zww, hww of kww II

(werk)woordsoorten
Je kun zelfstandige werkwoorden, koppel- en hulpwerkwoorden herkennen. 
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

(werk)woordsoorten
Je kun zelfstandige werkwoorden, koppel- en hulpwerkwoorden herkennen. 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul aan...

Als in een zin met een werkwoordelijk gezegde maar één werkwoord staat, dan is dat een ... .

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vul aan...

Als in een zin met een naamwoordelijk gezegde maar één werkwoord staat, dan is dat een ... .

Slide 3 - Open vraag

Verdienen is het belangrijkste werkwoord.
Vul aan...

Zodra er meer dan één werkwoord in de zin staat, is de persoonsvorm altijd een ... .

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdr 3 nakijken 
Dit doen met behulp van vragen in deze LessonUp.
Schrift en nakijkpen heb je bij hand. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zet op de plaats van de pv het kww of het zww. De zin krijgt hierdoor één ww en wordt dus ingekort.

In de pauze wil Marloes waarschijnlijk M&M's kopen in de foyer.

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

In de pauze koopt Marloes waarschijnlijk M&M's in de foyer.
koopt = ...
A
zww
B
kww
C
hww

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet op de plaats van de pv het kww of het zww. De zin krijgt hierdoor één ww en wordt dus ingekort.

Waarom zouden gorilla's in de dierentuin net mensen lijken?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom lijken gorilla's in de dierentuin net mensen?
lijken = ...
A
zww
B
kww
C
hww

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet op de plaats van de pv het kww of het zww. De zin krijgt hierdoor één ww en wordt dus ingekort.

Vandaag heeft alweer een aardbeving plaatsgevonden in het midden van Italië.

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag vond alweer een aardbeving plaats in het midden van Italië.
vond plaats = ...
A
zww
B
kww
C
hww

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet op de plaats van de pv het kww of het zww. De zin krijgt hierdoor één ww en wordt dus ingekort.

Zal men in de toekomst de zomer- en wintertijd gaan afschaffen?

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Schaft men in de toekomst de zomer- en wintertijd af?
schaft af = ...
A
zww
B
kww
C
hww

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdr 4 nakijken 
Samen praten we hier even over.


Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Lees de tekst. Neem de onderstreepte woorden over en zet de woordsoort erachter: zn, blw, olw, bn, hww, zww, kww, aanw.vnm, vr.vnw, pers.vnw, bez.vnw, vz of bw.
Als je 13 of 14 jaar bent, kun je heel goed je eigen kleding aanschaffen. 

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Lees de tekst. Neem de onderstreepte woorden over en zet de woordsoort erachter: zn, blw, olw, bn, hww, zww, kww, aanw.vnm, vr.vnw, pers.vnw, bez.vnw, vz of bw.
Je krijgt dan kleedgeld van je ouders. 

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Lees de tekst. Neem de onderstreepte woorden over en zet de woordsoort erachter: zn, blw, olw, bn, hww, zww, kww, aanw.vnm, vr.vnw, pers.vnw, bez.vnw, vz of bw.
Dat houdt in dat je een vast bedrag per maand krijgt, waar je vervolgens zelf je kleding van moet kopen. 

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Lees de tekst. Neem de onderstreepte woorden over en zet de woordsoort erachter: zn, blw, olw, bn, hww, zww, kww, aanw.vnm, vr.vnw, pers.vnw, bez.vnw, vz of bw.
Er is geen vast bedrag te noemen dat je voor kleding hoort te krijgen. 

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Lees de tekst. Neem de onderstreepte woorden over en zet de woordsoort erachter: zn, blw, olw, bn, hww, zww, kww, aanw.vnm, vr.vnw, pers.vnw, bez.vnw, vz of bw.
Wel is te zeggen dat je minimaal €40,- per maand nodig hebt. 

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Lees de tekst. Neem de onderstreepte woorden over en zet de woordsoort erachter: zn, blw, olw, bn, hww, zww, kww, aanw.vnm, vr.vnw, pers.vnw, bez.vnw, vz of bw.
Voor de hoogte van het kleedgeld zijn geen regels. 

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Lees de tekst. Neem de onderstreepte woorden over en zet de woordsoort erachter: zn, blw, olw, bn, hww, zww, kww, aanw.vnm, vr.vnw, pers.vnw, bez.vnw, vz of bw.
Net als bij zakgeld is het belangrijk dat je afspraken maakt met je ouders over de besteding van je kleedgeld. 

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Lees de tekst. Neem de onderstreepte woorden over en zet de woordsoort erachter: zn, blw, olw, bn, hww, zww, kww, aanw.vnm, vr.vnw, pers.vnw, bez.vnw, vz of bw.
Moet je van je kleedgeld alles kopen, ook een winterjas en schoenen?

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Lees de tekst. Neem de onderstreepte woorden over en zet de woordsoort erachter: zn, blw, olw, bn, hww, zww, kww, aanw.vnm, vr.vnw, pers.vnw, bez.vnw, vz of bw.
Deze spullen zijn erg duur. 

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Lees de tekst. Neem de onderstreepte woorden over en zet de woordsoort erachter: zn, blw, olw, bn, hww, zww, kww, aanw.vnm, vr.vnw, pers.vnw, bez.vnw, vz of bw.
Voorkom problemen achteraf door goede afspraken te maken. 

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Je kunt nu zelfstandige werkwoorden, koppel- en hulpwerkwoorden herkennen. 

Ook kun je onderscheid maken tussen een werkwoordelijk en een naamwoordelijk gezegde. 
Tijdens de volgende les wordt deze kennis getest. 

Let op! Zorg ervoor dat je ook de andere zinsdelen en de andere woordsoorten kent.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je de komende dagen nog oefenen?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies