Zintuigen en huid (Biologie vmbo), les 2: Examentraining

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Examentraining

Zintuigen en huid: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: delen op een tekening aanwijzen, deel en taak koppelen, een situatie uitleggen en de huid. Acht vragen, twee met een tekening.

Onderdelen in deze les

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Examentraining

Zintuigen en huid: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Rapidreflex / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Wat ga je kunnen?

Ik kan delen van oog, oor en huid aanwijzen en uitleggen wat ze doen.

Deze slide heeft geen instructies

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat wordt er gevraagd, een naam, een taak of een oorzaak?

  • 2. Kijk: zoek de letter of het deel op de tekening.

  • 3. Denk: welk deel hoort bij de prikkel of de taak?

  • 4. Controleer: past je antwoord bij de vraag?

Deze slide heeft geen instructies

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Vraagtype 1: delen op een tekening

  • Kijk goed naar de tekening en de letters.

  • Lees welk deel wordt gevraagd.

  • Zoek eerst het deel dat je zeker weet.

  • Voorbeeld: de pupil is de opening in de iris.

Deze slide heeft geen instructies

Welke letter is de iris?

A

Letter B

B

Letter A

C

Letter C

D

Letter D

B is de iris, het gekleurde deel met de pupil als opening. A is het hoornvlies, C de lens en D het glasachtig lichaam. Verwachte fout: A kiezen, omdat het hoornvlies ook aan de voorkant zit. Image credit: Eigen tekening

Welke letter is het trommelvlies?

A

Letter A

B

Letter B

C

Letter D

D

Letter C

C is het trommelvlies, het vlies aan het einde van de gehoorgang. A is de oorschelp, B de gehoorgang en D de gehoorbeentjes. Verwachte fout: D kiezen, omdat de gehoorbeentjes eraan vastzitten. Image credit: Eigen tekening

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Vraagtype 2: welk deel, welke taak?

  • Leer bij elk deel de taak met een eigen zin.

  • Gebruik de weg van de prikkel: zintuig, impuls, hersenen.

  • Let op delen die op elkaar lijken, zoals iris en pupil.

  • Bedenk wat er mis gaat als het deel niet werkt.

Deze slide heeft geen instructies

Welk deel van je oog verandert van vorm om scherp te zien?

A

De iris

B

De lens

C

Het netvlies

D

Het hoornvlies

Alleen KB/GT. De lens wordt dikker of platter bij accommoderen. Verwachte fout: de iris kiezen, die regelt alleen de grootte van de pupil.

Wat doen de gehoorbeentjes?

A

Ze geven de trillingen door aan het slakkenhuis

B

Ze zetten trillingen om in impulsen

C

Ze vangen geluid op uit de lucht

D

Ze zorgen voor je evenwicht

De gehoorbeentjes geven de trillingen van het trommelvlies door naar het slakkenhuis. Verwachte fout: impulsen kiezen. Dat doen de zintuigcellen in het slakkenhuis.

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Vraagtype 3: een situatie uitleggen

  • Lees de situatie en bedenk welke prikkel er is.

  • Welk zintuig merkt die prikkel op?

  • Gebruik vaktaal zoals prikkel, impuls en waarneming.

  • Kies het antwoord dat past bij de situatie.

Deze slide heeft geen instructies

Je komt uit de zon in een donkere kamer. Wat doet je pupil?

A

De pupil wordt kleiner, zodat er meer licht binnenkomt

B

De pupil wordt groter, zodat er minder licht binnenkomt

C

De pupil wordt groter, zodat er meer licht binnenkomt

D

De pupil blijft even groot, de lens doet het werk

Alleen KB/GT. In het donker trekken de lengtespieren van de iris samen en wordt de pupil groter. Verwachte fout: denken dat een kleinere pupil meer licht binnenlaat.

Na een kwartier ruik je de koffie in de kamer niet meer. Welk begrip past?

A

Drempelwaarde

B

Gewenning

C

Adequate prikkel

D

Accommoderen

Alleen KB/GT. Bij gewenning merk je een prikkel die blijft steeds minder. Verwachte fout: drempelwaarde kiezen, dat is de zwakste prikkel die je nog waarneemt.

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Vraagtype 4: de huid

  • Bedenk welke laag of welk deel bij de situatie hoort.

  • Bij temperatuur gaat het om bloedvaten, zweet en vet.

  • Bij zonlicht gaat het om pigment.

  • Lees goed wat er verandert en kies de oorzaak.

Deze slide heeft geen instructies

In de zon maak je meer pigment aan. Wat is het nut?

A

Het houdt je huid warm

B

Het maakt zweet

C

Het doodt bacteriën

D

Het beschermt tegen uv-straling

Pigment in de kiemlaag beschermt tegen uv-straling. Verwachte fout: denken dat de bruine kleur je warm houdt.

Je fietst hard en gaat zweten. Hoe helpt dat je lichaam?

A

Het zweet isoleert de huid tegen de warmte

B

Het zweet maakt de bloedvaten nauwer

C

Het zweet maakt de huid dikker

D

Het zweet verdampt en koelt de huid af

Zweet verdampt en neemt daarbij warmte op, zo koel je af. Verwachte fout: denken dat zweet isoleert.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Delen op een tekening

2

Welk deel, welke taak?

3

Een situatie uitleggen

4

De huid

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na.

LICHAAM · ZINTUIGEN EN HUID

Tips voor op het examen

  • Lees bij een tekening eerst welke letter wordt gevraagd.

  • Het zintuig maakt een impuls, de hersenen maken de waarneming.

  • Bij een situatie: noem eerst de prikkel, dan het deel dat reageert.

  • Warm: wijde bloedvaten en zweet. Koud: nauwe bloedvaten.

Deze slide heeft geen instructies