Les 2 A2

Nederlands met de Klinker
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapISK

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

Onderdelen in deze les

Nederlands met de Klinker

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen vandaag?

- Raad de naam van deze groente of fruit

-  Je gaat zelf vertellen wat je hebt gegeten vandaag

- De namen leren van verschillende groente en fruit

Slide 2 - Tekstslide

Wat gaan we doen vandaag?



- NOS Journaal in Makkelijke Taal

- Hoe bestel je iets in een restaurant of café?

- De namen leren van verschillende groente en fruit


Slide 3 - Tekstslide

Wat gaan we doen vandaag?

- Raad de naam van deze groente of fruit

-  Je gaat zelf stap voor stap uitleggen hoe je een recept maakt

- De namen leren van verschillende groente, fruit en kruiden

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video





1. Waarvoor waarschuwt het ziekenhuis?
2. Wat doen de dokters in de nep-filmpjes?
3. Waarom zijn deze filmpjes gevaarlijk?

4. Wat is er gebeurd op het eiland Sicilië?
5. Wat is het gevolg voor het dorp?
6. Waarom zijn de mensen bang voor meer schade?

7. Waarom is de beloega bij Nederland bijzonder?
8. Wat zegt de dierenorganisatie over het dier?
9. Waarom moeten mensen het dier met rust laten?





Beantwoord de vragen in hele zinnen. Gebruik minstens twee keer het woord omdat
of daarom.
Vragen en opdracht bij het NOS Journaal

Slide 6 - Tekstslide

Pastinaak
Rode biet
Prei
Spruitjes
Spitskool

Slide 7 - Sleepvraag

Verleden tijd
Praten over vroeger:
Voltooide tijd: Ik heb gisteren met jou gepraat.
-> met hulpwerkwoord (hebben en zijn) en voltooid deelwoord

Verleden tijd: Ik werkte gisteren op school.
-> Bij regelmatige werkwoorden op het einde: -te(n) of - de(n)
-> veel onregelmatige werkwoorden

Slide 8 - Tekstslide

Verleden tijd
Maak de stam:                              werken- werk        wonen-woon

Kijk naar de laatste letter. Zit die in softketchup?
Ja: + te of + ten                             werkte                werkten
Nee: + de of + den                       woonde              woonden


Slide 9 - Tekstslide

Verleden tijd
zijn                                  hebben                             gaan
ik was                             ik had                                 ik ging
jij was                             jij had                                 jij ging
hij/zij/u was                 hij had                               hij ging
wij waren                      wij hadden                      wij gingen
jullie waren                  jullie hadden                  jullie gingen
zij waren                       zij hadden                       zij gingen

Slide 10 - Tekstslide

Vroeger.... wij op vakantie naar Spanje.
A
gaat
B
hadden
C
gaan
D
gingen

Slide 11 - Quizvraag

Vroeger.... wij lang vakantie.
A
gaat
B
hadden
C
gaan
D
gingen

Slide 12 - Quizvraag

Ik... vorig jaar in Spanje.
A
ging
B
woont
C
woonde
D
gaat

Slide 13 - Quizvraag

Wij ... toen vaak door de bergen.
A
gingen
B
fietsten
C
woonden
D
hadden

Slide 14 - Quizvraag

Toen ik ouder was, ... wij verhuizen.
A
gingen
B
waren
C
wilden
D
hadden

Slide 15 - Quizvraag

Ik ... toen erg verdrietig.
A
had
B
ben
C
wilde
D
was

Slide 16 - Quizvraag

Toen we in Nederland ..., .... het best leuk.
A
hadden, was
B
verhuisden, waren
C
kwamen, was
D
miste, had

Slide 17 - Quizvraag

Instructie veel gebruikte zinnen

In de les zijn de volgende zinnen besproken, luister naar de zinnen om de uitspraak goed te horen. Zoek de woorden die je niet kent op en noteer deze op een blaadje.

Slide 18 - Tekstslide

Instructie veel gebruikte zinnen

In de les zijn de volgende zinnen besproken, luister naar de zinnen om de uitspraak goed te horen. Zoek de woorden die je niet kent op en noteer deze op een blaadje.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Slide 21 - Video

Slide 22 - Video

Slide 23 - Video

Slide 24 - Video

Slide 25 - Link

Slide 26 - Link

Slide 27 - Link

Standaardzinnen A2
• Mag ik de linzencurry met rijst, alstublieft?
• Ik wil graag water zonder prik.
Vragen en extra wensen
• Is dit gerecht veganistisch?
• Kunt u dat zonder saus maken?
Vragen naar allergenen
• Zitten er noten in dit gerecht?
• Bevat dit gerecht gluten?
• Zit er melk in dit gerecht?
• Ik ben allergisch voor …
• Is dit gerecht geschikt voor iemand met een allergie?
Afronden
• Mag ik de rekening, alstublieft?

Slide 29 - Tekstslide

Bereid voor de volgende les het volgende voor


Opdracht A1 (spreken):
Schrijf op papier wat je donderdag gaat eten  en neem dit mee. Maak het in de verleden tijd en gebruik minimaal 3 zinnen. 

Slide 30 - Tekstslide





Bediening:
Goedemiddag, wat wilt u bestellen?

1. Gast (eten):
(bijv. Mag ik de linzencurry met rijst, alstublieft?)

Bediening:
Wat wilt u drinken?
2. Gast (drinken):

Bediening:
Heeft u nog vragen of wensen?

3. Gast (vraag of extra wens):




Bediening:
Heeft u een allergie?

4. Gast (allergenen):
(bijv. Zitten er noten in dit gerecht? / Ik ben allergisch voor …)

Bediening:
Wilt u verder nog iets?

5. Gast (afronden):
(bijv. Mag ik de rekening, alstublieft?)
Bereid voor de volgende les het volgende voor

Je bent in een café of restaurant.
Je bent de gast. Gebruik de standaardzinnen (A2) en vul in.

Slide 31 - Tekstslide

Bereid voor de volgende les het volgende voor
Opdracht B1 (spreken):
Stap voor stap een recept uitleggen
● Kies een recept dat je hebt gemaakt.
● Schrijf 8–10 zinnen.
● Gebruik de voltooid verleden tijd.
● Noem hoeveelheden (gram, liter, stuks, lepels).
● Gebruik verbindingswoorden: eerst, daarna, vervolgens, ten slotte.

Slide 32 - Tekstslide

Wat heb je gedaan deze les?


- NOS Journaal in Makkelijke Taal

- Hoe bestel je iets in een restaurant of café?

- De namen leren van verschillende groente en fruit


Slide 33 - Tekstslide

Wat heb je gedaan deze les?

- De namen geraden van groente of fruit

-  Hoe bestel je iets in een restaurant of café?

- De namen leren van verschillende groente en fruit

Slide 34 - Tekstslide

Wat heb je gedaan deze les?

- De namen geraden van groente of fruit

-  Je gaat zelf stap voor stap uitleggen hoe je een recept maakt

- De namen leren van verschillende groente, fruit en kruiden

Slide 35 - Tekstslide