Mens en omgeving - NEM

Veiligheid 

Brand en blusmiddelen 
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

Onderdelen in deze les

Veiligheid 

Brand en blusmiddelen 

Slide 1 - Tekstslide

Doelstellingen
:


Na behandeling van deze les:
  • Weet je diverse soorten veiligheid te benoemen;
  • Herken je een onveilige situatie;
  • Kun je de stappen benoemen om een onveilige situatie op te lossen.



Slide 2 - Tekstslide

Inleiding:

Veiligheid is zeer belangrijk niet alleen op het school maar ook thuis.

Zijn er meer soorten veiligheid? 
Is het gebouw van Het Perron een veilig gebouw? 

Slide 3 - Tekstslide


Welke soorten veiligheid zijn er?


Baanveiligheid (zekerheid)
Voedselveiligheid
Brandveiligheid
Gebouwveiligheid (Bouwbesluit)
Persoonlijke veiligheid (inbraak, overvallen)
Psychosociale veiligheid (je veilig voelen in je doen en laten)

Slide 4 - Tekstslide

Aan welke soort veiligheid hecht jij waarde en waarom?

Slide 5 - Open vraag

Wat is een onveilige situatie?

 



Eigenlijk kan gezegd worden dat een onveilige situatie vaak een combinatie is van:

Ondeugdelijke materialen
Het niet houden aan afspraken en
Het niet kennen van deze afspraken

Gedrag van mensen speelt dus een belangrijke rol bij onveilige situaties.

Slide 6 - Tekstslide

Sleep de goede antwoorden bij de begrippen. 
Handen wassen, haren vast, sieraden af. 
rechte rug, door de knieen, niet te lang hetzelfde doen. 
Platte en dichte schoenen. Blusser in de buurt. 
Veiligheid 
Hygiëne 
Ergonomisch

Slide 7 - Sleepvraag

Soorten onveilige situaties:
  • Gevaarlijke situaties rond elektriciteit
  • Valgevaar voor medewerkers
  • Instortingsgevaar
  • Giftige dampen en gas
  • Overstromingsgevaar
  • Gevaar rond ondeugdelijke en onveilige apparatuur
  • Brandgevaar
  • Inbraakgevaar
  • Gevaar vanuit de omgeving van je gebouw
  • Etc.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Welke onveilige situatie(s) zag jij in het filmpje?

Slide 10 - Open vraag

Veiligheidsvoorschriften:
Elke organisatie kent een aantal spelregels die gelden bij het veilig werken en verblijven in een gebouw.
Ook bestaat er diverse wetgeving betreffende veiligheid (bv. Arbowet).
Ook bij het werken met diverse soorten apparatuur en het onderhouden van een gebouw bestaan spelregels, die tot doel hebben het allemaal veilig te houden.

Slide 11 - Tekstslide

Veiligheidsvoorschriften gelden alleen voor apparaten.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Wat doe je met onveilige situaties?
  • Allerbelangrijkste is preventie --> dus voorkomen! 
  • Direct handelen wanneer er een onveilige situatie toch ontstaat.
  • Bij niet direct oplosbare situaties neem je een aantal maatregelen:
  •     Informeert betrokkenen gebruikers van het gebouw
  •     Informeert hen wat te doen en wat niet te doen
  •     Neemt maatregelen om te voorkomen dat personen met de onveilige situatie worden geconfronteerd.

Slide 13 - Tekstslide

Wat kun je allemaal doen bij een onveilige werkplek?

Slide 14 - Open vraag

Registreren van onveilige situaties: 
de veiligheidscheck

Ieder bedrijf kent de risico’s die er spelen binnen het eigen bedrijf 


Belangrijk!
Onveilige situaties:
Moeten altijd worden gerapporteerd
(bijvoorbeeld: een 'pas op;het is glad!' bord

Slide 15 - Tekstslide

Hoe organiseer je veiligheid in een (school) gebouw?
De veiligheid organiseren in een gebouw doe je volgens een plan:

Je gaat problemen die je bent tegengekomen oplossen
Je onderhoudt de situatie. Dit doe je bijvoorbeeld door veiligheidsrondes te lopen en check uit te voeren, mensen aan te leren alert te zijn op onveilige situaties (informatie en communicatie), maar ook door op de juiste wijze onderhoud te plegen aan het gebouw en installaties.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Nu kun je:
2 soorten veiligheid noemen

een voorbeeld geven van een onveilige situatie

stappen noemen om een onveilige situatie op te lossen 



Slide 18 - Tekstslide

Opdracht
Welke onveilige situatie kan er op Het Perron ontstaan?
Denk aan binnen het gebouw maar ook op het plein en de wegen erom heen.
Bespreek dit met je buurman en schrijf het op. 
Welke oplossing zou jij hiervoor bedenken? 

Slide 19 - Tekstslide

Brand en blusmiddelen

Slide 20 - Tekstslide

Doelstellingen
Aan het einde van les weet je
- Hoe explosief een brand kan zijn
- Hoe branden kunnen ontstaan    
                          - Welke factoren er bij een brand komen kijken
- Welke blusmiddelen er bestaan   

Slide 21 - Tekstslide

Wie heeft er wel eens brand in huis meegemaakt?

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Hoe ontstaan de meeste branden
Elektrische apparatuur --> droger staat op 1
goedkope opladers
Roken
Olie of vet in de keuken
Slecht onderhoud keukenapparatuur


Slide 24 - Tekstslide

Hoe verongelukken de meeste mensen bij een brand?
A
Doordat de uitgang geblokkeerd is
B
Door de warmte van het vuur/brand
C
Door het inademen van de rook
D
Door de schrik van het vuur/brand

Slide 25 - Quizvraag

Het verbrandingsproces
Om brand te krijgen en te bestrijden heb je drie dingen nodig:
-  Brandstof
- Zuurstof
- Warmte 
(Zo lang deze factoren er zijn gaat de brand door)

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Welke factoren zijn er nodig voor het ontstaan van een brand?
A
Brandstof, kooldioxide en temperatuur
B
Brandstof, temperatuur en een vuurtje
C
Temperatuur, benzine en een brandstof
D
Brandstof, temperatuur en zuurstof

Slide 28 - Quizvraag

Wat moet je doen bij brand?
          - Blus alleen een kleine beginnende brand
                     - Bel 112 en wat geef je door aan de centrale ?    
         - Het gebouw onmiddellijk ontruimen        
                                                    



Slide 29 - Tekstslide

Vluchtplan

Slide 30 - Tekstslide

Welke andere blusmiddelen kennen we?

Slide 31 - Tekstslide

Soorten blussers
Water /schuimbluisser-> Vaste stoffen (hout,papier)  -> brengen ontbrandingstemperatuur van brand omlaag

C02 blusser, poederblusser--> Electrische apparatuur ->
ontnemen zuurstof aan de brand

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Video

Slide 34 - Video

Wat mag je nooit blussen met water?

Slide 35 - Open vraag

Vlam in de pan? Wat doe je?

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Video

Een olie brand kun je NIET blussen met...?
A
Zand
B
Schuim
C
Blusdeken
D
Water

Slide 38 - Quizvraag

Zijn de doelstellingen behaald? 
Aan het einde van les weet je
- Hoe explosief een brand kan zijn
- Hoe branden kunnen ontstaan    
                          - Welke factoren er bij een brand komen kijken
- Welke blusmiddelen er bestaan   

Slide 39 - Tekstslide