lesson up, so dass zu Hause auch aktiv mitgemacht wird.
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4
In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Planung kommende Periode
Schau auf Classroom --> studiewijzer!!!!
leestoets --> noch nicht sicher wie und wann
gpw: Kapitel 3 + lijst met sterke ww im Alltag
wichtig: Wortschatz regelmäßig lernen!
lesson up, so dass zu Hause auch aktiv mitgemacht wird.
Slide 1 - Tekstslide
Was hast du in den Ferien gemacht? Schreibe "voltooid deelwoorden" auf.
timer
3:00
Slide 2 - Open vraag
sterke werkwoorden (presens)
ich schlafe
du schläfst
er schläft
wir schlafen
ihr schlaft
sie schlafen
sterke werkwoorden (verl.tijd)
ich schlief
du schliefst
er schlief
wir schliefen
ihr schlieft
sie schliefen
<div>bij de du- en de er-vorm heb je een klinkerwissel in de tegenwoordige tijd. <br></div><div><br></div><div>In de verleden tijd is de ich- en de er-vorm hetzelfde en ook de wir- en de sie-vorm. de du-vorm krijgt een st en de ihr-vorm een t.</div>
Slide 3 - Tekstslide
sterke werkwoorden (presens)
ich sehe
du siehst
er sieht
wir sehen
ihr seht
sie sehen
sterke werkwoorden (verl.tijd)
ich sah
du sahst
er sah
wir sahen
ihr saht
sie sahen
<div>bij de du- en de er-vorm heb je een klinkerwissel in de tegenwoordige tijd. <br></div><div><br></div><div>In de verleden tijd is de ich- en de er-vorm hetzelfde en ook de wir- en de sie-vorm. de du-vorm krijgt een st en de ihr-vorm een t.</div>
Slide 4 - Tekstslide
sterke werkwoorden (presens)
ich helfe
du hilfst
er hilft
wir helfen
ihr helft
sie helfen
sterke werkwoorden (verl.tijd)
ich half
du halfst
er half
wir halfen
ihr halft
sie halfen
<div>bij de du- en de er-vorm heb je een klinkerwissel in de tegenwoordige tijd. <br></div><div><br></div><div>In de verleden tijd is de ich- en de er-vorm hetzelfde en ook de wir- en de sie-vorm. de du-vorm krijgt een st en de ihr-vorm een t.</div>
Slide 5 - Tekstslide
Und bei gehen, stehen, verstehen? Schreibe die du- und die er-Form auf.
Slide 6 - Open vraag
Achtung: was passiert bei geben, nehmen, treten. Schreibe die du= und die er-Form auf.