DRAMA 2 | Les 6 improviseren met de WIE

DRAMA | LES 6
IMPROVISEREN met de WIE
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
DramaMBOMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1-3Studiejaar 1

In deze les zitten 24 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

DRAMA | LES 6
IMPROVISEREN met de WIE

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPWARMER | NAMENBAL
Onze afspraken tijdens drama
1. Luister naar elkaar en praat er niet doorheen.
2. Heb respect voor elkaar en blijf van elkaar af.
3. Blijf bij je groepje en werk samen aan de opdracht.
4. Ga voorzichtig om met onze materialen.
5. Telefoon in je kluisje.

Heeft docent hand omhoog? = wees stil en luister naar de uitleg.

Slide 2 - Tekstslide

Bespreek kort de regels van drama.
Tijdens de vorige les heeft elke klas afspraken met elkaar gemaakt. Dit is een samenvatting van alle afspraken.
Wat gaan wij deze les doen?
Korte scènes improviseren met focus op de WIE

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is belangrijk bij improviseren?
  • Goed luisteren naar elkaar.
  • Niet bang zijn om fouten te maken.
  • Spelaanbod accepteren ("ja, en..!").
  • De ander helpen schitteren, niet alleen jezelf.
  • Je fantasie durven gebruiken.
  • Plezier hebben in het spel.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warming-Up: 
Over accepteren

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Warming-Up: 
Over accepteren
  • A maakt een opmerking, bijv:
    "Wat zit je haar leuk!"
  • B accepteert dit spelaanbod, maar reageert heel overdreven.
    B vertelt een lang verhaal
     over het nieuwe kapsel: 

  • Maak zo'n lang mogelijk verhaal, wissel dan om!
                                                 dat de kapper had voorgesteld om eens iets anders te doen, dat blauw altijd al een lievelingskleur is geweest, etc.
timer
2:00

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is status?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is status?
Positie ten opzichte van de ander, uitgedrukt in handeling, houding en tekst.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Spelen van een lage status:
-
-
-
-
-
-
-





Spelen van een hoge status:
- 
-
-
-
-
-
-

Wat is status? Positie ten opzichte van de ander, uitgedrukt in handeling, houding en tekst.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Spelen van een lage status:






Spelen van een hoge status:
- Veel ruimte innemen
- Grote gebaren maken
- Diepe ademhaling
- Spreken duidelijk
- Maken oogcontact
- Bepalen wat er gebeurt
- Niet bang of onzeker

Wat is status? Positie ten opzichte van de ander, uitgedrukt in handeling, houding en tekst.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies




Spelen van een lage status:
- Nemen weinig ruimte in
- Bewegelijk en friemelen
- Onzekere manier van praten
- Nauwelijks oogcontact
- Proberen anderen te plezieren
- Nemen aan dat anderen het beter weten of geven de controle weg





Spelen van een hoge status:
- Veel ruimte innemen
- Grote gebaren maken
- Diepe ademhaling
- Spreken duidelijk
- Maken oogcontact
- Bepalen wat er gebeurt
- Niet bang of onzeker

Wat is status? Positie ten opzichte van de ander, uitgedrukt in handeling, houding en tekst.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening:
De deurbel
  • Kies een personage en bedenk wat je in de nachtwinkel komt doen. Wat is je doel?

  • Kom op als je personage en loop naar de kassa (speel met je fysiek en mimiek).

  • Jullie hebben een kort dialoog en er wordt eventueel wat afgerekend. Loop weer af.

  • De caissière wordt de nieuwe klant en er komt een nieuwe caissière.





Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening:
De deurbel
  • 2 rijen tegenover elkaar. A start in de hoge status, B in de lage status. 
  • Lees goed wat jouw reden is om aan te bellen. A begint met aanbellen.
  • Transformeer naar een personage met een hoge (of lage) status.
    Hoge status accepteert geen nee.
    Lage status  kan medelijden opwekken.

  • Tip: kies een heel duidelijk personage om te spelen (bijvoorbeeld oma, koning of agent.





A  ->                            B
B                             <- A
A  ->                            B
B                             <- A
                            A -> B
B <- A
                            A -> B
B <- A

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer ontstaat er conflict?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer ontstaat er conflict?
Als personages tegengestelde doelen hebben.
Bedenk altijd: Wat wilt mijn personage in de scène? Wat is mijn doel?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: De nachtwinkel
  • Elke groep heeft een aantal scène ideeën.

  • Kies 1 scène die jullie gaan improviseren.

  • Verdeel de rollen. Bedenk voor jezelf een geheim doel.







Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening:
De nachtwinkel
  • Kies een personage en bedenk wat je in de nachtwinkel komt doen. Wat is je doel?
  • Kom op als je personage en loop naar de kassa (speel met je fysiek en mimiek).
  • Jullie hebben een kort dialoog en wellicht conflict? Wordt er afgerekend, hoe eindigt de scène?




Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: 
De kennismaking
Bedenk jouw scènes in stappen:
  • Iemand verzint de Waar: 
    'Deze scène begint in/op/bij...'.
  • Iemand verzint de Wie: 
    'De personages zijn ...'.
  • Iemand verzint de Wat: 
    'De situatie is dat...' 
  • De rest van de scène ga je improviseren



Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Speloefening: 
De kennismaking
Bedenk jouw scènes in stappen:
  • Kies per ronde 1 voorwerp zoals een hoed, pet of bril.
  • Bedenk een personage als wie jij je gaat presenteren aan publiek.
  • De docent bedenkt een reden waarom de personages hier zijn.
  • Als personage bedenk je de reden (waarom/doel) dat je hier bent



Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spelopdracht: 
De taxi
Bedenk jouw scènes in stappen:
  • Kies per ronde 1 voorwerp zoals een hoed, pet of bril.
  • Bedenk een personage als wie jij je gaat presenteren aan publiek.
  • De docent bedenkt een reden waarom de personages hier zijn.
  • Als personage bedenk je de reden (waarom/doel) dat je hier bent



Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spelopdracht: 
De taxi
Bedenk jouw scènes in stappen:
  • De taxi chauffeur gaat in gesprek met hun klant. Je moet erachter komen wie (personage) in jouw taxi zit door vragen te stellen.
  • De klant kiest een duidelijk personage en transformeert in mimiek, fysiek en stem. Antwoord precies zoals jouw personage.



Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPWARMER | NAMENBAL

Afronding les 6      
Wat is belangrijk bij improviseren?

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OPWARMER | NAMENBAL

Afronding les 6      
Wat is belangrijk bij improviseren?
  • Goed luisteren naar elkaar.
  • Niet bang zijn om fouten te maken.
  • Spelaanbod accepteren ("ja, en..!").
  • De ander helpen schitteren, niet alleen jezelf.
  • Je fantasie durven gebruiken.
  • Plezier hebben in het spel.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ideeen
- De breinklutser
- Wat doe je? (TVHN blz 96)
- De wachtkamer
- De nachtwinkel
- Het museum (TVHN blz 142)
- Locatie neerzetten in stapjes (TVHN blz 143)
- Van waar naar wie naar wat (TVHN blz 143)
- Het feest (grote improvisatie)
Verhaal technieken: Werken met doelen. Er kan een probleem ontstaan waardoor iemand niet hun doel kan behalen. Wat wil je? 
- Scènes spelen met geheime doelen.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies