluid.

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Begrippen (1/2)

  • prikkel: Verandering in je omgeving of lichaam die een zintuig kan opmerken.

  • impuls: Signaal dat door de zenuwen naar de hersenen gaat.

  • pupil: Opening in de iris waar het licht door het oog gaat.

  • lens: Deel van het oog dat zorgt voor een scherp beeld op het netvlies.

  • netvlies: Binnenste laag van het oog met zintuigcellen voor licht.

Deze slide heeft geen instructies

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Begrippen (2/2)

  • slakkenhuis: Deel van het oor met zintuigcellen voor geluid.

  • evenwichtsorgaan: Deel van het oor dat de stand van je hoofd en je beweging merkt.

  • hoornlaag: Buitenste laag van de huid, van dode cellen.

  • kiemlaag: Laag van de opperhuid met cellen die zich delen.

  • lederhuid: Laag onder de opperhuid met bloedvaten, klieren en zintuigen.

Deze slide heeft geen instructies